Wat zijn aminozuren?

Aminozuren zijn organische verbindingen die dienen als bouwstenen van eiwitten. Het menselijk lichaam gebruikt ze om weefsels op te bouwen, voedsel af te breken en tal van lichaamsprocessen te ondersteunen.

In je lichaam worden voortdurend eiwitten aangemaakt en afgebroken. De kleinste onderdelen waaruit die eiwitten bestaan, zijn aminozuren. Je kunt ze zien als losse schakels die in lange ketens aan elkaar worden geregen om een eiwit te vormen. De volgorde waarin die schakels zitten, bepaalt welk eiwit er ontstaat en welke functie het krijgt, van spierweefsel en hormonen tot enzymen en afweerstoffen.

Chemisch gezien is een aminozuur een kleine organische verbinding met twee kenmerkende groepen: een aminogroep (-NH₂) en een carboxygroep (-COOH). Die twee groepen zitten bij de meest voorkomende aminozuren allebei vast aan hetzelfde centrale koolstofatoom, het zogenaamde alfa-koolstofatoom. Wat elk aminozuur uniek maakt, is de zijketen die ook aan dat koolstofatoom hangt. Die zijketen verschilt per aminozuur en bepaalt de eigenschappen ervan.

In de natuur bestaan er meer dan vijfhonderd verschillende aminozuren, maar slechts 22 worden daadwerkelijk ingebouwd in eiwitten. Van die 22 zijn er 20 die in vrijwel alle levende organismen voorkomen en via de genetische code worden vastgelegd.

Indeling: essentieel, niet-essentieel en conditioneel essentieel

Voor het menselijk lichaam worden aminozuren meestal in drie groepen verdeeld:

  • Essentiële aminozuren: Deze negen aminozuren kan je lichaam niet zelf aanmaken. Je moet ze via voeding binnenkrijgen. Het gaat om histidine, isoleucine, leucine, lysine, methionine, fenylalanine, threonine, tryptofaan en valine.
  • Niet-essentiële aminozuren: Deze maakt je lichaam zelf aan, ook als je ze niet via voeding binnenkrijgt. Voorbeelden zijn alanine, asparagine, asparaginezuur en glutaminezuur.
  • Conditioneel essentiële aminozuren: Normaal gesproken kan je lichaam deze voldoende produceren, maar in perioden van ziekte, stress of snelle groei kan de eigen aanmaak tekortschieten. Arginine, cysteïne, glutamine, glycine, proline, serine en tyrosine vallen in deze categorie.

Aminozuren doen meer dan alleen eiwitten opbouwen. Ze spelen ook een rol als brandstof: na de spijsvertering kunnen ze worden gebruikt als energiebron. Daarnaast fungeren sommige aminozuren als grondstof voor andere belangrijke stoffen. Zo wordt tyrosine gebruikt bij de aanmaak van catecholaminen, een groep signaalstoffen die onder meer betrokken zijn bij de stressrespons. Glycine is op zijn beurt nodig voor de aanmaak van glutathion, een stof die een rol speelt bij de bescherming van cellen.

Het onderscheid tussen essentieel en niet-essentieel is overigens niet altijd zwart-wit. Glycine wordt bijvoorbeeld officieel als niet-essentieel beschouwd, maar er zijn aanwijzingen dat de eigen productie van het lichaam in bepaalde omstandigheden ontoereikend kan zijn, vandaar dat het ook als conditioneel essentieel wordt aangemerkt.

Bronnen:

Categorie: Voedingsstoffen
Tags: aminozuren eiwitten essentiële aminozuren voedingsstoffen

Gerelateerde termen

Laatst geüpdatet: 14 februari 2026

Dit medisch woordenboek en deze begrippenlijst voeding & gezondheid zijn met zorg samengesteld als naslagwerk en kennisbank. De informatie in dit lexicon is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel medisch, diëtetisch of voedingskundig advies. Mocht er onverhoopt een fout of onvolledigheid in deze verklarende woordenlijst staan, dan vernemen wij dat graag via info@ahealthylife.nl.