Hoofdpagina » Nieuws » 40% van alle kankergevallen te voorkomen: dit zijn de 30 risicofactoren

40% van alle kankergevallen te voorkomen: dit zijn de 30 risicofactoren

Inmiddels krijgt één op de twee Nederlanders op enig moment in hun leven de diagnose kanker (1). In 1990 was dat nog één op de drie. Direct of indirect, raakt kanker ons dus vroeg of laat allemaal. Een nieuwe grootschalige studie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft voor het eerst dertig beïnvloedbare risicofactoren voor kanker in kaart gebracht (2). Naar schatting is 37 procent van alle nieuwe kankergevallen wereldwijd, ruim 7 miljoen per jaar, terug te voeren op oorzaken die we zelf kunnen beïnvloeden (3). In dit artikel bespreken we welke factoren dit zijn en welke ze in mijn ogen onterecht buiten beschouwing laten.

Vorig jaar kregen bijna 135.000 Nederlanders de diagnose kanker (4). De vijf meest voorkomende soorten zijn plaveiselcelcarcinoom van de huid, gevolgd door prostaat-, borst-, long- en darmkanker. Mannen krijgen vaker kanker dan vrouwen, met name vanaf 60 jaar. Een lichtpuntje is dat darmkanker al jaren daalt dankzij het bevolkingsonderzoek: uitgezaaide darmkanker bij diagnose daalde van 7200 gevallen in 2013 naar 5900 in 2024. Vroege opsporing werkt dus. Tegelijk neemt kanker bij jongere mensen steeds meer toe. In 2024 kregen bijna 4200 Nederlanders tussen de 18 en 39 jaar de diagnose kanker, tegenover zo’n 3100 vijfendertig jaar geleden (5). De vergrijzing is dus niet de enige oorzaak van het stijgen van het aantal kankergevallen.

De dertig risicofactoren
Bij mannen wordt 45 procent van de kankergevallen in verband gebracht met vermijdbare factoren, tegen 30 procent bij vrouwen. Dit is grotendeels te verklaren doordat mannen vaker roken, meer drinken en vaker worden blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen op het werk. De WHO verdeelt de dertig factoren in vier categorieën: leefstijl, infecties, omgevingsfactoren en beroepsmatige blootstelling.

De volledige lijst van 30 factoren:

