De top 12 voedingsmiddelen met de meeste inositol

Inositol wordt vaak onder de B-vitamines geschaard. Het vormt daarentegen geen essentiële voedingstof; een zogenoemde halfvitamine. Het lichaam kan inositol namelijk zelf aanmaken. Er is daarom ook geen ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) voor opgesteld. Inositol is o.a. betrokken bij de vetzuurstofwisseling, galvorming, hersenfunctie en insulinewerking. Inositol komt voor in verschillende voedingsmiddelen: groenten, fruit, noten en peulvruchten.

De top 12 voedingsmiddelen met de meeste inositol:


1. Pruim (gedroogd) – 470 mg per 100 gram
Pruimen kennen wij als echt zomerfruit. De aanvoer vanuit Nederland duurt maar kort en voor je het weet is het seizoen alweer voorbij. Toch is dit het wachten waard want pruimen van eigen bodem zijn van goede kwaliteit en hebben een lekkere smaak. Pruimen zijn steenvruchten. Steenvruchten dragen een harde, oneetbare pit in het midden van de vrucht. Botanisch gezien behoort de pruim tot de rozenfamilie onder het geslacht ‘prunus’. Hiermee is de pruim nauw verwant aan de kers. Er zijn veel verschillende rassen bekend, elke met een eigen vorm, kleur en smaak. Bekende soorten zijn de Opal, Reine Victoria, en Reine Claude. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van pruimen.


2. Meloen – 355 mg per 100 gram
De meloen is een fruitsoort, bij veel mensen geliefd als zomers tussendoortje. In de winkels zijn er veel soorten verkrijgbaar, elk met een eigen smaak, vorm en kleur. De meloen stamt af van de komkommerfamilie en is daarmee nauw verwant aan de komkommer, augurk en een aantal pompoenen. De meloen komt hoogstwaarschijnlijk oorspronkelijk uit Midden-Azië, al zijn er ook berichten dat de oorsprong zich in Afrika bevindt. Omdat meloenen zich goed laten kruisen, zijn er zoveel rassen te koop. In Nederland zijn de galia- en watermeloen de meest bekende, gevolgd door de cantaloupe met oranje vruchtvlees. De watermeloen staat botanisch gezien het verste af van de andere meloensoorten. Klik verder voor meer informatie over de voedingswaarde van meloen en watermeloen.


3. Sinaasappel – 307 mg per 100 gram
Sinaasappels, wie kent ze niet? Ook wel de appeltjes van oranje genoemd! Deze populaire citrusvruchten zijn niet meer weg te denken uit onze voeding. Van oorsprong komt de sinaasappel, net als veel ander citrusfruit, uit China. De kweek vindt nu vooral plaats in landen rondom de Middellandse Zee. In Nederland kennen wij vooral de hand- en perssinaasappelen (de ‘gewone’ sinaasappelen) maar er zijn ook losse rassen verkrijgbaar zoals de bloed- en navelsinaasappel. Sinaasappelen groeien aan bomen en zijn in het begin groen van kleur. Het fruit heeft kou nodig om te veranderen in een diep oranje kleur. In landen waar het ’s nachts niet koud (genoeg) wordt, worden de sinaasappelen vaak kunstmatig oranje gekleurd. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van sinaasappels.


4. Amandelen – 278 mg per 100 gram
Officieel is de amandel geen noot, maar een steenvrucht. Het is de pit (de noot) die wij consumeren. Deze bevindt zich binnen een harde schil. De noten worden voor de commerciële verkoop meestal gekraakt. In sommige gevallen wordt ook het vlies, door middel van blancheren, verwijderd. Zo ontstaat er onderscheid tussen bruine en blanke (witte) amandelen. De amandelboom wordt ongeveer 4-10 meter hoog en bloeit uitbundig in het voorjaar, met prachtige roze bloesem. Amandelen worden in ongeveer 46 landen geteeld. Het grootste deel van de productie is afkomstig uit de Verenigde Staten. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van amandelen.


5. Bonen – 235 mg per 100 gram
De bruine boon wordt in de hele wereld gegeten en is in Nederland vooral geliefd als winterkost. Ook op scholen wordt de bruine boon veelvuldig gebruikt als voorbeeld hoe een zaadje ontkiemt. Veel Nederlanders rekenen bruinen bonen tot de groenten, maar de bruine boon is een peulvrucht en daarmee een prima koolhydraat- en eiwitvervanger. De bruine boon is een stamboon die behoort tot de gewone boon. Van bruine bonen kennen we twee soorten: de ronde kleine boon en de langwerpige. Beide groeien aan een vlinderbloemige plant in peulen. De teelt vindt vooral plaats in Noord-Holland en Zeeland. De bruine boon is zowel gedroogd verkrijgbaar als geconserveerd in blik of glas. Vers en nog in de peul vind je bruine bonen vrijwel nergens, maar die zijn wel erg smakelijk. Bruine bonen horen tot de goedkoopste peulvruchten en vormen daarmee een portemonneevriendelijke maaltijd. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van bruine bonen.


6. Grapefruit – 199 mg per 100 gram
De grapefruit is een van de grootste citrusvruchten met wit tot roze vruchtvlees. De schil is licht-oranje van kleur en gladder dan van een sinaasappel. Niet iedereen houdt van deze vrucht, vanwege de wat bittere smaak. Waarschijnlijk is het ontstaan van de grapefruit te danken aan de natuurlijke kruising van een sinaasappel met een pompelmoes: een vrucht die op de grapefruit lijkt maar groter is, met een dikkere schil. Een kruising tussen een pompelmoes en een grapefruit heet overigens een pomelo. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van grapefruits.


