Hoofdpagina » Nieuws » Matig wijn drinken lijkt gezonder dan bier en sterke drank

Matig wijn drinken lijkt gezonder dan bier en sterke drank

Dat veel alcohol slecht voor je is, weet zo langzamerhand iedereen. Maar hoe zit het met dat ene glas bij het eten, of dat pilsje op het terras? Lang werd aangenomen dat het voor je gezondheid weinig uitmaakt wat je drinkt, zolang de hoeveelheid maar beperkt blijft. Nieuw onderzoek onder honderdduizenden mensen zet daar een kanttekening bij. Bij matig drinken blijkt er wel degelijk verschil te zitten tussen een glas wijn en een glas bier of sterke drank. En dat verschil is groter dan je zou denken.

De wetenschappers volgden ruim 340.000 volwassenen in Groot-Brittannië, die bij de start van het onderzoek invulden hoeveel en wat ze dronken. Vervolgens hielden ze gedurende gemiddeld dertien jaar bij hoe het de deelnemers verging en wie er in die periode overleed. Op basis van de hoeveelheid pure alcohol per week en per dag deelden ze de mensen in groepen in, van deelnemers die vrijwel nooit een druppel dronken tot stevige drinkers. Zo konden ze naast de hoeveelheid ook kijken naar het soort drank, iets wat in eerder onderzoek vaak op één hoop werd gegooid.

Veel drinken pakt altijd slecht uit
Bij de groep die veel dronk, was het beeld helder. Deze mensen hadden een duidelijk hoger risico om te overlijden dan wie zelden of nooit dronk en dat gold voor wijn, bier en sterke drank. Onder de streep lag hun kans om aan welke oorzaak dan ook te overlijden ongeveer een kwart hoger. Ook overlijden door kanker en door hartklachten kwam in deze groep vaker voor. Op dit punt is de boodschap dus simpel: veel drinken is en blijft slecht, wat er ook in je glas zit.

Bij een glas of twee wordt het interessant
Anders wordt het bij de mensen die met mate dronken. Daar liepen de uitkomsten juist uiteen, afhankelijk van wat er in het glas zat. Wie regelmatig een bescheiden hoeveelheid wijn dronk, had een lager risico om aan hart- en vaatziekten te overlijden dan iemand die zelden of nooit dronk, een verschil van rond de twintig procent. Bij bier, cider en sterke drank ging het de andere kant op. Zelfs kleine hoeveelheden hingen daar samen met een iets hoger risico op overlijden door hart- en vaatziekten. Het soort drank lijkt dus mee te wegen en niet zo’n klein beetje.

Waar zit dat verschil in?
Hoe dat verschil precies ontstaat, weten de onderzoekers nog niet. Ze noemen een paar mogelijke verklaringen. In rode wijn zitten stoffen als polyfenolen, natuurlijke plantstoffen uit de druif die gunstig kunnen zijn voor hart en bloedvaten. Maar minstens zo belangrijk is misschien wel de manier waarop mensen drinken. Wijn gaat vaker samen met een maaltijd en wordt gemiddeld gedronken door mensen die ook op andere vlakken gezonder leven en eten. Bier en sterke drank worden juist vaker los van het eten gedronken, door mensen bij wie ook andere ongezonde gewoonten vaker voorkomen. Het kan dus goed zijn dat niet de wijn zelf het verschil maakt, maar de bredere leefstijl van de gemiddelde wijndrinker.

Wat dit onderzoek niet kan zeggen
Bij dit soort onderzoek past een flinke slag om de arm. Het gaat om een observationele studie, wat betekent dat de onderzoekers verbanden zien maar geen oorzaak en gevolg kunnen aantonen. Dat wijndrinkers het beter doen, bewijst niet dat de wijn daar de reden voor is. Daar komt bij dat de deelnemers alleen aan het begin invulden wat ze dronken, terwijl drinkgewoonten door de jaren heen kunnen veranderen. En de mensen in dit onderzoek waren gemiddeld wat gezonder dan de bevolking als geheel, waardoor de uitkomsten niet zomaar op iedereen van toepassing zijn. Wat het onderzoek wel stevig maakt, is de omvang en de lange looptijd.

Wat betekent dit in de praktijk?
Voor wie helemaal geen alcohol drinkt, is er in deze uitkomsten geen enkele reden om daarmee te beginnen. Geen alcohol blijft voor je gezondheid de veiligste keuze en dat advies verandert niet. De Nederlandse gezondheidsrichtlijn is daar duidelijk over: drink bij voorkeur geen alcohol en als je wel drinkt, houd het dan op maximaal één glas per dag. Vind je het fijn om af en toe iets te drinken, dan lijkt een glas wijn bij het eten in elk geval de minst ongunstige optie. Let er dan wel op dat matig ook echt matig blijft. Boven een paar glazen verdwijnt elk mogelijk voordeel al snel en dan telt vooral de hoeveelheid weer, ongeacht wat je drinkt.

Slotwoord
Dit onderzoek laat vooral zien dat het bij alcohol niet alleen om de hoeveelheid draait, maar ook om wat je drinkt en hoe je het drinkt. Bij matig gebruik komt wijn er gunstiger uit dan bier of sterke drank, al is daarmee nog niet gezegd dat de wijn zelf de eer verdient. Waarschijnlijk speelt de manier van leven eromheen een grote rol. De nuchtere conclusie blijft daarom overeind. Minder is beter, niets is het veiligst en wie toch af en toe een glas neemt, kan dat het beste met mate doen en het liefst bij een goede maaltijd.

Hoeveel weet jij over gezondheid? Doe de kennistest over voeding in 30 vragen!
Juglen Zwaan

Juglen Zwaan

Juglen Zwaan (1982) is spreker en schrijver over voeding en gezondheid. Hij is een gepassioneerde voedingskundige met een onbedwingbare honger naar nieuwe inzichten. Hij schreef de boeken De supplementenwijzer, De voedingswijzer, De receptenwijzer en De voedingswaardewijzer. Juglen maakt al meer dan 12 jaar deel uit van het radioprogramma gezondheidsnieuws en was vaste gast in het tv-programma ‘Wat eten we’ op de landelijke televisie. Hij studeerde Voeding & Gezondheid aan de Open Universiteit en Nutrition Science aan Stanford. Hij onderzoekt kritisch en combineert moderne wetenschap met eeuwenoude kennis. Hij hangt geen enkel voedingsgeloof aan, maar combineert vele visies. Als je meer wilt weten over de achtergrond van aHealthylife, zie dan Over ons voor meer informatie.