De top 12 voedingsmiddelen met de meeste zwavel

Zwavel is een (macro)mineraal wat ons lichaam in grotere hoeveelheden, net als bijvoorbeeld calcium en magnesium, nodig heeft. Desondanks is er nog geen aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vastgesteld. We vinden zwavel terug in MSM. Dit is de afkorting voor Methylsulfonylmethaan, waarin “sulf” staat voor zwavel. Zwavel is belangrijk bij de vorming van sterke nagels, een mooie huid en onze haardos. Zwavel is ook betrokken bij een goede werking van het hormoon insuline, welke onze bloedsuiker reguleert. Een tekort aan zwavel kan zich uiten in verschillende symptomen. Uiteenlopend van een droge huid tot het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ook haaruitval en breekbare, brokkende nagels kunnen in verband worden gebracht met een tekort aan dit mineraal. Zwavel komt vooral voor in dierlijke producten, maar ook in bijvoorbeeld noten en groenten.

De top 12 voedingsmiddelen met de meeste zwavel:


1. Mosselen – 350 mg per 100 gram
Hoewel de mossel gezien kan worden als een superfood, is het eten ervan niet zonder risico: mosselen filteren het water, waardoor er virussen en algen in terecht kunnen komen. Sommige algen produceren gifstoffen die bij mensen een vergiftiging kunnen veroorzaken. Deze algengifstoffen noemt men ook wel fycotoxines. Verhitting heeft hier geen invloed op. Daarom is het belangrijk om mosselen die tijdens het koken dicht blijven, niet op te eten. De kans op het eten van een verkeerde mossel is klein. Mosselen in de winkel zijn doorgaans veiliger dan zelf geraapte in de natuur. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van mosselen.


2. Kip – 300 mg per 100 gram
Kippenvlees is in Nederland erg populair en wordt veel gegeten. Kip wordt ook wel ‘wit vlees’ genoemd en staat bekend als mager. Kipfilet is het populairst, gevolgd door kippenpoten (drumsticks), kippenvleugels en kippendijfilet. De kwaliteit van het leven dat de kip heeft gehad voorafgaand aan de slacht loopt in Nederland erg uiteen. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van kip.


3. Paranoten – 290 mg per 100 gram
Paranoten vinden we vooral terug in notenmixen en ze zijn voor veel mensen een van de minst geliefde noten vanwege de aardse smaak en de vaste structuur. Een andere benaming voor paranoot is ‘Braziliaanse noot’ (Brazil nut) of ‘Amazonianoot’. Deze namen vertellen ons alles over het oorspronkelijke gebied van de paranoot. Paranoten zijn de eigenlijke zaden van de paranotenboom, welke groeit in het Amazonegebied. Botanisch gezien zijn paranoten dus geen noten maar zaden. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van paranoten.

4. Gedeelde plaats:


a. Pinda – 260 mg per 100 gram
Deze worden vaak onder de noten geschaard, maar dat zijn ze niet. Pinda’s komen van een plant uit de vlinderbloemenamilie (Fabaceae) en zijn daarmee peulvruchten. De ‘nootjes’ groeien in peulen onder de grond. Daarom heten pinda’s ook wel aardnoten of grondnoten. De noten zijn extreem voedzaam. Ze bevatten veel B-vitamines en vitamine E. Ook zijn ze rijk aan mineralen. Het beste is om pinda’s uit de peul te eten, nadat ze zijn geroosterd. Gebakken pinda’s komen uit de frituurpan en zijn daardoor een stuk ongezonder. Het rode vliesje om de pinda kun je het beste ook opeten voor nog meer antioxidanten. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van pinda’s.


b. Sardines – 260 mg per 100 gram
Deze vis is vernoemd naar het Italiaanse eiland Sardinië, waar deze soort in het verleden in grote aantallen voorkwam. Sardines zijn erg voedzaam. Deze vis staat aan het begin van de voedselketen en bevat daardoor weinig zware metalen. Sardientjes worden meestal inclusief skelet gegeten, waardoor het een goede bron van calcium is. Vaak komen sardientjes uit blik in zonnebloemolie. Het beste is om te kiezen voor de variant in water, om zo de balans tussen omega 3 en 6 gunstig te houden. Sardientjes zijn van zichzelf rijk aan omega 3. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van sardines.


5. Parmezaanse kaas – 250 mg per 100 gram
Parmezaanse kaas is een karakteristieke kaassoort die oorspronkelijk uit de streek ‘Parma’ in Italië komt. Het recept is eeuwenoud en bestaat uit niet veel meer dan melk en stremsel. Parmezaanse kaas kent een lang rijpingsproces van maanden tot jaren en er is veel melk nodig om één kaasvorm van te kunnen maken. De kaas is lang houdbaar en er is weinig van nodig om een gerecht de typische smaak te geven. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van Parmezaanse kaas.


6. Kabeljauw – 230 mg per 100 gram
Komt rijkelijk voor in de Atlantische oceaan en de Noordzee. Van de levers van deze witvis wordt levertraan gewonnen. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van Kabeljauw.

7. Gedeelde plaats:


a. Biefstuk – 220 mg per 100 gram
Bekend zijn de ossenhaas (zit in de rug van het rund, zoals tournedos, dat uit het middenstuk wordt gesneden), een entrecote (loopt langs laagste deel van de rug voor het kruis, ook wel de lende genoemd) en de côte de boeuf (Komt van de laatste zes ribben van het rund, ook wel Rib eye genoemd). De kogelbiefstuk is de kogel die vastzit aan de bovenbil. Deze is doorgaans erg mals. Wanneer de biefstuk bij serveren bijna rauw is, spreekt men over ‘rare’. Bij een rode kers over ‘medium’ en helemaal doorbakken ‘well done’. Op het gebied van nutriënten is een biefstuk niet het meest voedzame stukje vlees van een dier. Orgaanvlees verslaat dit spierweefsel met gemak omdat de vitale organen doorgaans meer voedingsstoffen bevatten. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van biefstuk.


b. Zalm – 220 mg per 100 gram
Het merendeel van de zalmen die verkocht worden is gekweekt. De kwaliteit hiervan is zeer wisselend en de omega 3- en 6-verhouding is zeker niet optimaal. Kweekzalm bevat vaak grote hoeveelheden toxines. Het beste kan gekozen voor de wilde variant, onder meer te herkennen aan het MSC-logo. Zalm is mooi roze door de kleurstof astaxanthine. Deze kleurstof komt in natuurlijke zalmen terecht via het zeevoedsel zoals krill. Kweekzalmen zijn soms bijgekleurd met een synthetische vorm van astaxanthine die gemaakt wordt uit aardolie. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van zalm.


8. Eieren – 180 mg per 100 gram
Nederlanders consumeren vooral de eieren van de kip (leghen), maar er worden ook eieren van de eend, gans en kwartel voor de industrie gebruikt. Eieren bestaan uit eigeel, eiwit en de schaal die is gemaakt van kalk. Deze schaal kan bruin of wit van kleur zijn. Dit heeft te maken met het ras van de kip en niet met de voedingswaarde. Eieren zijn goedkoop en erg gezond. Ze vormen een goede vervanging voor vlees en vis en kunnen dus gemakkelijk ingezet worden bij een vegetarische maaltijd. In Nederland worden veel eieren gegeten. In ons land worden maar liefst 10 miljard eieren per jaar geproduceerd. Gemiddeld eten we zo’n 200 eieren (heel en verwerkt) per persoon per jaar! Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van eieren.