7. Walnoten – 198 mg per 100 gram
De walnoot is een van de bekendste, gezondste en meest gegeten noten in Nederland. Eigenlijk zijn walnoten geen echte noten, maar vallen ze onder de steenvruchten. Walnoten groeien aan de okkernootboom genaamd ‘Juglans Regia’. In de volksmond heet deze boom gewoon een walnotenboom. Na vijf tot acht jaar vormt de boom pas vruchten en dit gaat door tot de boom ongeveer 100 jaar oud is. Walnoten zijn steenvruchten die groeien met een vlies in een harde, tweedelige dop. Deze dop wordt extra beschermd door een groene bolster. Deze barst vanzelf open wanneer de walnoten rijp zijn. Vanwege de vele goede vetzuren en antioxidanten is dit echt een superfood van eigen bodem. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van walnoten.


8. Limoen – 194 mg per 100 gram
Een limoen is een zure vrucht die behoort tot de wijnruitfamilie, evenals sinaasappels en citroenen. De limoen behoort tot de kleinste citrusvrucht van deze familie. Veel mensen kennen de limoen ook wel als ‘lime’, wat de Engelse benaming is. Limoenen zijn naast familie van de citroen ook qua smaak daaraan verwant. Toch zijn er wel degelijk verschillen. Limoenen zijn klein en rond. De schil is dunner dan die van een citroen en licht- tot donkergroen van kleur. De smaak van het zure sap en de rasp is wat aromatischer. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van limoenen.


9. Sperziebonen – 193 mg per 100 gram
Sperziebonen vormen een geliefde groente bij veel Nederlanders. Deze groente is in het voorjaar en de zomer het lekkerst, want dan komen de frisgroene boontjes van eigen land. Oorspronkelijk komt de sperzieboon uit Zuid-Amerika, maar tegenwoordig wordt deze groente op veel plekken op de wereld verbouwd. De sperzieboon doet het zowel goed in een gematigd klimaat als in warmere oorden. De sperzieboon is een peulvrucht die wij vers eten. In tegenstelling tot andere peulvruchten eten wij zowel de peul als het zaad. Sperziebonen worden daarom ‘verse peulvruchten’ genoemd en mogen worden gerekend tot groente-inname. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van sperziebonen.


10. Braam – 173 mg per 100 gram
Bramen zijn typisch zomerfruit, maar minder bekend en geliefd dan soorten als aardbei en blauwe bes. Rijpe bramen zijn zeer sappig en smaken zoet met een klein zuurtje. Bramen bestaan uit allemaal kleine deelvruchtjes. Wilde bramen (of bosbramen) vormen een ras uit de rozenfamilie. Ze groeien in bossen, langs paden en spoorwegen aan dichtbegroeide struiken met veel stekels. De struiken kunnen wel 6 meter hoog worden. De braam wordt ook beroepsmatig geteeld. De commerciële bramenteelt gebeurt met andere rassen, waarvan de planten geen stekels hebben en de vruchten groter zijn. Dit wordt de cultuurbraam genoemd. Bramen kleuren eerst groen, worden daarna rood en zijn geheel zwart (en zacht) wanneer ze rijp zijn. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van bramen.


11. Perzik – 164 mg per 100 gram
De perzik is het zachte broertje van de nectarine. Met zijn aaibare en donsachtige schil is hij van de nectarine te onderscheiden. Perziken zijn echt zomerfruit; ze liggen tijdens warme buitentemperaturen massaal in de winkels. De vruchten groeien niet in eigen land, maar zijn wel erg geliefd. Perziken komen oorspronkelijk uit China en zijn via Perzië (nu Iran) naar Europa vervoerd. Het Latijnse woord ‘persicus’ betekent dan ook ‘Perzisch’.
De perzik is een steenvrucht, net als de verwante nectarine. Het grote verschil met deze vrucht is de schil. Bij een nectarine is deze glad, een perzik heeft een zacht en aaibaar schilletje. Niet iedereen vindt dit lekker. Om deze reden wint de nectarine de laatste jaren aan populariteit. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van perziken.


12. Dadel (gedroogd) – 152 mg per 100 gram
De dadel is een steenvrucht. Steenvruchten dragen een harde pit in het midden van de vrucht die niet eetbaar is. Dadels kunnen zowel vers als gedroogd gegeten worden en winnen in Nederland steeds meer aan populariteit. In het Midden-Oosten is de vrucht zeer algemeen en wordt deze vaak gegeten. Dadels behoren tot één van de oudste gecultiveerde vruchten ter wereld. Waarschijnlijk is de teelt begonnen in het Midden-Oosten. Nu vindt de grootschalige teelt vooral plaats in Noord-Afrika en de Arabische landen. Dadels groeien in enorme trossen aan een dadelpalm. De trossen worden vaak zo groot dat deze uitgedund worden zodat de overgebleven dadels meer ruimte krijgen om te groeien. Medjooldadels staan bekend als de smakelijkste dadels. Gedroogde dadels kunnen wel erg rijk zijn aan suiker, deze kun je dus beter met mate eten. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van dadels.

Bonus voedingsmiddelen:

Zie voor meer informatie over inositol in onze voeding ook het boek: