E626 - Guanylzuur
Er is nog onvoldoende wetenschappelijk onderzoek beschikbaar om een betrouwbare veiligheidsscore te berekenen voor dit E-nummer.
Er is nog onvoldoende wetenschappelijk onderzoek beschikbaar om dit E-nummer betrouwbaar te vergelijken met andere E-nummers.
De herkomst geeft aan waar dit E-nummer vandaan komt en hoe het geproduceerd wordt:
- Natuurlijk — Komt voor in de natuur en wordt daaruit gewonnen
- Halfnatuurlijk — Natuurlijke grondstof, chemisch gewonnen of gezuiverd
- Synthetisch — Volledig kunstmatig geproduceerd in een fabriek
- Mineraal — Gewonnen uit minerale bronnen (gesteente, zout)
- Gemodificeerd — Natuurlijke stof waarvan de molecuulstructuur is veranderd
- Ook bekend als
- Guanylic acid, GMP, Guanosinemonofosfaat, Guanylaat
- Komt voor in
- Vleesproducten, Gemaksvoeding, Chips, Zoutjes, Hartige snacks, Soepen, Sauzen
- EU-status
- Goedgekeurd
- Dieetinfo
- Niet altijd geschikt voor vegetariërs en veganisten, omdat guanylzuur soms uit sardines wordt gewonnen. Meestal wordt het uit gistextract gemaakt, maar zekerheid over de bron is niet altijd te krijgen. Over halal- en kosherstatus geldt hetzelfde voorbehoud vanwege de mogelijke visherkomst.
Verboden in babyvoeding (kinderen jonger dan 12 weken). Personen met astma kunnen heftig reageren op guanylzuur en guanylaten. Gebruik wordt ontraden bij jicht, omdat guanylaten in purines worden omgezet. Kan deels gewonnen worden uit sardines, waardoor het niet altijd geschikt is voor vegetariërs en veganisten.
Komt van nature voor in champignons, shiitake, varkensvlees en kippenvlees. Werkt veel sterker dan glutamaten, waardoor er minder van nodig is en er ook minder zout aan producten hoeft te worden toegevoegd. De gebruikte concentraties in voedingsmiddelen zijn doorgaans zeer laag.
Guanylzuur (E626) is een natuurlijke stof die van nature voorkomt in paddenstoelen (vooral shiitake), varkensvlees en kippenvlees. Het behoort tot de groep ribonucleotiden, stoffen die in alle levende cellen voorkomen als onderdeel van RNA. Commercieel wordt guanylzuur vooral gewonnen uit gistextract met behulp van enzymen, maar het kan ook uit sardines worden gehaald. Het wordt gebruikt als smaakversterker en versterkt met name de werking van glutamaat. Daardoor geeft het een umamismaak aan producten en kan er minder zout worden gebruikt.
Je komt guanylzuur tegen in vleesproducten, gemaksvoeding, chips, zoutjes en allerlei andere hartige producten. Het werkt veel sterker dan glutamaten, waardoor er maar kleine hoeveelheden nodig zijn. Dat klinkt op zich positief, maar het blijft een smaakversterker die ervoor zorgt dat bewerkte producten lekkerder smaken dan ze op basis van hun ingrediënten zouden zijn. Wie liever kiest voor onbewerkte voeding, heeft guanylzuur niet nodig.
Er is geen ADI (aanvaardbare dagelijkse inname) vastgesteld voor guanylzuur. Dat betekent niet automatisch dat het onbeperkt veilig is, maar dat de gebruikte hoeveelheden in voeding zo laag zijn dat er geen specifieke limiet nodig werd geacht. Er zijn wel duidelijke waarschuwingen: guanylzuur is verboden in babyvoeding (voor kinderen jonger dan 12 weken). Mensen met astma kunnen heftig reageren op guanylzuur en guanylaten. Daarnaast wordt het gebruik ontraden bij mensen met jicht, omdat guanylaten in purines worden omgezet. Verder zijn er meldingen van overgevoeligheidsreacties zoals vochtophoping en hyperactiviteit, al zijn de concentraties in voeding doorgaans zo laag dat de meeste mensen er niets van merken.
Wat zegt de wetenschap?
We vonden 2 relevante studies over guanylzuur die allemaal zijn meegenomen in onze analyse. Daarvan is er één onafhankelijk gefinancierd en bij 1 studie was de financieringsbron onbekend.
De beschikbare wetenschappelijke literatuur over guanylzuur is opvallend beperkt. Een review uit 1978 van Berglund keek naar het metabolisme van guanylzuur en constateerde dat dit verschilt tussen ratten en mensen. De studie kon geen definitieve veiligheidsconclusie trekken. Dat is veelzeggend: bijna vijftig jaar later is er nog steeds weinig aanvullend onderzoek gedaan dat specifiek naar de veiligheid van guanylzuur bij mensen kijkt.
Een recentere studie uit 2015 van Zhang en collega's onderzocht de toxiciteit van GMP (guanosinemonofosfaat, een verwante vorm) in levercellen van honden. De stof bleek nauwelijks toxisch, met een zeer hoge LC50-waarde. Dit is geruststellend, maar het gaat om een in-vitro studie (in een laboratorium, niet bij levende organismen) en bovendien bij hondencellen, niet bij menselijke cellen. De vertaling naar de menselijke situatie is daardoor beperkt.
Wat opvalt is dat er geen grote, onafhankelijke studies zijn die specifiek de veiligheid van guanylzuur bij mensen hebben onderzocht. De goedkeuring berust grotendeels op het feit dat guanylzuur een natuurlijke stof is die in kleine hoeveelheden in veel voedingsmiddelen voorkomt en dat de toegevoegde concentraties laag zijn. Dat is begrijpelijk, maar het betekent ook dat we weinig harde data hebben over mogelijke effecten bij langdurig gebruik of bij gevoelige groepen zoals mensen met astma of jicht.
Bredere context
Guanylzuur (E626) is goedgekeurd in de Europese Unie als smaakversterker. Er is geen ADI vastgesteld, wat gebruikelijk is bij stoffen die in zeer lage concentraties worden toegepast en waarvan de veiligheid als voldoende wordt beschouwd. Het is wel verboden in babyvoeding voor kinderen jonger dan 12 weken.
Er zijn specifieke waarschuwingen voor bepaalde groepen:
- Mensen met astma kunnen heftig reageren op guanylzuur en guanylaten.
- Mensen met jicht wordt het gebruik ontraden, omdat guanylaten in purines worden omgezet.
- Er zijn meldingen van overgevoeligheidsreacties zoals vochtophoping en hyperactiviteit.
- Guanylzuur kan deels uit sardines worden gewonnen, waardoor het niet altijd geschikt is voor vegetariërs en veganisten.
Guanylzuur valt samen met E627 tot en met E635 onder de ribonucleotiden. Deze groep smaakversterkers wordt vaak gecombineerd met glutamaten (zoals E621) om het smaakversterkende effect te vergroten. Wie deze stoffen wil vermijden, let dus niet alleen op E626 maar ook op de andere nummers in deze reeks.
Bijwerkingen
Bij mensen met astma kunnen heftige reacties optreden. Bij mensen met jicht is voorzichtigheid geboden, omdat guanylaten in purines worden omgezet. Er zijn ook meldingen van overgevoeligheidsreacties zoals vochtophoping en hyperactiviteit. De concentraties in voedingsmiddelen zijn doorgaans zo laag dat de meeste mensen geen klachten zullen ervaren.
Financiering van het onderzoek
Van de 2 meegenomen studies is er 1 onafhankelijk gefinancierd (door een universiteit) en bij 1 studie was de financieringsbron onbekend. Er zijn geen door de industrie gefinancierde studies gevonden. Dat is op zich positief, maar het totale aantal studies is zo klein dat er weinig conclusies aan te verbinden zijn over de betrouwbaarheid van het onderzoeksveld als geheel.
Het gebrek aan onderzoek is op zichzelf een aandachtspunt. Bij veel veelgebruikte additieven verwacht je een breder scala aan studies. Het feit dat guanylzuur al decennia wordt gebruikt zonder dat er uitgebreid onafhankelijk onderzoek naar is gedaan, betekent niet dat het onveilig is, maar het betekent wel dat de wetenschappelijke onderbouwing mager is.
Beoordeling medische literatuur
Het onderzoek naar guanylzuur is zeer beperkt: slechts 2 studies zijn gevonden, waarvan er geen enkele specifiek de veiligheid bij mensen heeft onderzocht. De ene studie is een review uit 1978 die geen veiligheidsconclusie kon trekken en de andere is een laboratoriumstudie met hondencellen. De goedkeuring berust vooral op het feit dat guanylzuur een natuurlijke stof is die in lage concentraties wordt gebruikt. Voor de meeste mensen zal dit geen probleem opleveren, maar voor gevoelige groepen (astma, jicht) is voorzichtigheid op zijn plaats. Het gebrek aan menselijk onderzoek is een duidelijke lacune.
Onderzochte studies
| Studie | Type | Conclusie | Bewijskracht | Financiering |
|---|---|---|---|---|
|
Berglund, F (1978)
Metabolisme guanylzuur verschilt tussen rat en mens; geen veiligheidsconclusie
|
Review | — | 0% | Onbekend |
|
Zhang et al. (2015)
GMP toont zeer hoge LC50 in hondenhepatieten; nauwelijks toxisch
|
In vitro | Veilig | 0% |
Onafhankelijk
Auteur werkzaam bij Kansas State University (United States)
|
Verantwoording
Algoritme versie: v1.7. Analyse uitgevoerd op: 8 maart 2026. Lees meer over onze methodologie.
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld op basis van wetenschappelijk onderzoek. Scores worden algoritmisch berekend op basis van de onderliggende studies. Elke pagina wordt met de hand gecontroleerd door de redactie. Deze informatie vervangt geen professioneel voedings- of medisch advies. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts of diëtist. Mocht er onverhoopt een fout staan, laat het ons weten via info@ahealthylife.nl.