  1. Roken van tabak: het inademen van rook met veel kankerverwekkende stoffen, vergroot vooral het risico op longkanker maar ook op keel-, mond-, slokdarm-, blaas- en alvleesklierkanker.
  2. Rookloze tabak: tabak die je kauwt of onder de lip legt, verhoogt vooral het risico op mond-, keel- en alvleesklierkanker.
  3. Alcoholgebruik: het drinken van alcoholische dranken waarbij afbraakproducten het DNA kunnen beschadigen, verhoogt het risico op borst-, lever-, darm-, slokdarm- en mondkeelkanker.
  4. Hoge BMI: overgewicht of obesitas door langdurige energie-overschot, hangt samen met darm-, borst-, baarmoeder-, nier- en alvleesklierkanker.
  5. Lichamelijke inactiviteit: structureel te weinig bewegen, vergroot vooral het risico op darm- en borstkanker.
  6. Onvoldoende borstvoeding: geen of korte periode van borstvoeding, verhoogt het risico op borstkanker bij de moeder.
  7. Luchtvervuiling: blootstelling aan fijnstof en schadelijke stoffen uit verkeer en industrie, verhoogt vooral het risico op longkanker.
  8. Te veel uv-straling: overmatige blootstelling aan zon of zonnebank, vergroot het risico op huidkanker waaronder melanoom.
  9. HPV: een seksueel overdraagbaar virus dat cellen kan veranderen, kan baarmoederhals-, anus-, penis- en mondkeelkanker veroorzaken.
  10. Hepatitis B: een virus dat chronische leverontsteking kan geven, verhoogt het risico op leverkanker.
  11. Hepatitis C: een virus dat langdurige leverschade kan veroorzaken, verhoogt het risico op leverkanker.
  12. Epstein-Barrvirus: een veelvoorkomend virus dat bepaalde afweercellen kan beïnvloeden, wordt in verband gebracht met lymfomen en neus-keelkanker.
  13. Helicobacter pylori: een bacterie die het maagslijmvlies kan beschadigen, verhoogt het risico op maagkanker.
  14. Humaan herpesvirus type 8: een virus dat vooral bij verminderde afweer actief wordt, kan kaposisarcoom veroorzaken.
  15. Humaan T-cellymfotroop virus type 1: een virus dat witte bloedcellen aantast, kan een zeldzame vorm van leukemie veroorzaken.
  16. Schistosoma haematobium: een parasiet die via besmet water het lichaam binnendringt, verhoogt het risico op blaaskanker.
  17. Opisthorchis viverrini: een leverparasiet die via rauwe of onvoldoende verhitte vis wordt overgedragen, verhoogt het risico op galwegkanker.
  18. Clonorchis sinensis: een leverparasiet uit rauwe vis, verhoogt eveneens het risico op galwegkanker.
  19. Asbest: een vezelachtig bouwmateriaal dat bij inademing in de longen blijft zitten, kan mesothelioom en longkanker veroorzaken.
  20. Arseen: een giftig metaal dat via drinkwater of werk kan worden opgenomen, verhoogt het risico op huid-, long- en blaaskanker.
  21. Benzeen: een oplosmiddel in onder meer brandstoffen dat het beenmerg kan beschadigen, vergroot het risico op leukemie.
  22. Beryllium: een metaal dat bij inademing longschade geeft, kan longkanker veroorzaken.
  23. Cadmium: een zwaar metaal dat voorkomt in rook en industrie, verhoogt onder meer het risico op longkanker.
  24. Chroom zeswaardig: een industriële stof die ingeademd kan worden, vergroot het risico op longkanker.
  25. Dieseluitstoot: uitlaatgassen met kankerverwekkende deeltjes, verhogen het risico op longkanker.
  26. Formaldehyde: een chemische stof in sommige bouwmaterialen en industriële processen, wordt in verband gebracht met neus- en keelkanker.
  27. Nikkel: een metaal dat vrijkomt bij bepaalde industriële werkzaamheden, kan neus- en longkanker veroorzaken.
  28. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen: stoffen die ontstaan bij onvolledige verbranding zoals bij rook of grillen, verhogen het risico op onder meer long- en huidkanker.
  29. Silica of kwartsstof: fijn mineraal stof dat vrijkomt bij zagen of slijpen van steen, verhoogt het risico op longkanker.
  30. Zwavelzuurnevel: een zure damp uit bepaalde industriële processen, kan het risico op strottenhoofdkanker verhogen.
  31. Trichloorethyleen: een industrieel oplosmiddel dat via inademing of huidcontact kan worden opgenomen, wordt in verband gebracht met nierkanker.

Deze items zijn allemaal onder te brengen in vier hoofdcategorieën:

  • Leefstijlfactoren: De bekendste risicofactoren zullen voor de meeste lezers geen verrassing zijn, want roken staat met afstand bovenaan. Ook rookloze tabak zoals pruimtabak is kankerverwekkend. Alcohol verhoogt het risico op onder andere borst-, darm- en leverkanker en elk glas verhoogt je risico verder. Overgewicht en te weinig bewegen spelen eveneens een rol: een gezond gewicht en dagelijks minimaal een halfuur bewegen verkleinen je risico aanzienlijk. De studie noemt ook het te kort geven van borstvoeding als mogelijke factor, omdat langduriger borstvoeding geven het risico op borstkanker bij de moeder lijkt te verlagen.
  • Infecties: Dat infecties op de tweede plaats staan, verrast misschien. Toch is een tiende van alle kankergevallen wereldwijd terug te voeren op een infectie. Het humaan papillomavirus (HPV) is de belangrijkste oorzaak van baarmoederhalskanker. Bescherm jezelf door wisselende onbeschermde seksuele contacten te vermijden. Hepatitis B en C verhogen het risico op leverkanker, maar zijn tegenwoordig goed te behandelen of te voorkomen. Andere infecties uit het onderzoek, zoals het Epstein-Barrvirus (dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt) en bepaalde tropische parasieten, komen in Nederland minder vaak voor.
  • Omgevingsfactoren: Luchtvervuiling is een risicofactor die je niet altijd kunt zien, maar die wel sterk meetelt. Fijnstof en stikstofdioxide, afkomstig van verkeer, industrie en houtstook, worden in verband gebracht met een verhoogd risico op longkanker. Zeker in drukke stedelijke gebieden is de blootstelling aanzienlijk. Je kunt je blootstelling verminderen door niet te sporten langs drukke wegen, je huis goed te ventileren, een luchtfilter met HEPA-filter te gebruiken en bij afwezigheid van wind in verband met smog wat vaker binnen te blijven en niet intensief buiten te sporten. Overmatige UV-straling is in Nederland een steeds grotere factor, en dat is ook terug te zien in de cijfers: huidkanker is inmiddels de meest voorkomende vorm van kanker in ons land. Te veel zon en het gebruik van de zonnebank verhogen het risico op melanoom en andere vormen van huidkanker flink. Bescherm je huid met kleding, draag een zonnebril, gebruik een goede zonnebrandcrème (ook op bewolkte dagen) en vermijd de zonnebank helemaal. Zoek tussen 12 en 15 uur de schaduw op, want dan is de UV-straling het sterkst.
  • Beroepsmatige blootstelling: De studie benoemt dertien stoffen op de werkplek die kankerverwekkend zijn: asbest, arseen, benzeen, beryllium, cadmium, chroom, dieseluitlaatgassen, formaldehyde, nikkel, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), silica (kwartsstof), zwavelzuur en trichloorethyleen. Werk je met deze stoffen of in een omgeving waar ze voorkomen, draag dan altijd de juiste beschermingsmiddelen en volg de veiligheidsvoorschriften op je werkplek. Zelf denk ik dat bepaalde beroepen je risico op kanker sterk kunnen verhogen. Zo kunnen timmermannen die veel zagen en schuren ook veel narigheid binnenkrijgen, maar ook mensen die de hele dag op kantoor achter een computer zitten lopen een verhoogd risico.

Voeding wordt nauwelijks genoemd
Wat je misschien opvalt als je de dertig risicofactoren doorneemt: voeding ontbreekt in deze lijst volledig. Geen woord over wat we eten, terwijl de wetenschap al jarenlang verbanden legt tussen voedingspatronen en het ontstaan van kanker. De onderzoekers geven zelf toe dat de factoren voeding en bestrijdingsmiddelen niet zijn meegenomen wegens gebrek aan wereldwijde data (6). Het werkelijke percentage vermijdbare kanker ligt daardoor waarschijnlijk een stuk hoger. Ik vind het een gemiste kans, want door voeding buiten beschouwing te laten komt er hier nu veel te weinig aandacht voor, terwijl je juist op het gebied van voeding veel verschil kunt maken. Met voeding zijn belangrijke risicofactoren voor kanker bij te sturen, waaronder chronische laaggradige ontstekingen. Dit zijn sluimerende ontstekingsprocessen in het lichaam die je niet direct voelt, maar die op de lange termijn het DNA in onze cellen beschadigen en daarmee het risico op kanker verhogen. Belangrijk is dat we ontstekingsbevorderende voeding, zoals geraffineerde en sterk bewerkte voeding, zoveel mogelijk vermijden en juist kiezen voor onbewerkt voedsel dat rijk is aan ontstekingsremmende stoffen, zoals:

  • Omega 3: Eén van de oorzaken is een verstoorde balans tussen omega 6- en omega 3-vetzuren in de voeding. In het huidige westerse dieet krijgen de meeste mensen vrij veel omega 6 binnen, onder andere via zonnebloemolie, margarine en bewerkte voedingsmiddelen, en te weinig omega 3, dat je vindt in vette vis, walnoten, lijnzaad en algenolie. Door vaker omega 3-rijke voeding te eten en minder geraffineerde plantaardige oliën te gebruiken, kun je die balans verbeteren en ontstekingen verminderen.
  • Polyfenolen: Aan de andere kant zijn er voedingsstoffen die ontstekingen juist helpen remmen. Polyfenolen, een groep van bioactieve stoffen die ruim aanwezig zijn in groente, fruit, kruiden, thee en olijfolie, hebben bewezen ontstekingsremmende en antioxidatieve eigenschappen. Hoe meer kleur en variatie op je bord, hoe breder het spectrum aan beschermende stoffen dat je binnenkrijgt. Maar dan zit er wel een keerzijde aan: op veel gangbaar geteelde groenten en fruit zitten restanten van bestrijdingsmiddelen, en meerdere van die middelen worden in verband gebracht met een verhoogd risico op kanker. Kies daarom waar het kan voor biologisch, zeker bij producten die je met schil eet of die geen schil hebben, zoals aardbeien, druiven, appels en bladgroenten.

