Waarom wordt de één rustig 90, terwijl een ander zijn 70ste verjaardag niet haalt? Die vraag houdt wetenschappers al tientallen jaren bezig. Leefstijl, omgeving en geluk spelen allemaal een rol, dat is duidelijk. Maar een nieuw internationaal onderzoek, gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift Science, gooit een aanname die lang als vaststaand gold overboord: je erfelijke aanleg blijkt een veel grotere rol te spelen dan we dachten. Niet een bescheiden rol van 10 tot 25 procent, zoals jarenlang werd aangenomen, maar zo’n 55 procent. Een forse sprong, die behoorlijk wat losmaakt in de wetenschappelijke wereld.
De onderzoekers vermoedden dat eerdere studies een belangrijk probleem over het hoofd hadden gezien. In die oudere analyses werd geen onderscheid gemaakt tussen twee heel verschillende soorten sterfte: overlijden door biologische veroudering aan de ene kant en overlijden door externe oorzaken aan de andere kant. Denk bij dat laatste aan ongelukken, geweldsincidenten of infectieziekten. Door die twee vormen samen te nemen in de berekeningen, kregen genen automatisch minder gewicht. Het team pakte dit anders aan. Ze gebruikten wiskundige modellen, simulaties van menselijke sterfte en grootschalige tweelingstudies uit Denemarken en Zweden. Tweelingen zijn bijzonder geschikt voor dit soort onderzoek, omdat ze genetisch sterk op elkaar lijken. Daardoor kun je beter isoleren welk deel van je levensverwachting nu echt aan je erfelijkheid te danken is.
Externe sterfte vertekende het beeld
Zodra de onderzoekers ongelukken en infecties als aparte categorieën behandelden, veranderde het plaatje ingrijpend. De erfelijke component van de menselijke levensverwachting schoot omhoog naar ongeveer 55 procent. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van veel eerdere schattingen. Het idee dat je DNA slechts een bijrol speelt in hoe oud je wordt, klopt simpelweg niet. Externe sterfte vertekende het beeld al die jaren en nu dat is gecorrigeerd, worden de genen opeens een stuk relevanter.
Wat dieronderzoek al langer suggereerde
Dat genen een stevige vinger in de pap hebben als het om levensduur gaat, is bij dieren al langer bekend. Bij laboratoriummuizen weten wetenschappers al jaren dat de levensduur sterk erfelijk is. Ook bij fruitvliegen zien onderzoekers grote genetische variatie in hoe lang ze leven en zelfs afzonderlijke genen kunnen daarin een merkbaar verschil maken. De nieuwe bevindingen over mensen sluiten daar nu veel beter bij aan dan de oude schattingen deden. Dat maakt het resultaat des te overtuigender.
Niet één gen, maar een samenspel
Betekent dit dan dat er één specifiek verouderingsgen bestaat dat je kunt uitschakelen om langer te leven? Zo simpel is het helaas niet. Wetenschappers denken eerder aan een optelsom van veel verschillende genen, die ieder op hun eigen manier het risico op ernstige of dodelijke ziekten beïnvloeden. Samen sturen ze het verouderingsproces aan. De hoop is nu wel dat dit onderzoek de weg vrijmaakt om beter te zoeken naar genetische varianten die samenhangen met een lang leven en om te begrijpen welke biologische mechanismen daarbij een rol spelen.
Niet iedereen even overtuigd
Niet alle experts zijn even enthousiast. Sommige wetenschappers wijzen erop dat erfelijkheid geen universele wet is, maar een getal dat afhangt van de specifieke populatie, de omgeving en het tijdperk. De tweelingen in dit onderzoek leefden in een relatief gelijke samenleving. In meer diverse groepen, met grote verschillen in achtergrond en inkomen, zou de erfelijke component waarschijnlijk kleiner uitvallen. Er is ook een breder punt: de spectaculaire stijging van de levensverwachting in de afgelopen twee eeuwen is grotendeels te danken aan betere hygiëne, voeding en gezondheidszorg. Onze genen zijn in die tijd nauwelijks veranderd.
Wat dit voor jou betekent
Ook al legt je DNA een stevig fundament, dat betekent zeker niet dat je niks kunt doen. Leefstijl telt nog altijd mee. Goed slapen, regelmatig bewegen, weinig roken en matig zijn met alcohol hebben aantoonbaar invloed op hoe je ouder wordt en hoe je je daarbij voelt. Wil je concreet aan de slag? Ga dan niet op zoek naar één grote ingreep, maar let op de kleine gewoonten die je dag structureren. Vroeg naar bed gaan, dagelijks een wandeling maken, gevarieerd eten: het zijn bescheiden keuzes die over de jaren flink optellen.
Slotwoord
Dit onderzoek verandert niet van de ene op de andere dag hoe we naar gezondheid kijken, maar het verschuift wel een fundamentele aanname. Genen doen er meer toe dan we lang hebben aangenomen als het gaat om hoe oud je wordt. Tegelijk laat de geschiedenis zien dat omgeving en leefstijl enorm veel kunnen compenseren. De les is misschien dat het geen of-of is: zowel je erfelijkheid als je gedrag vormen samen wie je bent en hoe je ouder wordt (bron: Scientias).