9. Amandelen – 150 mg per 100 gram
Officieel is de amandel geen noot, maar een steenvrucht. Het is de pit (de noot) die wij consumeren. Deze bevindt zich binnen een harde schil. De noten worden voor de commerciële verkoop meestal gekraakt. In sommige gevallen wordt ook het vlies, door middel van blancheren, verwijderd. Zo ontstaat er onderscheid tussen bruine en blanke (witte) amandelen. De amandelboom wordt ongeveer 4-10 meter hoog en bloeit uitbundig in het voorjaar, met prachtige roze bloesem. Amandelen worden in ongeveer 46 landen geteeld. Het grootste deel van de productie is afkomstig uit de Verenigde Staten. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van amandelen

10. Gedeelde plaats:


a. Kool – 90 mg per 100 gram
De verschillende soorten kolen behoren tot de kruisbloemenfamilie. Witte en rode kool, groene kool, bloemkool, broccoli en spruitjes: het zijn allemaal koolsoorten. Het zijn voor een groot deel populaire wintergroenten die in Nederland veel gegeten worden. Naast smakelijk, zijn kolen vaak goedkoop, waardoor er een goedkope en gezonde maaltijd mee te bereiden is. Klik voor meer informatie over witte kool, rode kool, groene kool (savooikool) en spitskool.


b. Spinazie – 90 mg per 100 gram
Deze groente staat tegenwoordig als superfood bekend. Hoewel de voedende waarde zeer hoog is, kun je deze groente beter afwisselen met andere bladgroente. Dit vanwege het hoge gehalte aan oxaalzuur. Oxaalzuur kan een complex met calcium vormen, waardoor het calciumoxalaat kan neerslaan in de nieren en er nierstenen kunnen worden gevormd. Lange tijd werd het afgeraden om spinazie voor een tweede maal op te warmen vanwege mogelijk te hoge nitrietconcentraties. Dit advies stamde uit een tijd dat koelkasten geen gemeengoed waren. Tegenwoordig heeft iedereen een koelkast en kunnen we gerust spinazie uit de koelkast een tweede maal opwarmen. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van spinazie.

11. Gedeelde plaats:


a. Kikkererwten – 80 mg per 100 gram
Kikkererwten zijn peulvruchten en zijn zowel gedroogd als geconserveerd verkrijgbaar. Ze spelen een hoofdrol in de bekende smeerpasta ‘hummus’ maar zijn ook lekker in salades en stoofschotels. Kikkererwten zijn niet voor iedereen gemakkelijk verteerbaar. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van kikkererwten.


b. Spruitjes – 80 mg per 100 gram
Spruitjes! Dé groente waar men een haat-liefde verhouding mee heeft. Vooral kinderen kunnen de groente vaak niet waarderen vanwege de wat bittere smaak. Deze was vroeger trouwens veel sterker aanwezig. Spruiten smaken tegenwoordig een stuk milder. Spruitjes, oorspronkelijk ‘spruitkool’ genoemd, zijn een winterharde koolsoort waarvan wij de knoppen eten. Spruitjes kunnen gemakkelijk temperaturen aan tot -15 graden Celsius. Alhoewel spruitjes tegenwoordig niet meer uit het Hollandse dagmenu zijn weg te denken, komt de soort oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. Spruitjes groeien heel anders dan andere koolsoorten. Hangend aan een stok, lijken ze wel wat op een bellenrammelaar. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van spruitjes.


12. Ui – 50 mg per 100 gram
De ui, ook wel ajuin genoemd, is een bekende smaakmaker in tal van gerechten en vaak het begin van het bereiden van de maaltijd: het pellen, snipperen en fruiten van een ui. De ui behoort tot de lookfamilie, net als prei, knoflook en sjalotjes, en is een bolgewas. Waarschijnlijk komen uien uit Midden-Azië. Uit gevonden geschriften blijkt namelijk dat de plant in Azië, Iran en Afghanistan werd geteeld. Later is de ui bekend geworden in China en India. Vanuit hier is de groente verspreid naar Egypte en Europa; beginnend in Griekenland. Bij het verbouwen van uien zijn er verschillende teeltwijzen te onderscheiden. Zo zijn er zaaiuien, winteruien maar bijvoorbeeld ook de teelt van zilveruien. Plantuien worden puur en alleen geteeld als bolletjes voor de volgende oogst. Klik hier voor meer informatie over de voedingswaarde van uien.

Bonus voedingsmiddel:

Zie voor meer informatie over zwavel  in onze voeding ook het boek: