Wat is bloedsuiker?

Bloedsuiker is de hoeveelheid glucose (suiker) die in het bloed is opgelost. Bloedsuiker is de belangrijkste energiebron voor de cellen in je lichaam.

In je bloed stroomt voortdurend een kleine hoeveelheid glucose mee, een eenvoudige suiker die dient als brandstof voor vrijwel alle cellen in je lichaam. Die glucose in je bloed wordt bloedsuiker genoemd, ook wel bloedglucose. In de medische wereld spreekt men van de bloedglucosespiegel of glycemie wanneer het gaat om de concentratie ervan op een bepaald moment.

Bloedsuiker komt op twee manieren in je bloedbaan terecht. Ten eerste via voeding: wanneer je eet, worden koolhydraten uit je maaltijd (denk aan brood, fruit, rijst of pasta) afgebroken tot glucose, die vervolgens vanuit je darmen het bloed instroomt. Ten tweede maakt je lever zelf glucose aan en geeft die af aan het bloed, vooral op momenten dat je een tijdje niet hebt gegeten. Zo zorgt je lichaam ervoor dat er altijd voldoende brandstof beschikbaar is, ook tussen maaltijden door of ’s nachts.

Insuline, een hormoon uit de alvleesklier, bevordert de opname van glucose door vooral spier- en vetcellen en remt de glucoseafgifte door de lever. Niet alle cellen hebben insuline nodig om glucose op te nemen. Onder meer hersencellen en rode bloedcellen gebruiken daarvoor andere routes.

Normale waarden en schommelingen

De bloedsuikerspiegel wordt uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l). Nuchter betekent dat je minstens acht uur geen calorieën hebt binnengekregen. Een nuchtere plasmaglucose onder 6,1 mmol/l geldt in de gebruikelijke Nederlandse diagnostische indeling als niet verhoogd. Gedurende de dag schommelt je bloedsuiker: vlak voor een maaltijd is het gehalte doorgaans wat lager en na het eten stijgt het vaak tijdelijk doordat glucose uit het verteerde voedsel het bloed bereikt. Die schommelingen zijn volkomen normaal. Je lichaam regelt dit grotendeels vanzelf via insuline en andere hormonen.

Wanneer de balans verstoord raakt

Een nuchtere plasmaglucose vanaf 7,0 mmol/l kan op diabetes mellitus wijzen. Zonder duidelijke klachten is doorgaans bevestiging op een andere dag nodig. Een niet-nuchtere plasmaglucose vanaf 11,1 mmol/l kan samen met kenmerkende klachten eveneens tot de diagnose leiden. Bij een nuchtere waarde tussen 6,1 en 6,9 mmol/l wordt soms gesproken van een voorfase van diabetes. Aan de andere kant kan de bloedsuiker ook te laag worden, een toestand die hypoglykemie heet. Dit komt vooral voor bij mensen met diabetes die insuline gebruiken. Klachten bij een te lage bloedsuiker (onder de 4 mmol/l) zijn onder meer hongergevoel, trillen, zweten, duizeligheid, hartkloppingen en moeite met helder denken. In ernstige gevallen kan iemand het bewustzijn verliezen.

Eén gram suiker levert het lichaam ongeveer 4 kilocalorieën aan energie. Dat maakt glucose tot een compacte en snelle energiebron, precies de reden waarom je lichaam er zo zorgvuldig voor waakt dat er altijd genoeg van in het bloed aanwezig is.

Bronnen:

Categorie: Anatomie
Tags: bloedsuiker diabetes glucose glycemie insuline

Laatst geüpdatet: 14 februari 2026

Dit medisch woordenboek en deze begrippenlijst voeding & gezondheid zijn met zorg samengesteld als naslagwerk en kennisbank. De informatie in dit lexicon is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel medisch, diëtetisch of voedingskundig advies. Mocht er onverhoopt een fout of onvolledigheid in deze verklarende woordenlijst staan, dan vernemen wij dat graag via info@ahealthylife.nl.