Pesticiden: Nederlandse groente en fruit zijn niet schoner dan buitenlandse

Regelmatig krijg ik de vraag waarom ik waarschuw voor gewone aardbeien uit de supermarkt. Nederlandse aardbeien zouden volgens de telers en de media juist heel schoon zijn en nauwelijks resten van bestrijdingsmiddelen bevatten. Op mijn site zou daarom tegenstrijdige informatie staan.

Pesticide Action Network Nederland (PAN-NL) publiceerde onlangs een nieuw rapport dat die vraag voor een groot deel beantwoordt. Ze factchecken daarin de bewering dat Nederlandse groente en fruit schoon zijn, door de gehaltes aan pesticiden op Nederlandse producten te vergelijken met dezelfde producten uit het buitenland. Daardoor weten we nu een stuk beter of onze groente en fruit werkelijk zo schoon zijn als steeds wordt verteld.

Ik ben zelf ook wel eens door een grote tomatenkweker aangesproken. Volgens hem zit er op groente en fruit uit Nederland nauwelijks gif en op tomaten al helemaal niet. Ik mocht zelfs in zijn kas komen kijken en eerlijk is eerlijk, bij hem op het bedrijf zag het er keurig uit. Ik zag geen bestrijdingsmiddelen, maar wel sluipwespen tegen bladluizen. Zijn eigen kas mag dan om door een ringetje te halen zijn, maar toen ik daarna de Nederlandse onderzoeken en analyses las, bleek dat je dat niet zomaar mag doortrekken naar alle Nederlandse groente en fruit. Bijna iedereen in de groente- en fruitsector lijkt ervan overtuigd dat het helemaal goed zit en toch komt er uit de metingen een ander beeld naar voren. Ook in dit nieuwe rapport is dat het geval.

Wat is er onderzocht?
PAN-NL vergeleek alle steekproeven die de NVWA tussen 2022 en 2024 deed naar pesticidenresten. Al die monsters zijn hier in de Nederlandse handelsketen genomen, in supermarkten, bij groothandels en groentespeciaalzaken. Het verschil zit dus niet in waar het is verkocht, maar in waar het is geteeld. PAN-NL splitste de tests op herkomst, zodat je bijvoorbeeld een Nederlandse tomaat kunt vergelijken met een geïmporteerde tomaat, allebei gewoon te koop in Nederland. Ze keken naar 17 groente- en fruitsoorten waarvan de NVWA zowel genoeg Nederlandse als buitenlandse producten had getest, samen goed voor 827 Nederlandse en 639 buitenlandse monsters. Die resultaten beoordeelden ze op zeven punten. Ze keken naar het aantal verschillende pesticiden per product, naar het gehalte aan resten en naar hoe vaak de wettelijke norm werd overschreden. Daarnaast keken ze naar het aandeel producten met hormoonverstorende, PFAS- en kankerverwekkende of voortplantingsschadelijke pesticiden en naar de zogenoemde Kandidaten voor Vervanging, middelen die eigenlijk vervangen zouden moeten worden.

Niet schoner, niet vuiler
De uitkomst blijkt genuanceerder dan je zou denken. Op zowel Nederlandse als buitenlandse groente en fruit werden veel en vaak resten gevonden, ook van middelen met een officiële gevarenclassificatie. Nederlandse producten blijken niet per se beter of slechter dan dezelfde producten uit het buitenland. Het is maar net waar je op let. Op sommige punten komt Nederland er beter uit, op andere juist slechter.

Waarin Nederland beter scoort
Op een paar punten doen Nederlandse producten het beter. De wettelijke norm voor pesticidenresten wordt hier minder vaak overschreden: bij 1 procent van de Nederlandse monsters tegen 4 procent van de buitenlandse. Ook worden er gemiddeld iets minder verschillende soorten pesticiden per product gevonden en scoort Nederland net iets gunstiger op de kankerverwekkende en voortplantingsschadelijke middelen en op de Kandidaten voor Vervanging.

Waarin Nederland het slechter doet
Helaas scoren we op flink wat punten ook slechter. Op Nederlandse groente en fruit werden de laatste jaren juist vaker PFAS-pesticiden en hormoonverstorende pesticiden gevonden dan op dezelfde producten uit het buitenland en ook het gehalte aan resten lag hoger. Vooral dat laatste cijfer is fors, want de hoeveelheid pesticide per kilo lag op Nederlandse producten gemiddeld zo’n 35 procent hoger. Een derde van alle onderzochte groente en fruit bevatte PFAS-pesticiden en één op de vijf een hormoonverstorend middel.

Cijfers schieten alle kanten op
Of Nederland of het buitenland gunstig uit de bus komt, verschilt telkens per product. Op Nederlandse paprika’s werden bijvoorbeeld minder pesticiden aangetroffen dan op buitenlandse, terwijl op Nederlandse appels juist meer werd gevonden. Volgens onderzoeker Sjoerd van de Wouw van PAN-NL valt er voor zowel Nederlandse als buitenlandse groente en fruit een wereld te winnen in het verminderen van pesticiden. Dit geldt voor Nederland net zo goed als elders. Wie denkt met Nederlandse groente en fruit automatisch voor schonere producten te kiezen, komt er bedrogen uit.

De “schoonste van de wereld” bestaat niet
De Nederlandse landbouwlobby roept al jaren dat onze groente en fruit de schoonste van de wereld zijn. De politiek praat het braaf na. Dit onderzoek van PAN-NL laat zien dat bewijs voor die uitspraak er niet is. Wat ze wel vonden, is dat lobbyclubs in andere landen exact hetzelfde beweren over hun producten. Iedereen roept dat hij de schoonste is en niemand kan het hardmaken. Voor de Nederlandse tak laat dit onderzoek zwart-op-wit zien dat de claim niet klopt. Het is dus meer verkooppraat en geen feit.

Waarom dit nu speelt
De timing is geen toeval. PAN-NL bracht het rapport begin juli 2026 naar buiten, op de dag dat bekend werd wat de onderhandelingen over het convenant gewasbeschermingsmiddelen hadden opgeleverd. Dat is de afspraak waarmee het kabinet het gifgebruik zou moeten terugdringen. En daar zit precies de wrange kant. Terwijl het kabinet hier over minder gif praat, steunt datzelfde kabinet in Europa juist een versoepeling van de regels. Er komen inmiddels rechters aan te pas om boeren en overheden te dwingen tot minder gif rond natuurgebieden en woonwijken. Ook om af te dwingen dat eindelijk openbaar wordt welke middelen er precies worden gebruikt. Van alle problemen rond voedselveiligheid maken mensen zich over pesticiden nog de meeste zorgen. Dat is niet zo gek. Dit rapport laat zien dat er ook in Nederland nog een flinke gifreductie nodig is.

Gif op aardbei dit jaar ietsje lager
Om af te sluiten toch een positieve noot over de aardbeien, waar dit artikel mee begon. PAN-NL stelde dit jaar voor het eerst minder pesticiden vast op Nederlandse aardbeien: gemiddeld 2,1 resten per bakje tegenover eerder ongeveer het dubbele. Van de vijftien geteste bakjes waren er zelfs vier helemaal vrij van resten. De onderzoekers houden wel een slag om de arm, want het kan om een jaarschommeling gaan, mogelijk door het droge voorjaar waarin minder tegen schimmels gespoten hoefde te worden. Het CBS zag over 2020 tot 2024 het gebruik in de aardbeienteelt juist stijgen, dus een echte trend is het nog niet. Toch is het een stap de goede kant op en dat is precies waar het naartoe moet.

Slotwoord
De bewering dat er op Nederlandse groente en fruit minder bestrijdingsmiddelen zitten, houdt geen stand. Je kunt hem misschien “aantonen” door één gunstig cijfer uit te lichten (cherry picking), maar wie alle punten naast elkaar legt, ziet al snel dat het verhaal niet klopt. Nederlandse producten zijn niet de schone uitzondering. Ze zijn ook niet slechter dan die uit andere landen. Op het aantal normoverschrijdingen en het aantal verschillende middelen doen we het beter, op het gehalte aan resten en op PFAS en hormoonverstoorders juist slechter. Zwart-wit is het dus niet. “Nederlands” is op zichzelf geen garantie dat er weinig gif op zit. Goed wassen blijft daarom verstandig, net als kiezen voor de clean fifteen, de niet-biologische dirty dozen links laten liggen en biologisch kopen waar het kan.

Hoeveel weet jij over gezondheid? Doe de kennistest over voeding in 30 vragen!
Juglen Zwaan

Juglen Zwaan

Juglen Zwaan (1982) is spreker en schrijver over voeding en gezondheid. Hij is een gepassioneerde voedingskundige met een onbedwingbare honger naar nieuwe inzichten. Hij schreef de boeken De supplementenwijzer, De voedingswijzer, De receptenwijzer en De voedingswaardewijzer. Juglen maakt al meer dan 12 jaar deel uit van het radioprogramma gezondheidsnieuws en was vaste gast in het tv-programma ‘Wat eten we’ op de landelijke televisie. Hij studeerde Voeding & Gezondheid aan de Open Universiteit en Nutrition Science aan Stanford. Hij onderzoekt kritisch en combineert moderne wetenschap met eeuwenoude kennis. Hij hangt geen enkel voedingsgeloof aan, maar combineert vele visies. Als je meer wilt weten over de achtergrond van aHealthylife, zie dan Over ons voor meer informatie.