Verder vind ik het opvallend dat de maagbacterie Helicobacter pylori zo’n grote oorzaak is van maagkanker. Naar schatting draagt zo’n 20 tot 30 procent van de Nederlandse bevolking deze bacterie bij zich, vaak zonder het te weten (7). Ik heb het even uitgezocht en de bacterie blijkt een chronische ontsteking van het maagslijmvlies te veroorzaken die op den duur kan ontsporen (8). Het goede nieuws: de infectie is eenvoudig vast te stellen met een ademtest of ontlastingstest en goed te behandelen met een antibioticakuur. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat bepaalde voedingsstoffen de bacterie kunnen remmen. Zo bevat kool, en dan met name broccoli en broccolikiemen, de stof sulforafaan die een remmende werking heeft op H. pylori. (9) Regelmatig groenten uit de koolfamilie eten kan dus een nuttige aanvulling zijn, denk hierbij aan boerenkool, spruitjes, bloemkool en rode kool.

Geraffineerde voeding
Voor deze categorie van ultra processed foods (zeer sterk bewerkte voeding) is amper aandacht, terwijl dit wel heel veel invloed heeft. Zo lopen veel mensen een hoger risico op darmkanker door nitrosamines die kunnen ontstaan bij de verwerking en verhitting van vlees, als dat het conserveermiddel nitriet (E250) bevat. Deze stof wordt in heel veel bewerkte vleesproducten gebruikt, zoals ham, worst, bacon en rookvlees. Onderzoek brengt deze stoffen in verband met een verhoogd risico op darmkanker. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) heeft bewerkt vlees al in 2015 geclassificeerd als kankerverwekkend voor de mens. Kies daarom liever voor biologisch vlees zonder nitriet of ga voor gevogelte of plantaardige eiwitrijke alternatieven zoals bonen, linzen en tempé.

Slotwoord
We lopen allemaal risico op kanker, maar wat deze studie wel duidelijk maakt, is dat we meer invloed hebben dan we vaak denken. Vier op de tien gevallen kunnen volgens de WHO worden voorkomen door zelf maatregelen te nemen. Dat aantal zou in werkelijkheid weleens een stuk hoger kunnen liggen, want veel belangrijke factoren zijn niet eens meegenomen in dit onderzoek. Zo komen we er steeds meer achter dat ook stoffen als PFAS en microplastics een rol spelen. En aspartaam is recent door het IARC als mogelijk kankerverwekkend bestempeld. Het blijft verstandig om niet alleen af te gaan op wat officieel wordt onderzocht door instanties zoals de WHO, maar ook je eigen logische verstand te blijven gebruiken. Met de juiste kennis en een beetje zelf nadenken komen we een heel eind (bron: United Nations).

Hoeveel weet jij over gezondheid? Doe de kennistest over voeding in 30 vragen!
Juglen Zwaan

Juglen Zwaan

Juglen Zwaan (1982) is spreker en schrijver over voeding en gezondheid. Hij is een gepassioneerde voedingskundige met een onbedwingbare honger naar nieuwe inzichten. Hij schreef de boeken De supplementenwijzer, De voedingswijzer, De receptenwijzer en De voedingswaardewijzer. Juglen maakt al meer dan 12 jaar deel uit van het radioprogramma gezondheidsnieuws en was vaste gast in het tv-programma ‘Wat eten we’ op de landelijke televisie. Hij studeerde Voeding & Gezondheid aan de Open Universiteit en Nutrition Science aan Stanford. Hij onderzoekt kritisch en combineert moderne wetenschap met eeuwenoude kennis. Hij hangt geen enkel voedingsgeloof aan, maar combineert vele visies. Als je meer wilt weten over de achtergrond van aHealthylife, zie dan Over ons voor meer informatie.