Hoofdpagina » Nieuws » Alzheimer is niet één ziekte, maar bestaat uit vijf verschillende vormen

Alzheimer is niet één ziekte, maar bestaat uit vijf verschillende vormen

Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie en lange tijd zagen artsen en wetenschappers het als één aandoening, met één ziekteproces dat bij iedereen ongeveer hetzelfde verloopt. Nieuw onderzoek zet daar een ander beeld tegenover. Wat we alzheimer noemen, lijkt in werkelijkheid een verzamelnaam te zijn voor vijf verschillende vormen, die elk op hun eigen manier de hersenen aantasten. Dat klinkt misschien als een detail voor specialisten, maar het raakt iets waar veel mensen mee worstelen. Een medicijn tegen alzheimer helpt bij de ene persoon wel en doet bij de ander niets. Het antwoord op die ongelijkheid heeft mogelijk te maken met de vorm die iemand heeft.

De studie komt van het Alzheimercentrum Amsterdam en verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Aging. Voor het onderzoek bekeken de wetenschappers het hersenvocht van ruim zeshonderd mensen. Dat vocht is interessant omdat het in direct contact staat met de hersenen. Allerlei eiwitten uit het hersenweefsel komen erin terecht, waardoor je in zekere zin kunt aflezen wat zich in de hersenen afspeelt. Van meer dan drieduizend van die eiwitten maten de onderzoekers de hoeveelheid. Op basis van de patronen die ze zagen, konden ze de mensen met alzheimer in vijf groepen verdelen. Om zeker te weten dat die indeling klopte, controleerden ze hun bevindingen ook bij groepen patiënten uit andere landen. Steeds verschenen dezelfde vijf vormen opnieuw.

Vijf vormen die elk anders werken
De vijf vormen verschillen behoorlijk van elkaar. Bij de eerste groep zijn de zenuwcellen juist overactief. Ze maken meer verbindingen aan en zijn drukker bezig dan normaal, alsof de hersenen proberen schade te herstellen. Bij de tweede groep is het afweersysteem van de hersenen ontregeld. De hersenen hebben hun eigen opruimcellen, de microglia en bij deze vorm zijn die overactief, wat het weefsel juist extra kan beschadigen. De derde vorm hangt samen met problemen in de aanmaak van eiwitten. In de cel gaat iets mis bij het aflezen en verwerken van de bouwinstructies, waardoor eiwitten niet goed worden gemaakt. Bij de vierde vorm is de productie van hersenvocht verstoord. Dat vocht wordt aangemaakt door een speciaal weefsel in de hersenen en als dat niet goed functioneert, raakt de balans in de hersenen uit evenwicht. De vijfde vorm draait om een lekkende bloed-hersenbarrière. Die barrière is een soort beschermlaag die het bloed gescheiden houdt van het hersenweefsel. Lekt die laag, dan komen er stoffen uit het bloed in de hersenen terecht die daar niet horen.

Elke vorm laat een eigen spoor na
Wat het onderzoek extra overtuigend maakt, is dat elke vorm ook samenhangt met andere erfelijke risicofactoren. Mensen met dezelfde vorm bleken vaak dezelfde genetische kenmerken te delen. Daarnaast had elke vorm een eigen patroon van krimp in de hersenen, op net andere plekken en in een net ander tempo. Ook het verloop van de ziekte verschilde. Bij één vorm ging de achteruitgang duidelijk sneller dan bij de andere. Mensen met die snelste variant leefden na de diagnose gemiddeld iets meer dan vijf jaar, terwijl de mildste vorm gepaard ging met een gemiddelde van bijna negen jaar. Dat laat zien dat het onderliggende proces deels bepaalt hoe snel iemand achteruitgaat.

Waarom eerdere medicijnen vaak tegenvielen
Dit verklaart mogelijk iets wat onderzoekers al langer dwarszat. Medicijnen tegen alzheimer vielen in eerdere studies regelmatig tegen. Een middel werd getest op een grote groep patiënten en gemiddeld genomen leek het nauwelijks effect te hebben. Als die groep in werkelijkheid uit vijf verschillende vormen bestond, wordt dat een stuk begrijpelijker. Een medicijn dat precies aangrijpt op het proces achter de ene vorm, hoeft bij een andere vorm niets te doen. In sommige gevallen kan het zelfs verkeerd uitpakken. Een behandeling die bij de lekkende bloed-hersenbarrière die laag nog verder onder druk zet, zou bij die specifieke groep meer kwaad dan goed kunnen doen. Door alle patiënten op één hoop te gooien, verdwijnt het effect dat er bij een kleinere groep misschien wel was.

