Hoofdpagina » Nieuws » Asfalt blijkt meer schadelijke stoffen af te geven dan we dachten

Asfalt blijkt meer schadelijke stoffen af te geven dan we dachten

Zonder erbij na te denken rijden, fietsen of lopen we over afvalt. In Nederland is zelfs een groot deel van het stedelijk oppervlak verhard en asfalt is daarbij het belangrijkste materiaal. Wegen, fietspaden, parkeerterreinen en pleinen vormen samen een enorm oppervlak dat overdag opwarmt en ’s nachts langzaam zijn warmte weer afgeeft. Lange tijd dachten onderzoekers dat dit vooral een probleem was voor de temperatuur in de stad, het zogenoemde hitte-eilandeffect. Recent onderzoek laat ook een andere kant zien: opgewarmd asfalt geeft stoffen af die mogelijk gevolgen hebben voor onze gezondheid.

Een onderzoeksgroep van een Amerikaanse universiteit publiceerde twee studies die hier dieper op ingaan. De ene verscheen in Journal of Hazardous Materials, de andere in Science of the Total Environment. Beide kwamen in april 2026 uit en kijken naar de vluchtige organische stoffen, ook wel VOS genoemd, die uit asfalt vrijkomen. Die stoffen ontsnappen vooral uit het bindmiddel bitumen, het zwarte plakkerige spul dat asfalt bij elkaar houdt. De wetenschappers wilden weten hoeveel er vrijkomt, hoe dat verandert door zonlicht en hitte en wat dat betekent voor mensen die er dagelijks mee in aanraking komen.

Wat komt er precies vrij?
Bitumen is een restproduct van aardolie en daar zitten allerlei koolwaterstoffen in. Bij verwarming, of dat nu door de zon is of tijdens het aanleggen van een weg, komt een deel van die stoffen los in de lucht. Op een warme zomerdag ruik je dat soms zelf: die typische asfaltgeur die je vooral merkt rond pas aangelegde of zwart geblakerde wegen. Die geur is in feite een mengsel van vluchtige organische verbindingen. Sommige zijn relatief onschuldig, andere zijn dat minder. Op korte termijn kunnen hoge concentraties klachten geven als duizeligheid, hoofdpijn en kortademigheid. Wegwerkers die uren achter elkaar in de dampen van vers, heet asfalt staan, hebben daar het meest last van. Bij langdurige beroepsmatige blootstelling worden de stoffen ook in verband gebracht met een verhoogd risico op longkanker, al staat dat verband nog ter discussie en hangt het sterk af van de werksituatie en de mate van bescherming.

Het verschil tussen vers en oud asfalt
Wat het nieuwe onderzoek vooral interessant maakt, is dat het kijkt naar wat er gebeurt nadat asfalt is aangelegd. Dus niet alleen tijdens de productie of verwerking, maar ook in de jaren erna, terwijl het er ligt en in de zon staat te bakken. Daaruit komt een opvallend beeld naar voren. Naarmate asfalt veroudert, verandert ook de samenstelling van de stoffen die het uitstoot. De grotere, beter ruikbare moleculen worden minder dominant en in de plaats daarvan komen kleinere, vaak reukloze deeltjes vrij. Dat klinkt misschien als een verbetering, maar dat is het niet. Juist die kleinere deeltjes zijn schadelijker. Ze zijn klein genoeg om diep in de longen door te dringen en van daaruit kunnen ze in de bloedbaan en zelfs in organen terechtkomen. Modelberekeningen wijzen erop dat deze stoffen op de lange termijn invloed kunnen hebben op het zenuwstelsel, met mogelijk grotere risico’s voor vrouwen en ouderen. Er is meer onderzoek nodig om vast te stellen vanaf welke blootstelling het echt problematisch wordt, maar het signaal is duidelijk genoeg om er serieus naar te kijken.

Hitte als versterker
Een rode draad door beide studies is dat warmte het probleem groter maakt. Hoe heter het wegdek, hoe meer er vrijkomt. En dat is in Nederland minder abstract dan je misschien zou denken. Op zomerdagen kan een zwart wegdek hier gemakkelijk boven de 50°C komen en bij een buitentemperatuur van rond de 30°C ligt de oppervlaktetemperatuur van asfalt vaak rond de 57°C. Dat zit precies in het bereik waarin verschillende studies meetbare uitstoot vinden. Ook na zonsondergang houdt het niet op. De warmte die overdag is opgeslagen, zorgt ervoor dat asfalt ’s nachts blijft afgeven. De stoffen die dan vrijkomen, kunnen samenklonteren tot ultrafijne deeltjes die de luchtkwaliteit in stedelijke gebieden meetbaar verslechteren. In wijken met veel verharding en weinig groen telt dat extra aan, omdat er weinig is wat de lucht filtert of mengt.

