Je kunt maar beter niet op één paard wedden. Dat geldt niet alleen in het dagelijks leven, maar ook als het om bewegen gaat. Uit een grootschalig onderzoek blijkt dat mensen die verschillende vormen van beweging combineren, langer leven dan mensen die zich op één activiteit focussen. En dat is onafhankelijk van hoeveel ze in totaal bewegen. Met andere woorden: variatie loont, ook als je al genoeg uren maakt.
Onderzoekers van de Harvard School of Public Health volgden dertig jaar lang ruim 110.000 mannen en vrouwen. Ze brachten geregeld in kaart welke vormen van beweging de deelnemers wekelijks deden, van wandelen en fietsen tot krachttraining en tennis. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift BMJ Medicine. De belangrijkste bevinding: mensen met de meeste afwisseling in hun beweging liepen 19% minder risico om te overlijden tijdens de studieperiode, vergeleken met mensen die zich op één activiteit richtten.
Waarom maakt afwisseling zoveel verschil?
Verschillende vormen van beweging doen elk iets anders voor je lichaam. Cardio, zoals hardlopen of fietsen, verbetert je conditie en houdt je hart gezond. Krachttraining maakt je spieren sterker en ondersteunt je botten. Yoga of stretching helpt met souplesse en ontspanning. Door te combineren pik je van alles een stukje mee en juist die combinatie lijkt het verschil te maken.
Het risico op overlijden door hart- en vaatziekten, kanker of longaandoeningen lag bij de meest afwisselende groep maar liefst 13 tot 41% lager dan bij de rest. Dat is een behoorlijk grote bandbreedte, maar zelfs de ondergrens van dat getal is indrukwekkend.
Er zit een grens aan
De wetenschappers zagen ook dat er een soort plafond zit aan de gezondheidsvoordelen van bewegen. Zo’n zes uur matig intensief bewegen per week (denk aan stevig wandelen of fietsen) of drie uur intensief sporten lijkt het optimale punt. Daarna nemen de extra voordelen niet veel meer toe. Meer is dus niet per se beter, maar slimmer bewegen mogelijk wel.
Voor wie zich afvraagt wat ‘matig intensief’ precies betekent: dat is beweging waarbij je hartslag omhooggaat en je iets harder ademhaalt, maar waarbij je nog gewoon een gesprek kunt voeren. Stevig wandelen, dansen of het gazon maaien tellen al mee. Bij intensief bewegen, zoals hardlopen of zwemmen, ga je een stap verder en kom je echt buiten adem.
Een kanttekening
Het onderzoek is groot van opzet en de bewegingsgewoonten werden meerdere keren gemeten, maar er is één voorbehoud. Het is niet met zekerheid vast te stellen of de afwisseling zelf de oorzaak is van het lagere overlijdensrisico. Het zou ook zo kunnen zijn dat mensen die meer variëren in hun beweging sowieso gezonder leven op andere vlakken. De onderzoekers hebben geprobeerd daar rekening mee te houden, maar helemaal uitsluiten kun je het niet.
Praktische lessen
Je hoeft echt geen topsporter te zijn om hier iets mee te doen. Het gaat er niet om dat je elke week vijf verschillende sportlessen volgt, maar eerder dat je bewegen niet beperkt tot één vaste routine. Doe je al regelmatig aan hardlopen? Voeg dan af en toe een wandeling, een yoga-sessie of een klein krachtcircuit toe. Al die kleine dingen tellen mee.
Bewegen hoeft ook niet altijd een geplande workout te zijn. Je kind op de fiets naar school brengen, in de lunchpauze even een rondje lopen of het huis opruimen, het klinkt misschien niet als sport, maar je lichaam registreert het wel degelijk. Het gaat om het totaalplaatje over de hele week.
Slotwoord
Wat dit onderzoek laat zien, is eigenlijk niet zo ingewikkeld: gevarieerd bewegen is goed voor je. Niet omdat je een specifiek schema moet volgen, maar omdat verschillende activiteiten je lichaam op verschillende manieren aanspreken. Zolang je dat met plezier doet en het past in je week, ben je al een heel eind op de goede weg. De beste beweging is uiteindelijk de beweging die je ook echt volhoudt (bron: BBC).