Alzheimer als ‘diabetes type 3’?
Naast deze indeling in vijf vormen is er nog een andere invalshoek die de laatste jaren aandacht krijgt en die los staat van dit Amsterdamse onderzoek. Sommige wetenschappers spreken namelijk over ‘diabetes type 3’ als ze het over alzheimer hebben. Daarmee bedoelen ze dat de ziekte in verband wordt gebracht met een verstoorde suikerstofwisseling in de hersenen. De uitleg hierbij begint bij dat het hormoon insuline ervoor zorgt dat lichaamscellen suiker uit het bloed kunnen opnemen en gebruiken als brandstof. Ook in de hersenen speelt insuline een rol, onder meer bij het geheugen en bij de communicatie tussen zenuwcellen. Bij alzheimer lijken hersencellen minder goed op insuline te reageren, een beetje vergelijkbaar met wat er bij diabetes type 2 in de rest van het lichaam gebeurt. De cellen krijgen daardoor moeilijker toegang tot hun brandstof en dat zou kunnen bijdragen aan schade in de hersenen. Goed om te benadrukken is dat ‘diabetes type 3’ nog geen officiële diagnose is. Geen arts zal je deze term op een uitslag geven. Het is vooral een manier om te beschrijven hoe nauw suiker, insuline en de gezondheid van de hersenen met elkaar samenhangen. Of een verstoorde suikerstofwisseling een oorzaak van alzheimer is of eerder een gevolg, daar zijn wetenschappers het nog niet over eens. Toch is het een interessante gedachte, want het laat zien dat leefstijl en stofwisseling waarschijnlijk meer met de hersenen te maken hebben dan lang werd aangenomen.

Wat betekent dit in de praktijk?
Voor mensen die nu met alzheimer te maken hebben, verandert er door deze studie op de korte termijn nog weinig. Er bestaat nog geen test bij de huisarts of in het ziekenhuis die je vertelt welke van de vijf vormen je hebt en er zijn ook nog geen behandelingen die per vorm worden ingezet. Wat dit onderzoek vooral oplevert, is een richting voor de toekomst. Als artsen straks kunnen vaststellen welke vorm iemand heeft, komt een behandeling op maat dichterbij. Dan kun je gerichter een medicijn kiezen dat past bij het proces dat bij die persoon de boventoon voert, in plaats van iedereen hetzelfde middel te geven en te hopen dat het aanslaat. Voor het ontwikkelen van nieuwe medicijnen is dat net zo nuttig, omdat onderzoekers hun middelen dan kunnen testen op precies de groep waarbij ze het meeste effect verwachten. En de gedachte achter ‘diabetes type 3’ geeft nog iets mee voor de tussentijd. Goed omgaan met je bloedsuiker, gezond eten en voldoende bewegen zijn sowieso verstandig en mogelijk doen ze de hersenen ook op de lange termijn goed. Zekerheid is er niet, maar het zijn keuzes die je hoe dan ook weinig kunnen schaden.

Slotwoord
Wat we alzheimer noemen, blijkt dus geen enkel ziektebeeld, maar een paraplu boven vijf verschillende processen die elk op hun eigen wijze de hersenen aantasten. Dat maakt de ziekte ingewikkelder dan gedacht, maar het biedt ook hoop. Juist door dat onderscheid te maken, ontstaat er ruimte voor behandelingen die beter aansluiten bij wat er bij een individuele patiënt misgaat. De aparte invalshoek van de verstoorde suikerstofwisseling laat bovendien zien dat er nog veel te begrijpen valt over hoe ons lichaam en onze hersenen samenwerken. Een snelle oplossing levert dit niet op, maar het is een stap die de behandeling van alzheimer op termijn persoonlijker en gerichter kan maken.

Hoeveel weet jij over gezondheid? Doe de kennistest over voeding in 30 vragen!
Juglen Zwaan

Juglen Zwaan

Juglen Zwaan (1982) is spreker en schrijver over voeding en gezondheid. Hij is een gepassioneerde voedingskundige met een onbedwingbare honger naar nieuwe inzichten. Hij schreef de boeken De supplementenwijzer, De voedingswijzer, De receptenwijzer en De voedingswaardewijzer. Juglen maakt al meer dan 12 jaar deel uit van het radioprogramma gezondheidsnieuws en was vaste gast in het tv-programma ‘Wat eten we’ op de landelijke televisie. Hij studeerde Voeding & Gezondheid aan de Open Universiteit en Nutrition Science aan Stanford. Hij onderzoekt kritisch en combineert moderne wetenschap met eeuwenoude kennis. Hij hangt geen enkel voedingsgeloof aan, maar combineert vele visies. Als je meer wilt weten over de achtergrond van aHealthylife, zie dan Over ons voor meer informatie.