Bijna alle bewerkte voedingsproducten in de supermarkt bevatten conserveermiddelen. Ze zorgen ervoor dat je eten langer houdbaar blijft. Maar hoe veilig zijn deze stoffen eigenlijk voor onze gezondheid? Een omvangrijk Frans onderzoek werpt nu nieuw licht op deze vraag. De resultaten laten zien dat sommige veelgebruikte conserveermiddelen in verband worden gebracht met een verhoogde kans op kanker.
Het onderzoek
De wetenschappers volgden in de studie ruim 105.000 Franse volwassenen gedurende gemiddeld 7,5 jaar. De deelnemers hielden heel nauwkeurig bij wat ze aten en dronken, tot op merkniveau. Dat is bijzonder, want de hoeveelheid conserveermiddelen kan flink verschillen per merk en product. Door deze gedetailleerde aanpak konden de onderzoekers voor het eerst goed in kaart brengen hoeveel van welke conserveermiddelen mensen precies binnenkrijgen. Tijdens de studieperiode kregen 4.226 deelnemers een kankerdiagnose. De onderzoekers corrigeerden hun analyses voor allerlei factoren die het risico op kanker kunnen beïnvloeden, zoals leeftijd, gewicht, rookgedrag, alcoholgebruik en de kwaliteit van het totale voedingspatroon.
Welke stoffen kwamen naar voren?
Bij verschillende conserveermiddelen vonden de onderzoekers een verband met een hogere kans op kanker. Kaliumsorbaat (E202) en kaliummetabisulfiet (E224) hingen samen met een verhoogd risico op kanker in het algemeen en specifiek met borstkanker. Natriumnitriet (E250), dat je veel terugvindt in bewerkt vlees zoals ham, worst en bacon, werd in verband gebracht met meerdere vormen van kanker, waaronder prostaat-borstkanker. Ook kaliumnitraat (E252), azijnzuur (E260) en natriumerythorbaat (E316) kwamen naar voren als mogelijke risicofactoren.
Opvallend genoeg gold dit niet voor alle conserveermiddelen. De natuurlijke varianten lieten geen verband zien met kanker. Het gaat dan om citroenzuur (E330), lecithine (E322), ascorbinezuur oftewel vitamine C (E300 en E301) en tocoferolen, de verzamelnaam voor vitamine E (E306, E307). Rozemarijnextract (E392) liet zelfs een mogelijk beschermend effect zien bij darmkanker, al is dat resultaat onzeker omdat er relatief weinig gevallen van darmkanker in de studie voorkwamen.
Hoe groot is het verschil?
De absolute verschillen waren bescheiden. Op de leeftijd van 60 jaar had 13,3 procent van de mensen met een hoge inname van de risicoverhogende conserveermiddelen ooit kanker gekregen. Bij mensen met een lage inname was dit 12,1 procent. Dat is een verschil van iets meer dan één procentpunt. Klinkt misschien niet veel, maar op bevolkingsniveau kan dit alsnog duizenden extra gevallen betekenen. Bovendien zijn conserveermiddelen zo wijdverspreid dat vrijwel iedereen ze dagelijks binnenkrijgt.
Waar zitten deze stoffen in?
Conserveermiddelen zitten in allerlei producten verspreid. Sulfieten komen vooral uit alcoholische dranken zoals wijn. Nitrieten en nitraten zitten voornamelijk in bewerkt vlees. Propionaten vind je terug in brood en graanproducten. Ascorbaten komen veel voor in bewerkte groente-fruitproducten, terwijl tocoferolen vaak worden toegevoegd aan ontbijtgranen. In totaal kwam ruim een derde van alle conserveermiddelen uit ultrabewerkte voeding.
Wat betekent dit?
Dit onderzoek toont een verband aan, geen oorzakelijk bewijs. Dat wil zeggen: de onderzoekers kunnen niet met zekerheid stellen dat de conserveermiddelen zelf de kanker veroorzaken. Er kunnen andere factoren meespelen die ze niet hebben kunnen meten. Tegelijkertijd sluiten de bevindingen aan bij eerder laboratoriumonderzoek. Sommige van deze stoffen kunnen in reageerbuizen en proefdieren schadelijke effecten hebben op cellen. De onderzoekers pleiten voor aanvullend onderzoek en roepen fabrikanten op om het gebruik van onnodige conserveermiddelen te beperken. Ook dringen ze aan op betere regelgeving en voorlichting.
Wat kun je zelf doen?
Je hoeft niet in paniek te raken, maar het kan geen kwaad om eens kritisch naar je eetpatroon te kijken. Producten met lange ingrediëntenlijsten vol E-nummers kun je beter laten staan. Kies waar mogelijk voor verse, onbewerkte producten. Maak zelf je maaltijden klaar in plaats van kant-en-klare varianten te kopen. En als je toch bewerkte producten koopt, kijk dan even naar het etiket. Hoe korter de ingrediëntenlijst, hoe beter.
Slotwoord
Dit grote Franse onderzoek laat zien dat bepaalde conserveermiddelen in verband worden gebracht met een verhoogd kankerrisico. Niet alle stoffen zijn verdacht: vitamine C, vitamine E, citroenzuur en lecithine lieten geen negatief effect zien. Maar bij kaliumsorbaat, sulfieten, nitrieten, nitraten en erythorbaten is voorzichtigheid op zijn plaats. De boodschap is niet nieuw, maar wordt door deze studie wel opnieuw bevestigd: hoe minder bewerkt je eet, hoe beter. Vers en zelfbereid blijft de beste keuze voor je gezondheid (BMJ).