Wat zijn parasieten?

Parasieten zijn organismen die leven op of in een ander levend wezen (de gastheer) en zich voeden en voortplanten ten koste van dat organisme.

Wanneer een organisme zich nestelt in of op een ander levend wezen om daar voedingsstoffen uit te halen, spreken we van een parasiet. De gastheer (het dier, de mens of de plant waar de parasiet op leeft) ondervindt daar nadeel van, maar gaat er doorgaans niet direct aan dood. Dat onderscheidt parasieten van zogenaamde parasitoïden, die hun gastheer wél doden. Parasieten komen in allerlei vormen voor: van microscopisch kleine eencelligen tot wormen van tientallen centimeters lang en van schimmels tot insecten.

Soorten parasieten

In de geneeskunde worden parasieten meestal ingedeeld in drie grote groepen. Protozoën (eencellige parasieten) zijn verantwoordelijk voor ziekten als malaria, leishmaniasis en amoebedysenterie. Helminten zijn parasitaire wormen, waaronder rondwormen zoals Ascaris lumbricoides, lintwormen en haakwormen. Daarnaast zijn er ectoparasieten: organismen die zich aan de buitenkant van het lichaam vasthechten, zoals luizen, teken en vlooien.

Hoe besmetting plaatsvindt

De manier waarop parasieten bij een mens terechtkomen verschilt sterk per soort. Veel darmparasieten worden overgedragen via besmet voedsel of water. Groenten die rauw gegeten worden, zoals sla, blijken wereldwijd een bron van besmetting: onderzoek laat zien dat met name bladgroenten parasitaire verontreiniging kunnen bevatten, waarbij Ascaris lumbricoides een van de meest aangetroffen soorten is. Ook onvoldoende verhit vlees kan parasieten bevatten. Daarnaast spelen vliegen een rol als verspreiders: niet-bijtende vliegen zoals de huisvlieg dragen regelmatig parasitaire organismen met zich mee en kunnen zo voedsel besmetten.

Mensen die beroepsmatig met voedsel werken, vormen een bijzonder aandachtspunt. Wanneer voedselbereiders zelf een parasitaire darminfectie hebben, kunnen zij onbedoeld parasieten overdragen op het eten dat zij klaarmaken.

Wie loopt extra risico?

In principe kan iedereen besmet raken, maar bepaalde groepen zijn kwetsbaarder. Kinderen in tropische en subtropische gebieden worden vaker getroffen door darmparasieten, in Afrika is de prevalentie van intestinale protozoaire parasieten onder schoolkinderen aanzienlijk. Mensen met een verzwakt immuunsysteem, zoals dialysepatiënten, hebben eveneens een verhoogd risico: bij hemodialysepatiënten in ontwikkelingslanden wordt de prevalentie van darmparasitaire infecties geschat op ongeveer 24%. Ook zwangere vrouwen en migranten uit gebieden waar malaria voorkomt verdienen extra aandacht, omdat zij vaker asymptomatische infecties bij zich dragen.

Wat merk je ervan?

De klachten hangen sterk af van het type parasiet en de plek waar het zich bevindt. Darmparasieten veroorzaken vaak buikpijn, diarree, misselijkheid en gewichtsverlies. Sommige infecties verlopen echter zonder merkbare symptomen, waardoor iemand langere tijd besmet kan zijn zonder het te weten. Bij protozoaire infecties als malaria staan koorts, koude rillingen en vermoeidheid op de voorgrond. Ectoparasieten zoals luizen veroorzaken vooral jeuk en huidirritatie.

Bij een vermoeden van darmparasieten kan ontlasting worden onderzocht op eieren (ova) en parasieten. Bij microscopisch onderzoek wordt daarvoor een klein beetje ontlasting bekeken. Voor parasieten elders in het lichaam zijn andere onderzoeken nodig, bijvoorbeeld bloedonderzoek bij malaria.

Bronnen:

Categorie: Ziektebeelden
Tags: darmparasieten ectoparasieten infectie parasieten protozoën wormen

Laatst geüpdatet: 14 februari 2026

Dit medisch woordenboek en deze begrippenlijst voeding & gezondheid zijn met zorg samengesteld als naslagwerk en kennisbank. De informatie in dit lexicon is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel medisch, diëtetisch of voedingskundig advies. Mocht er onverhoopt een fout of onvolledigheid in deze verklarende woordenlijst staan, dan vernemen wij dat graag via info@ahealthylife.nl.