Algen als mogelijke oplossing
Gelukkig wordt er ook gewerkt aan oplossingen. Een van de routes die nu wordt onderzocht, is het gedeeltelijk vervangen van bitumen door alternatieve bindmiddelen. Een interessante variant gebruikt algen die worden gekweekt op afvalwater uit een rioolwaterzuivering. Die algen worden vervolgens onder hoge temperaturen en zonder zuurstof verwerkt tot een soort biokoolstof, die je door asfalt kunt mengen. Onderzoek laat zien dat algenasfalt niet zozeer minder uitstoot geeft, maar dat de samenstelling van die uitstoot een stuk minder giftig wordt. In de tests bleek de toxiciteit ongeveer honderd keer lager dan bij gewoon asfalt. Daarbij komt dat het materiaal ook nog eens steviger lijkt te zijn, waardoor wegen langer meegaan en er minder vaak onderhoud nodig is. Binnenkort wordt er een proefvak aangelegd om te kijken hoe het zich in de praktijk gedraagt. In Europa wordt ondertussen al langer geëxperimenteerd met andere alternatieven, zoals lignine, een restproduct uit de papierindustrie. Ook daar zijn de resultaten hoopgevend en sommige praktijkvakken liggen al jaren met goed resultaat. Een combinatie van dit soort innovaties met de bestaande ontwikkeling richting laagtemperatuur-asfalt, dat bij lagere productietemperaturen wordt gemaakt en daardoor minder uitstoot veroorzaakt, kan op termijn flink schelen.

Wat betekent dit in de praktijk?
Je hoeft niet bij elke fietsrit angstig om je heen te kijken of er asfalt ligt. De geschatte bijdrage aan de individuele ziektelast is klein en de meeste mensen zullen er weinig tot niets van merken. Maar er zijn wel een paar dingen die je kunt meenemen. Op een hete zomerdag is een fietspad van tegels of klinkers prettiger dan een lang stuk donker, opgewarmd asfalt. Niet alleen omdat er minder dampen vrijkomen, maar ook omdat het minder warmte terugkaatst. Als je een rondje rent of fietst en je hebt de keuze, kies dan voor een route door een park of langs een groene strook in plaats van pal naast een drukke weg. De combinatie van uitlaatgassen en asfaltdampen is in de zomer minder gunstig dan een omweg via wat groen. Voor automobilisten geldt dat een goed werkend interieurfilter veel doet. De meeste moderne auto’s hebben tegenwoordig een HEPA-filter of een vergelijkbaar pollen- en fijnstoffilter, dat een groot deel van de schadelijke deeltjes uit de binnenlucht houdt. Zo’n filter slibt na verloop van tijd dicht en doet zijn werk dan minder goed. Het loont dus om bij de jaarlijkse onderhoudsbeurt even te vragen of het filter vervangen moet worden. Voor wie beroepsmatig met heet asfalt werkt of in de buurt van wegwerkzaamheden moet zijn, maakt een goed ademhalingsmasker echt verschil. Werkgevers in de wegenbouw zijn hier in Nederland over het algemeen alert op, maar het is goed om te weten dat die bescherming geen overdreven luxe is.

Slotwoord
Asfalt zit zo verweven in ons dagelijks leven dat we het zelden bewust waarnemen. Dat we nu beter beginnen te begrijpen wat er op hete dagen vrijkomt en hoe oud wegdek zich door de jaren heen gedraagt, is winst. Niet om in paniek te raken, maar om verstandige keuzes te kunnen maken in stedelijk ontwerp, in materiaalkeuze en in onderhoud. De ontwikkelingen rond algenasfalt en lignine laten zien dat er ook stappen worden gezet om het probleem aan de bron aan te pakken. Als wegen op den duur schoner en gezonder worden, profiteren we daar allemaal van: van de wegwerker tot de fietser tot de mensen die in een straat met veel verkeer wonen. Tot die tijd helpt het al om te weten dat wat onder onze voeten ligt niet helemaal neutraal is, en daar zo nu en dan rekening mee te houden (bron: Arizona State University).

Hoeveel weet jij over gezondheid? Doe de kennistest over voeding in 30 vragen!
Juglen Zwaan

Juglen Zwaan

Juglen Zwaan (1982) is spreker en schrijver over voeding en gezondheid. Hij is een gepassioneerde voedingskundige met een onbedwingbare honger naar nieuwe inzichten. Hij schreef de boeken De supplementenwijzer, De voedingswijzer, De receptenwijzer en De voedingswaardewijzer. Juglen maakt al meer dan 12 jaar deel uit van het radioprogramma gezondheidsnieuws en was vaste gast in het tv-programma ‘Wat eten we’ op de landelijke televisie. Hij studeerde Voeding & Gezondheid aan de Open Universiteit en Nutrition Science aan Stanford. Hij onderzoekt kritisch en combineert moderne wetenschap met eeuwenoude kennis. Hij hangt geen enkel voedingsgeloof aan, maar combineert vele visies. Als je meer wilt weten over de achtergrond van aHealthylife, zie dan Over ons voor meer informatie.