E462 - Ethylcellulose
De veiligheidsscore geeft aan hoe veilig dit E-nummer is op een schaal van 0 tot 100, op basis van wetenschappelijk onderzoek.
- ● 60–100: Geen bezwaar — Veilig bevonden in onderzoek
- ● 40–59: Beperk gebruik — Mogelijk risico, nader onderzoek nodig
- ● 0–39: Zo min mogelijk — Risico’s vastgesteld in onderzoek
De vergelijking laat zien hoe dit E-nummer scoort ten opzichte van alle andere E-nummers die wij beoordeeld hebben.
Dit E-nummer scoort beter dan 78% en slechter dan 22% van alle E-nummers. Hoe hoger het percentage, hoe veiliger.
De herkomst geeft aan waar dit E-nummer vandaan komt en hoe het geproduceerd wordt:
- Natuurlijk — Komt voor in de natuur en wordt daaruit gewonnen
- Halfnatuurlijk — Natuurlijke grondstof, chemisch gewonnen of gezuiverd
- Synthetisch — Volledig kunstmatig geproduceerd in een fabriek
- Mineraal — Gewonnen uit minerale bronnen (gesteente, zout)
- Gemodificeerd — Natuurlijke stof waarvan de molecuulstructuur is veranderd
- Ook bekend als
- Ethylcellulose, Cellulose ethylether, Ethyl cellulose
- Komt voor in
- Voedingssupplementen (tabletcoatings), Bewerkte voedingsmiddelen, Farmaceutische producten, Snoepgoed (coatings)
- ADI
- Er is geen numerieke ADI vastgesteld door EFSA. Dit betekent dat de stof als zo weinig toxisch wordt beschouwd dat een specifieke bovengrens niet nodig wordt geacht. Dit is gebruikelijk bij cellulosederivaten. Het ontbreken van een ADI is in dit geval dus geen teken van onzekerheid, maar van een laag risicoprofiel. Wel is het goed om te weten dat dit oordeel deels gebaseerd is op een beperkte hoeveelheid onderzoek.
- EU-status
- Goedgekeurd
- Dieetinfo
- Geschikt voor alle diëten: halal, kosher, vegetarisch en veganistisch. De grondstof is plantaardig (cellulose uit hout of plantaardige vezels).
Het bewijs is beperkt: slechts 4 studies, waarvan 3 door de industrie gefinancierd. Eén dierstudie toonde leverenzymstoornissen bij mannelijke ratten bij hogere doses. Kwetsbare groepen zoals kinderen en personen met leveraandoeningen zijn niet specifiek onderzocht. Bij hoge inname kunnen darmklachten optreden zoals verstopping, diarree, krampen en winderigheid.
EFSA concludeert dat er geen veiligheidszorgen zijn bij normale consumptieniveaus en acht een numerieke ADI niet nodig. De stof wordt in relatief kleine hoeveelheden toegepast. Geschikt voor alle diëten: halal, kosher, vegetarisch en veganistisch.
Ethylcellulose (E462) is een synthetisch bewerkt additief dat wordt gemaakt uit cellulose, de belangrijkste structuurstof in planten en hout. Die cellulose wordt commercieel gewonnen uit hout of andere plantaardige vezels en vervolgens chemisch ge-ethyleerd. Het resultaat is een wit poeder zonder geur of smaak. Hoewel de basis natuurlijk is, is het eindproduct dus wel degelijk chemisch bewerkt.
E462 wordt gebruikt als verdikkingsmiddel, vulstof, emulgator, stabilisator en antiklontermiddel. Je komt het tegen in diverse bewerkte voedingsmiddelen, maar het wordt vooral veel gebruikt als coating- en bindmiddel in farmaceutische producten en voedingssupplementen (denk aan de coating van tabletten). In de voedingsindustrie mag het in principe in alle eet- en drinkwaren worden toegepast (quantum satis, oftewel: zoveel als nodig is), maar in de praktijk wordt het in relatief weinig voedingsproducten gebruikt.
Wat betreft veiligheid: de EFSA heeft in 2018 ethylcellulose opnieuw beoordeeld en concludeert dat er geen veiligheidszorgen zijn bij de gerapporteerde inname. Er is geen numerieke ADI (aanvaardbare dagelijkse inname) vastgesteld, wat betekent dat de stof als zo weinig toxisch wordt beschouwd dat een specifieke bovengrens niet nodig wordt geacht. Dat klinkt geruststellend, maar het is goed om te weten dat dit oordeel deels gebaseerd is op een beperkte hoeveelheid onderzoek. Bij hoge inname kunnen darmklachten optreden, zoals verstopping, diarree, krampen en winderigheid. Specifiek onderzoek naar kwetsbare groepen zoals kinderen, zwangeren of mensen met leveraandoeningen ontbreekt.
Wat zegt de wetenschap?
We vonden 4 relevante studies over ethylcellulose die allemaal zijn meegenomen in onze analyse. Daarvan zijn er 3 industrie-gefinancierd en is er één onafhankelijk gefinancierd.
De belangrijkste en meest gezaghebbende studie is de EFSA-herbeoordeling uit 2018, die onafhankelijk is gefinancierd door de Europese Commissie. Hierin werden alle cellulosederivaten (waaronder E462) opnieuw beoordeeld. De conclusie was dat er geen veiligheidszorgen zijn bij de huidige consumptieniveaus en dat een numerieke ADI niet nodig is. Dit is een positief signaal, maar het is belangrijk te beseffen dat EFSA zich hierbij deels baseerde op dezelfde beperkte set dierstudies die ook in onze analyse voorkomen.
Van de drie dierstudies laten er twee geen schadelijke effecten zien. Eén studie uit 2005 vond geen nadelige effecten bij de hoogste geteste dosis (5000 mg/kg lichaamsgewicht per dag) en toonde aan dat ethylcellulose niet genotoxisch is. Een ontwikkelingstoxiciteitsstudie uit 2000 vond evenmin nadelige effecten bij ratten. De derde dierstudie uit 1998 laat een ander beeld zien: bij mannelijke ratten die een specifieke ethylcellulose-formulering (Aquacoat ECD) kregen, werden leverenzymstoornissen vastgesteld, terwijl vrouwtjes geen schadelijke effecten vertoonden. De NOAEL (het niveau waaronder geen schadelijke effecten optreden) lag in die studie op 903 mg/kg/dag. Het verschil met de studie die bij 5000 mg/kg/dag geen enkel probleem vond, is opvallend en wordt niet goed verklaard. Dit kan wijzen op formuleringsafhankelijke toxiciteit, wat betekent dat niet alleen de stof zelf maar ook de manier waarop het verwerkt is invloed kan hebben op de veiligheid.
Een belangrijk aandachtspunt is de financiering van het onderzoek. Drie van de vier studies zijn gefinancierd door de industrie. De enige studie die een gemengd resultaat liet zien (de leverenzymstoornissen) was ook industrie-gefinancierd. Dit betekent dat het werkelijke risicoprofiel mogelijk onderschat wordt door een zogenaamde funding-bias. Er is weinig onafhankelijk onderzoek beschikbaar dat de veiligheid van ethylcellulose specifiek heeft onderzocht, wat het lastig maakt om met volledige zekerheid uitspraken te doen.
Samengevat: de beschikbare wetenschap wijst erop dat ethylcellulose bij normale consumptieniveaus waarschijnlijk veilig is. Maar het bewijs is beperkt, de meeste studies zijn door de industrie betaald en kwetsbare groepen zijn niet specifiek onderzocht. Voor een stof die in relatief kleine hoeveelheden wordt gebruikt, is dat misschien acceptabel, maar het is goed om dit in gedachten te houden.
Bredere context
Regelgeving en status
Ethylcellulose (E462) is goedgekeurd als voedingsadditief in de Europese Unie en mag worden toegepast in alle eet- en drinkwaren volgens het quantum satis-principe (zoveel als technologisch nodig is). De EFSA heeft de stof in 2018 opnieuw beoordeeld als onderdeel van een bredere herbeoordeling van cellulosederivaten en concludeerde dat er geen veiligheidszorgen zijn bij de gerapporteerde inname. Er is geen numerieke ADI vastgesteld, wat bij cellulosederivaten gebruikelijk is en duidt op een laag toxiciteitsprofiel. Er is geen IARC-classificatie voor ethylcellulose, wat past bij het lage risicoprofiel.
Aandachtspunten
- Kwetsbare groepen zoals kinderen, zwangeren en personen met leveraandoeningen zijn niet specifiek onderzocht in de beschikbare studies.
- Bij hoge inname kunnen darmklachten optreden: verstopping, diarree, krampen en winderigheid.
- De leverenzymverhogingen die in één dierstudie bij mannelijke ratten werden gevonden, verdienen aandacht. Hoewel de dosis relatief hoog was (boven 903 mg/kg/dag), is het opvallend dat een andere studie bij nog hogere doses geen effecten vond. Dit verschil is niet verklaard.
