E215 - Natriumethylparabeen
De veiligheidsscore geeft aan hoe veilig dit E-nummer is op een schaal van 0 tot 100, op basis van wetenschappelijk onderzoek.
- ● 60–100: Geen bezwaar — Veilig bevonden in onderzoek
- ● 40–59: Beperk gebruik — Mogelijk risico, nader onderzoek nodig
- ● 0–39: Zo min mogelijk — Risico’s vastgesteld in onderzoek
De vergelijking laat zien hoe dit E-nummer scoort ten opzichte van alle andere E-nummers die wij beoordeeld hebben.
Dit E-nummer scoort beter dan 15% en slechter dan 85% van alle E-nummers. Hoe hoger het percentage, hoe veiliger.
De herkomst geeft aan waar dit E-nummer vandaan komt en hoe het geproduceerd wordt:
- Natuurlijk — Komt voor in de natuur en wordt daaruit gewonnen
- Halfnatuurlijk — Natuurlijke grondstof, chemisch gewonnen of gezuiverd
- Synthetisch — Volledig kunstmatig geproduceerd in een fabriek
- Mineraal — Gewonnen uit minerale bronnen (gesteente, zout)
- Gemodificeerd — Natuurlijke stof waarvan de molecuulstructuur is veranderd
- Ook bekend als
- Ethyl-p-hydroxybenzoaat natriumzout, Natrium-ethyl-p-hydroxybenzoaat, Sodium ethyl para-hydroxybenzoate, Sodium ethylparaben, Ethylparabeen natriumzout, Natriumethylparabeen, Ethylparaben sodium salt
- Komt voor in
- Salades, Sauzen, Zoetwaren, Visconserven, Bewerkte voedingsmiddelen
- ADI
- De ADI is 0-10 mg/kg lichaamsgewicht per dag, vastgesteld door EFSA. Dit geldt voor de som van methyl- en ethylparabeen en hun natriumzouten samen. Voor een volwassene van 70 kg betekent dit maximaal 700 mg per dag via voeding. Let op: deze ADI houdt alleen rekening met inname via voeding, niet met blootstelling via cosmetica en verzorgingsproducten.
- EU-status
- Goedgekeurd
- Dieetinfo
- Geschikt voor alle diëten: vegetarisch, veganistisch, halal en kosher. Natriumethylparabeen is volledig synthetisch en bevat geen dierlijke bestanddelen.
Ethylparabeen vertoont oestrogene (hormoonverstorende) activiteit in zowel celstudies als dierproeven, ook bij doseringen nabij de aanvaardbare dagelijkse inname. Kinderen en zwangere vrouwen worden als extra kwetsbaar beschouwd voor hormoonverstoorders. De ADI geldt alleen voor inname via voeding, terwijl parabenen ook via cosmetica worden opgenomen, waardoor de totale blootstelling hoger kan uitvallen. Bij 9 van de 10 meegenomen studies was de financieringsbron onbekend, wat de onafhankelijkheid van het bewijs lastig te beoordelen maakt.
EFSA beoordeelde ethylparabeen in 2004 als veilig bij normale consumptieniveaus via voeding. Bij de gebruikelijke concentraties in levensmiddelen worden zelden bijwerkingen gemeld. De stof is geschikt voor alle diëten, inclusief veganistisch, vegetarisch, halal en kosher.
Natriumethylparabeen (E215) is een synthetisch conserveermiddel dat behoort tot de parabeengroep. Het is het natriumzout van ethylparabeen (E214) en wordt chemisch gemaakt uit p-hydroxybenzoëzuur. Hoewel benzoëzuur van nature voorkomt in bessen, fruit en kaneel, is de stof die als E215 in voeding wordt gebruikt volledig synthetisch geproduceerd. Het middel werkt vooral goed tegen schimmels en gisten en wordt toegepast in producten als salades, sauzen, zoetwaren en visconserven.
De belangrijkste zorg rond natriumethylparabeen is de oestrogene (hormoonverstorende) activiteit die in meerdere studies is aangetoond. Zowel in celstudies met menselijke borstkankercellen als in dierproeven met ratten bleek ethylparabeen oestrogene effecten te hebben, zelfs bij doseringen die dicht bij de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) liggen. De ADI is door EFSA vastgesteld op 0-10 mg/kg lichaamsgewicht per dag, en dat geldt voor de som van methyl- en ethylparabeen en hun natriumzouten samen. Voor een volwassene van 70 kg komt dat neer op maximaal 700 mg per dag uit voeding. Dat klinkt als veel, maar bedenk dat deze ADI alleen rekening houdt met inname via voeding. Parabenen zitten ook in cosmetica en verzorgingsproducten, waardoor je totale dagelijkse blootstelling hoger kan zijn.
Kinderen en zwangere vrouwen worden als extra kwetsbare groepen beschouwd. Jonge organismen zijn doorgaans gevoeliger voor stoffen met hormoonverstorende eigenschappen. Hoewel er voor ethylparabeen specifiek geen apart onderzoek is gedaan bij deze groepen, is voorzichtigheid op zijn plaats. Daarnaast kunnen parabenen bij een kleine groep mensen pseudo-allergische reacties veroorzaken doordat ze histamine kunnen vrijmaken. Bij mensen met huidproblemen kunnen parabenen de klachten verergeren, al wordt dit vooral bij cosmetica gezien en zelden bij levensmiddelen.
E215 is nog steeds toegelaten als voedingsadditief in de EU. Toch is het goed om te weten dat het bewijs voor de veiligheid beperkt is. Er zijn relatief weinig studies specifiek over ethylparabeen gedaan en de meeste kennis komt uit onderzoek naar de bredere parabeengroep. Als je liever op safe speelt, kun je producten met parabenen vermijden. Er bestaan genoeg andere conserveermiddelen die minder vragen oproepen.
Wat zegt de wetenschap?
We vonden 11 relevante studies over natriumethylparabeen als voedingsadditief. Na beoordeling zijn 10 studies meegenomen in onze analyse. Daarvan is er één onafhankelijk gefinancierd en bij 9 studies was de financieringsbron onbekend.
De EFSA beoordeelde in 2004 de veiligheid van parabenen (E214-E219) en concludeerde dat ethylparabeen veilig is bij normale consumptie via voeding. Wel merkte het panel op dat de blootstellingsschatting voor Europa onvoldoende was. De ADI werd vastgesteld op 0-10 mg/kg lichaamsgewicht per dag voor de som van methyl- en ethylparabeen en hun natriumzouten. Dit is de meest recente officiële EFSA-evaluatie voor deze stof.
Sindsdien zijn er meerdere studies verschenen die een genuanceerder beeld geven. Een in-vitrostudie uit 2002 (Byford et al.) toonde aan dat ethylparabeen oestrogene activiteit vertoont in menselijke borstkankercellen. Een dierstudie uit 2016 (Sun et al.) ging een stap verder en liet zien dat ethylparabeen bij orale toediening aan jonge ratten oestrogene effecten veroorzaakte bij doseringen die dicht bij de ADI lagen. Dit is een opvallende bevinding, omdat de EFSA in 2004 concludeerde dat ethylparabeen geen effecten toonde op geslachtshormonen bij juveniele ratten. Het verschil zit in de onderzochte eindpunten: de EFSA keek naar mannelijke geslachtshormonen en voortplantingsorganen, terwijl Sun et al. oestrogene effecten (zoals baarmoedergewicht) onderzochten. Het zijn dus verschillende metingen, maar samen roepen ze wel vragen op over de volledigheid van de oorspronkelijke veiligheidsbeoordeling.
Een dierstudie van Tong et al. (2023) toonde aan dat parabenen bij ADI-doseringen het tumorvolume en de metastasen verhoogden bij muizen. Het is belangrijk om te weten dat deze studie methylparabeen en propylparabeen testte, niet ethylparabeen. De bevindingen zijn wel relevant vanwege de structurele verwantschap tussen deze stoffen, maar je kunt ze niet één-op-één vertalen naar ethylparabeen. Bovendien werden muizen gebruikt die genetisch geprogrammeerd waren om borsttumoren te ontwikkelen. De parabenen versnelden het proces, maar veroorzaakten de kanker niet zelf.
Verschillende reviews bieden een gemengd beeld. Een review uit 2013 (Karpuzoglu et al.) concludeerde dat parabenen bij enkelvoudige blootstelling veilig lijken, maar dat het cumulatieve risico onbekend is. Diezelfde review noemde parabenen een "verwaarloosbaar endocrien risico" maar waarschuwde tegelijkertijd voor onbekende cumulatieve effecten. Die interne tegenstrijdigheid maakt het lastig om een eenduidige conclusie te trekken. Een veiligheidsreview uit 2005 (Soni et al.) noemde parabenen grotendeels niet-toxisch, maar gaf aan dat de oestrogene activiteit en reproductieve effecten nog onduidelijk waren. Al met al is het wetenschappelijke bewijs beperkt en zijn er duidelijke kennislacunes, vooral rond langdurige en cumulatieve blootstelling.
Bredere context
Regelgeving en status
Natriumethylparabeen (E215) is in de EU nog steeds goedgekeurd als voedingsadditief. Let op: propylparabeen (E216) en het natriumzout daarvan (E217) zijn sinds 2006 wél verboden in de EU als voedingsadditief. Dit wordt soms verward, maar voor E215 geldt dit verbod niet. De ADI van 0-10 mg/kg lichaamsgewicht per dag is vastgesteld door EFSA en geldt voor de som van methyl- en ethylparabeen en hun natriumzouten samen.
Cumulatieve blootstelling
Een belangrijk aandachtspunt is dat de ADI alleen rekening houdt met inname via voeding. Parabenen worden ook veel gebruikt in cosmetica, shampoos, lotions en andere verzorgingsproducten. Via de huid neem je ook parabenen op, waardoor je totale dagelijkse blootstelling aanzienlijk hoger kan zijn dan wat je via voeding binnenkrijgt. Dit maakt het lastig om te beoordelen of je werkelijk onder de veilige grens blijft.
Kwetsbare groepen
- Kinderen kunnen extra gevoelig zijn voor de hormoonverstorende eigenschappen van parabenen. Jonge organismen zijn doorgaans gevoeliger voor endocriene verstoorders.
- Zwangere vrouwen worden eveneens als kwetsbare groep beschouwd, al is er voor ethylparabeen specifiek geen apart onderzoek bij deze groep gedaan.
- Mensen met huidproblemen of een gevoeligheid voor histamine kunnen in zeldzame gevallen pseudo-allergische reacties ervaren.
Parabenen hebben geen IARC-classificatie (er is geen officiële beoordeling van het kankerrisico door het IARC). De consistente oestrogene activiteit die in zowel celstudies als dierproeven bij lage doseringen is aangetoond, is wel een relevant veiligheidssignaal dat aandacht verdient.
Bijwerkingen
Bij de gebruikelijke concentraties in levensmiddelen worden zelden bijwerkingen gemeld. Parabenen kunnen bij een kleine groep mensen histamine vrijmaken en daardoor pseudo-allergische reacties veroorzaken. Bij mensen met huidproblemen kunnen parabenen de klachten verergeren, al wordt dit vooral bij cosmetica gezien en niet bij levensmiddelen.
Financiering van het onderzoek
Van de 10 meegenomen studies is er slechts één onafhankelijk gefinancierd (de EFSA-evaluatie uit 2004, gefinancierd door de Europese Commissie). Bij de overige 9 studies was de financieringsbron niet vermeld of onbekend. Er zijn geen studies gevonden die door de voedingsindustrie zijn gefinancierd.
Het hoge percentage studies met onbekende financiering maakt het lastig om de onafhankelijkheid van het bewijs goed te beoordelen. Het betekent niet automatisch dat er sprake is van belangenverstrengeling, maar het ontbreken van transparantie over financiering is op zichzelf een punt van zorg. Voor een stof waarbij hormoonverstorende effecten zijn aangetoond, zou je meer onafhankelijk en transparant gefinancierd onderzoek willen zien.
