Wat zijn urineleiders?

Urineleiders zijn de twee buisvormige spieren die urine van de nieren naar de urineblaas transporteren. In medisch vakjargon worden ze ureteren genoemd.

In je lichaam zitten twee smalle buizen die elk een nier verbinden met de urineblaas: de urineleiders, in medische taal ureteren genoemd. Hun enige taak is het vervoeren van urine. Zodra de nieren afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed hebben gefilterd, vangt de urineleider die vloeistof op en stuurt die naar beneden, richting de blaas.

Bouw en werking

Bij volwassenen zijn de urineleiders zo’n 20 tot 30 centimeter lang en slechts 3 tot 4 millimeter breed, dunne, soepele slangetjes dus. De wand bestaat uit gladde spierlagen die zich ritmisch samentrekken. Die golfbewegingen, peristaltiek genoemd, duwen de urine actief naar beneden. Je hebt er niets voor te doen; het gaat helemaal vanzelf, onafhankelijk van de zwaartekracht. Zelfs als je op je hoofd zou staan, blijft de urine gewoon stromen. In het onderste deel van de urineleider zit een extra spierlaag die deze voortstuwing nog krachtiger maakt.

De binnenkant is bekleed met een speciaal type slijmvlies dat urotheel heet, ook wel overgangsepitheel genoemd. Dit weefsel kan meerekken wanneer er een grotere hoeveelheid urine doorheen stroomt en krimpt weer samen als de stroom afneemt. Dat maakt de urineleiders flexibel zonder dat ze beschadigen.

Waar lopen ze precies?

Elke urineleider begint bij het nierbekken, het trechtervormige opvanggebied binnenin de nier. Vandaar loopt de buis achter de buikorganen langs naar beneden, door het bekken, om uiteindelijk schuin in de achterwand van de blaas uit te monden. Die schuine inmonding is geen toeval: doordat de urineleider onder een hoek de blaaswand binnengaat, wordt hij bij een volle blaas als het ware dichtgedrukt. Dat voorkomt normaal gesproken dat urine terugstroomt richting de nier.

Wat kan er misgaan?

Ondanks hun eenvoudige taak kunnen de urineleiders door verschillende aandoeningen worden getroffen. Nierstenen die vanuit de nier in een urineleider terechtkomen, zijn een veelvoorkomend probleem. Zo’n steen kan de nauwe doorgang blokkeren, wat hevige, krampachtige pijn veroorzaakt, vaak nierkoliek genoemd. Daarnaast kan een urineleider vernauwen (stenose), bijvoorbeeld door langdurige ontsteking of littekenweefsel.

Bij kinderen komt vesico-ureterale reflux relatief vaak voor: urine stroomt dan vanuit de blaas terug de urineleider in, soms tot aan de nier. Dit kan urineweginfecties in de hand werken. Er bestaan ook aangeboren varianten, zoals een dubbele urineleider aan één kant of een urineleider die op een afwijkende plek in de blaas uitmondt.

Tijdens buik- of bekkenoperaties lopen de urineleiders een klein risico op onbedoelde beschadiging, juist omdat ze zo dun zijn en dicht langs andere organen lopen. Bij kijkoperaties is dat risico iets groter dan bij open ingrepen, omdat de chirurg de urineleiders niet kan voelen. Daarom wordt er in de chirurgie steeds vaker gebruikgemaakt van fluorescerende kleurstoffen om de urineleiders tijdens een ingreep zichtbaar te maken.

Bronnen:

Categorie: Anatomie
Tags: anatomie nieren ureteren urineblaas urineleiders urinewegstelsel

Laatst geüpdatet: 14 februari 2026

Dit medisch woordenboek en deze begrippenlijst voeding & gezondheid zijn met zorg samengesteld als naslagwerk en kennisbank. De informatie in dit lexicon is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel medisch, diëtetisch of voedingskundig advies. Mocht er onverhoopt een fout of onvolledigheid in deze verklarende woordenlijst staan, dan vernemen wij dat graag via info@ahealthylife.nl.