- Ethylcellulose wordt vooral veel gebruikt in farmaceutische toepassingen (tabletcoatings) en minder in voedingsmiddelen. De kans op hoge blootstelling via voeding alleen is daardoor klein.
Bijwerkingen
Bij hoge inname kunnen darmklachten optreden, waaronder verstopping, diarree, krampen en winderigheid. Ethylcellulose is niet oplosbaar maar kan deels gefermenteerd worden in de darm, wat deze klachten kan veroorzaken. In één dierstudie werden leverenzymstoornissen vastgesteld bij mannelijke ratten bij doses boven 903 mg/kg lichaamsgewicht per dag.
Financiering van het onderzoek
Van de 4 beschikbare studies over ethylcellulose zijn er 3 gefinancierd door de industrie. De enige onafhankelijk gefinancierde studie is de EFSA-herbeoordeling uit 2018, die werd betaald door de Europese Commissie. Dit is een opvallende verdeling: het overgrote deel van het directe toxicologische onderzoek komt van bedrijven die belang hebben bij de goedkeuring van de stof.
Wat extra opvalt, is dat de enige studie met een gemengd resultaat (leverenzymstoornissen bij mannelijke ratten) ook door de industrie is gefinancierd. Dit betekent dat zelfs industrie-onderzoek niet altijd een schoon resultaat oplevert, maar het roept ook de vraag op of er bij meer onafhankelijk onderzoek mogelijk meer nuances naar voren zouden komen. De beperkte hoeveelheid onafhankelijk onderzoek maakt het lastig om het volledige veiligheidsprofiel van ethylcellulose met zekerheid vast te stellen.
Beoordeling medische literatuur
Bij het beoordelen van de veiligheid van ethylcellulose is het belangrijk om een paar dingen in gedachten te houden. Ten eerste is het beschikbare onderzoek beperkt: er zijn slechts 4 studies, waarvan 3 door de industrie zijn betaald. Dit maakt het lastig om met volledige zekerheid uitspraken te doen over de veiligheid op lange termijn.
Ten tweede is er een opvallende tegenstrijdigheid in de dierstudies: de ene studie vindt geen enkel probleem bij 5000 mg/kg/dag, terwijl een andere studie bij 903 mg/kg/dag al leverenzymstoornissen laat zien bij mannelijke ratten. Dit verschil wordt niet verklaard en kan te maken hebben met de specifieke formulering die is getest. Tot slot zijn kwetsbare groepen zoals kinderen en mensen met leveraandoeningen niet specifiek onderzocht. De EFSA-conclusie dat er geen zorgen zijn, is gebaseerd op de beste beschikbare data, maar die data zijn beperkter dan je zou willen.
Onderzochte studies
| Studie | Type | Conclusie | Bewijskracht | Financiering |
|---|---|---|---|---|
|
EFSA et al. (2018)
EFSA: geen veiligheidszorgen voor ethylcellulose bij normale consumptie
|
EFSA/WHO-evaluatie | Veilig | 84% |
Onafhankelijk
Gefinancierd door european commission
|
|
Kotkoskie, L. A., Freeman, C. (1998)
Leverenzymstoornissen bij mannelijke ratten; vrouwtjes tonen geen schadelijke effecten
|
Dierstudie | Gemengd | 20% | Industrie |
|
A subchronic toxicity study in rats and genotoxicity tests with an aqueous ethylcellulose dispersion
DeMerlis et al. (2005)
Geen schadelijke effecten bij hoogste geteste dosis; niet genotoxisch
|
Dierstudie | Veilig | 10% |
Industrie
Industrie-auteur: borzelleca, j. f.
|
|
Palmieri et al. (2000)
NOAEL boven hoogste testdosis; geen nadelige effecten bij ratten vastgesteld
|
Dierstudie | Veilig | 9% | Industrie |
Verantwoording
Algoritme versie: v1.7. Analyse uitgevoerd op: 8 maart 2026. Lees meer over onze methodologie.
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld op basis van wetenschappelijk onderzoek. Scores worden algoritmisch berekend op basis van de onderliggende studies. Elke pagina wordt met de hand gecontroleerd door de redactie. Deze informatie vervangt geen professioneel voedings- of medisch advies. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts of diëtist. Mocht er onverhoopt een fout staan, laat het ons weten via info@ahealthylife.nl.