Veel mensen kennen hun BMI. Die score gebaseerd op lengte en gewicht wordt al jaren gebruikt om te bepalen of iemand een gezond gewicht heeft. Maar hoe betrouwbaar is die maat eigenlijk als het gaat om je gezondheid? Nieuw onderzoek laat zien dat een simpele berekening met je tailleomvang en lengte veel meer zegt over je risico op hart- en vaatziekten.
Wetenschappers van de Universiteit van Pittsburgh volgden ruim 2.700 volwassenen zonder hart- en vaatziekten gedurende meer dan vijf jaar. Ze keken naar drie verschillende maten: BMI, buikomvang en de verhouding tussen buikomvang en lengte. In eerste instantie leken alle drie in verband te staan met een hoger risico op hart- en vaatziekten. Maar toen de onderzoekers rekening hielden met andere factoren zoals leeftijd, roken, bewegen, diabetes en cholesterol, bleef er maar één maat over die standhield: de verhouding tussen buikomvang en lengte. De resultaten zijn gepubliceerd in The Lancet Regional Health—Americas.
Waarom BMI tekortschiet
Het probleem met BMI is dat het geen onderscheid maakt tussen vet en spieren. Iemand die veel sport en veel spiermassa heeft, kan een hoge BMI hebben terwijl hij of zij kerngezond is. Andersom kan iemand met een normale BMI toch te veel vet hebben, vooral rond de buik. En juist dat buikvet is de boosdoener.
Vet rond je middel, ook wel visceraal vet genoemd, is het type vet dat diep in je buikholte zit, rond je organen. Dit vet gedraagt zich anders dan het vetweefsel onder je huid. Het is actiever en produceert stoffen die ontstekingen kunnen veroorzaken en je bloedvaten kunnen beschadigen. Daardoor verhoogt buikvet het risico op hartproblemen, zelfs als je gewicht er verder prima uitziet.
Vooral nuttig voor mensen zonder obesitas
Het onderzoek leverde nog een interessante bevinding op. De verhouding tussen buikomvang en lengte bleek vooral waardevol voor mensen met een BMI onder de 30. Dat is de grens waarbij iemand officieel obesitas heeft. Mensen met een BMI daaronder worden vaak niet als risicopatiënt gezien. Toch kunnen zij een verhoogd risico lopen als hun buikomvang te groot is in verhouding tot hun lengte. Komt die verhouding boven de 0,5 uit, dan is er reden om alert te zijn. Zelfs wanneer cholesterol en bloeddruk normale waarden laten zien.
Tailleomvang-lengte ratio
De onderzoekers denken dat artsen met deze maat eerder mensen kunnen opsporen die anders buiten beeld blijven. Iemand met een gezond ogend gewicht en normale bloedwaarden zou op basis van BMI geen extra aandacht krijgen. Maar een te hoge buikomvang-lengteverhouding kan wel degelijk wijzen op beginnende problemen.
Zelf controleren
Het handige aan deze maat is dat je hem thuis eenvoudig kunt bepalen. Meet je tailleomvang op de plek tussen je onderste rib en de bovenkant van je heupbot. Dat is meestal ter hoogte van je navel of net daarboven. Deel dat getal door je lengte in centimeters. Is de uitkomst hoger dan 0,5? Dan is het verstandig om wat extra aandacht te besteden aan je leefstijl.
Een score boven de 0,5 betekent niet meteen dat er iets aan de hand is. Het is geen reden voor paniek. Wel kan het een signaal zijn om eens kritisch te kijken naar je eetpatroon en hoeveel je beweegt. Kleine aanpassingen kunnen al verschil maken: vaker wandelen, minder suiker, meer groenten. Het gaat niet om radicale veranderingen, maar om duurzame gewoontes.
Slotwoord
BMI is jarenlang de standaard geweest, maar dit onderzoek maakt duidelijk dat het niet de beste graadmeter is voor je hartgezondheid. De verhouding tussen je buikomvang en lengte zegt meer. Vooral voor mensen die op basis van hun gewicht geen verhoogd risico lijken te hebben, kan deze simpele berekening waardevol zijn. Een meetlint en een rekenmachine zijn genoeg om te bepalen of je buikomvang binnen de gezonde grenzen valt (bron: MedicalXpress).