Beoordeling medische literatuur
Het onderzoek naar natriumethylparabeen laat een aantal tegenstrijdigheden zien die je als lezer moet kennen. De EFSA beoordeelde de stof in 2004 als veilig, maar keek daarbij naar andere eindpunten (mannelijke geslachtshormonen) dan latere studies die oestrogene effecten bij lage doseringen aantoonden (baarmoedergewicht bij ratten). Dat zijn verschillende metingen, maar samen roepen ze vragen op over de volledigheid van de oorspronkelijke beoordeling.
Daarnaast is een deel van het bewijs afkomstig uit studies naar andere parabenen (methyl- en propylparabeen), niet specifiek ethylparabeen. De structurele verwantschap maakt die studies relevant, maar je kunt de resultaten niet zonder meer één-op-één vertalen. Een review noemde parabenen een "verwaarloosbaar endocrien risico" maar waarschuwde in dezelfde publicatie voor onbekende cumulatieve effecten. Die tegenstrijdigheid maakt het lastig om een eenduidige conclusie te trekken.
Tot slot was bij 9 van de 10 studies de financieringsbron onbekend. Dat betekent niet dat het onderzoek onbetrouwbaar is, maar het maakt het wel moeilijker om de onafhankelijkheid te beoordelen. Voor een stof met aangetoonde hormoonverstorende activiteit zou je meer transparant gefinancierd onderzoek willen zien.
Onderzochte studies
| Studie | Type | Conclusie | Bewijskracht | Financiering |
|---|---|---|---|---|
|
R. Anton et al. (2004)
Ethylparaben veilig bij normale consumptie; blootstellingsschatting Europa onvoldoende
|
EFSA/WHO-evaluatie | Overwegend veilig | 53% |
Onafhankelijk
Gefinancierd door european commission
|
|
Sun et al. (2016)
Ethylparabeen toont oestrogene effecten bij ADI-nabije doses in ratten
|
Dierstudie | Schadelijk | 38% | Onbekend |
|
Tong et al. (2023)
Parabenen verhogen tumorvolume en metastasen bij ADI-dosering in muizen
|
Dierstudie | Schadelijk | 18% | Onbekend |
|
Vandenberg, L. N., Bugos, J. (2021)
Review concludeert: onvoldoende bewijs voor veilig gebruik van propylparabeen
|
Review | Schadelijk | 18% | Onbekend |
|
Byford et al. (2002)
Ethylparabeen vertoont oestrogene activiteit in menselijke borstkankercellen
|
In vitro | Schadelijk | 16% | Onbekend |
|
Karpuzoglu et al. (2013)
Parabenen lijken veilig bij enkelvoudige blootstelling, maar cumulatief risico onbekend
|
Review | Gemengd | 15% | Onbekend |
|
Soni et al. (2005)
Parabenen grotendeels niet-toxisch, maar estrogeniciteit en reproductieve effecten onduidelijk
|
Review | Gemengd | 5% | Onbekend |
|
Czaczkowska et al. (2025)
Review noemt parabenen als EDC's, geen specifieke E215-bevindingen
|
Review | — | 0% | Onbekend |
|
Gálvez-Ontiveros et al. (2021)
Studie meet parabenen in voedsel, geen veiligheidsconclusie over E215
|
Blootstellingsstudie | — | 0% | Onbekend |
|
Snodin, D. (2017)
Ethylparabeen-veiligheidsdata onvoldoende; studie focust op propylparabeen
|
Review | — | 0% | Onbekend |
Verantwoording
Algoritme versie: v1.7. Analyse uitgevoerd op: 11 maart 2026. Lees meer over onze methodologie.
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld op basis van wetenschappelijk onderzoek. Scores worden algoritmisch berekend op basis van de onderliggende studies. Elke pagina wordt met de hand gecontroleerd door de redactie. Deze informatie vervangt geen professioneel voedings- of medisch advies. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts of diëtist. Mocht er onverhoopt een fout staan, laat het ons weten via info@ahealthylife.nl.