Je ziet het overal om je heen waar we vroeger zonder vragen bestrijdingsmiddelen accepteerden als onderdeel van de moderne landbouw, wordt er nu steeds vaker een vraagteken gezet. En dat is geen luxe, want de bewijzen stapelen zich op dat deze chemische stoffen veel meer schade aanrichten dan we lange tijd dachten.
De Vlinderstichting deed recent onderzoek en vond bestrijdingsmiddelen in tien Natura 2000-gebieden. Dit zijn plekken die Europa speciaal beschermt vanwege hun bijzondere natuur. Dat chemische stoffen zelfs daar terechtkomen, laat zien hoe wijdverspreid het probleem inmiddels is geworden. Het was slechts een kleine steekproef, maar het resultaat spreekt boekdelen over de reikwijdte van pesticiden in ons milieu.
Gezondheidsrisico’s komen aan het licht
De gezondheidseffecten worden steeds duidelijker zichtbaar. Neurologen zijn inmiddels glashelder in hun waarschuwing dat bepaalde hoeveelheden pesticiden parkinson kunnen veroorzaken. Dit is geen losse bewering, huisartsen in gebieden waar veel wordt gespoten, zien daadwerkelijk meer gevallen van deze slopende ziekte.
Bij Franse wijnboeren is parkinson zelfs een bekende beroepsziekte geworden. Deze zomer kwam er nog meer verontrustend nieuws bij. Italiaanse onderzoekers toonden aan dat ratten vaker kanker ontwikkelen wanneer ze meer van de onkruidbestrijder glyfosaat binnenkrijgen. Als verder onderzoek dit bevestigt, moet het gebruik direct worden verboden, stelt de Land en Tuinbouworganisatie Nederland.
Het probleem is dat elk lichaam anders reageert op deze stoffen. Experts vergelijken het met roken, sommige mensen worden ziek van kleine hoeveelheden, anderen lijken meer te kunnen hebben. Maar welke hoeveelheid is nog veilig? Dat valt moeilijk te bepalen.
De gevaarlijke cocktail
Nog zorgwekkender is dat het probleem niet alleen bij losse middelen ligt. Wetenschappers wijzen op de cocktails van bestrijdingsmiddelen die in het milieu terechtkomen. Deze mixen zorgen ervoor dat veel planten en dieren doodgaan in onze wateren en natuurgebieden.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden beoordeelt alleen individuele stoffen, maar naar het totaal aan middelen in het milieu kijken ze niet. Dit is een duidelijke blinde vlek in het systeem. Deskundigen proberen te signaleren hoe de wetgeving kan verbeteren, maar ze zijn gebonden aan de huidige regelgeving.
Het gebrek aan kennis over welke combinaties van bestrijdingsmiddelen giftige cocktails vormen, maakt het extra moeilijk om goede besluiten te nemen. We weten simpelweg te weinig over hoe verschillende stoffen samen inwerken op mens en natuur.
Rechters grijpen in
Gelukkig durven rechters steeds vaker in te grijpen wanneer de risico’s onduidelijk zijn. Deze zomer oordeelde een rechter dat een Limburgse lelieteler drie jaar lang geen pesticiden mag gebruiken. Het risico op parkinson en andere ziektes is volgens de rechter niet helder genoeg om het gebruik toe te staan.
In april deed de Raad van State, onze hoogste bestuursrechter, een uitspraak die nog verder gaat. Lelietelers in Drenthe moeten voortaan een natuurvergunning aanvragen voor het gebruik van pesticiden. Wanneer onduidelijk is welke gevolgen bestrijdingsmiddelen hebben op de natuur, is zo’n vergunning nodig.
De landbouwsector schreeuwt moord en brand. LTO noemt de uitspraak onuitvoerbaar in de praktijk. Maar neurologen zien juist hoop in deze ontwikkeling. Het wordt steeds duidelijker dat we voorzichtiger moeten zijn met stoffen waarvan we de langetermijneffecten niet goed kennen.
Alternatieven zijn er wel
Milieudeskundigen zien dat boeren vaak te snel naar de gifspuit grijpen. Veel agrariërs zijn nog opgeleid met het idee dat het vanzelfsprekend is om pesticiden te gebruiken. Terwijl er genoeg mogelijkheden zijn om geen chemische middelen te gebruiken of het gebruik flink te beperken.
Door de landbouw anders in te richten, kun je het gebruik van pesticiden sterk verminderen. Denk aan het inzetten van natuurlijke vijanden van plagen, groenere middelen gebruiken, of preciezer werken wanneer chemie echt nodig is. De kennis en technieken zijn er, maar de omslag vraagt tijd en investeringen.
Het vraagt wel om politieke moed om verandering door te voeren. Dat kan sneller dan het nu gaat, maar draagvlak creëren is lastig wanneer er machtige belangen meespelen. Die lobby van de chemische industrie is namelijk behoorlijk krachtig.
De werkelijkheid van alledag
De houding is vaak dat we doorgaan tot het tegendeel bewezen is. Maar ondertussen wonen er gewone mensen naast akkers waar volop wordt gespoten. Kinderen spelen in tuinen die grenzen aan behandelde velden. Families halen hun drinkwater uit gebieden waar pesticiden worden gebruikt. En daar zit de kern van het probleem. Terwijl de industrie en politiek discussiëren over bewijslast en economische belangen, leven gewone mensen dagelijks met mogelijke gevolgen. Voor hen is het geen theoretische discussie, maar pure werkelijkheid.
Een kantelpunt nadert
We staan op een kantelpunt in hoe we tegen bestrijdingsmiddelen aankijken. Het bewustzijn groeit, rechters durven in te grijpen, en steeds meer mensen stellen vragen bij wat we jarenlang als normaal beschouwden. De bewijzen tegen bestrijdingsmiddelen stapelen zich op, van parkinson tot kanker, van dode waterdieren tot vergiftigde natuurgebieden.
Verandering gaat niet van de ene op de andere dag. Te veel belangen spelen mee, te veel gewoontes moeten doorbroken worden. Maar de richting is duidelijk, we accepteren niet langer blindelings de risico’s van bestrijdingsmiddelen. De tijd dat chemische bestrijding als vanzelfsprekend werd gezien, loopt ten einde. Voor onze gezondheid en die van de natuur om ons heen is dat goed nieuws (bron: Nu.nl)!
Hoeveel weet jij over gezondheid? Doe de kennistest over voeding in 30 vragen!