Er wordt al jaren gesproken over de dalende vruchtbaarheid van mannen. Inmiddels zijn de resultaten van een nieuwe studie bekend en die liegen er niet om. Het testosterongehalte bij mannen blijkt in ongeveer vijftig jaar tijd te zijn gehalveerd. Niet in één land, niet in één leeftijdsgroep, maar in meerdere onderzoeken die los van elkaar dezelfde kant op wijzen. Testosteron is het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon en doet veel meer dan het regelen van het libido. Een daling van deze omvang zegt dus iets over de gezondheid van mannen in bredere zin.
De onderzoekers legden zes langlopende studies naast elkaar en telden de gegevens bij elkaar op. Samen ging het om bijna 119.000 mannen, onder wie mannen uit Europese landen als Finland en Denemarken, gevolgd tussen 1972 en 2019. Elke studie mat het testosterongehalte op minstens drie momenten in de tijd, zodat je een lijn ziet in plaats van een momentopname. Alle zes de studies lieten afzonderlijk een daling zien. Bij elkaar opgeteld kwam die uit op 54 procent, ruim een procent per jaar. Na het jaar 2000 leek de daling bovendien sneller te gaan. Zo’n consistent patroon over zoveel jaren en zoveel mannen is moeilijk als toeval weg te zetten. De resultaten werden gepresenteerd op een groot internationaal congres over voortplanting en vruchtbaarheid.
Meer dan een kwestie van vruchtbaarheid
Testosteron staat in de volksmond gelijk aan mannelijkheid en libido, maar het hormoon doet in het lichaam veel meer werk. Het stuurt de aanmaak van zaadcellen aan, houdt de spiermassa op peil en helpt de botten stevig te houden. Daarnaast speelt het mee bij je stemming, je energie en de manier waarop je lichaam met suikers en vetten omgaat. Wie structureel te laag zit, merkt dat dus niet alleen in de slaapkamer. Vermoeidheid, weinig kracht, een sombere stemming en gewichtstoename kunnen er allemaal deels mee te maken hebben.
Het verband werkt bovendien twee kanten op. Een laag testosterongehalte kan leiden tot meer buikvet en minder spieren, terwijl meer buikvet en minder spieren op hun beurt weer zorgen voor een lager testosterongehalte. Dat maakt het lastig om oorzaak en gevolg netjes uit elkaar te trekken en het verklaart waarom mannen die eenmaal in die spiraal zitten er moeilijk uit komen.
Waar komt die daling vandaan?
De meest voor de hand liggende verklaring is de manier waarop we zijn gaan leven. Overgewicht en diabetes type 2 komen veel vaker voor dan een halve eeuw geleden en beide gaan samen met lagere testosteronwaarden. In vetweefsel zit een enzym dat testosteron omzet in het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Hoe meer vetweefsel, hoe meer van die omzetting plaatsvindt. Daar komt bij dat we veel meer zitten en veel minder zwaar lichamelijk werk doen dan vroeger, terwijl juist belasting van je spieren de aanmaak van testosteron stimuleert.
Een van de betrokken wetenschappers schatte dat overgewicht en de bijbehorende stofwisselingsproblemen ongeveer een kwart tot de helft van de daling zouden kunnen verklaren. Andere deskundigen gaan verder en denken dat overgewicht en diabetes de hele daling zouden kunnen dekken. Dat verschil van inzicht is niet onbelangrijk, want het bepaalt waar je als samenleving je aandacht op richt.
De verdenking richt zich ook op plastic
Naast leefstijl wordt gekeken naar stoffen in onze omgeving die het hormoonsysteem in de war kunnen sturen. Die verzamelnaam dekt een brede lading: weekmakers in plastic, BPA in verpakkingen en bonnetjes, resten van bestrijdingsmiddelen, stoffen uit cosmetica. Ze lijken in kleine hoeveelheden invloed te hebben op de manier waarop ons lichaam hormonen aanmaakt en afbreekt. Ook microplastic wordt in onderzoek in verband gebracht met lagere testosteronwaarden, al staat dat vakgebied nog aan het begin.
Hard bewijs is er op dit punt niet. Studies naar luchtvervuiling en hormoonverstorende stoffen leveren wisselende uitkomsten op en dat maakt het moeilijk om één schuldige aan te wijzen. Waarschijnlijk werken al die factoren op elkaar in. Wie weinig beweegt en aankomt, slaat ook meer van dat soort stoffen op, want veel ervan hopen zich juist in vetweefsel op. Zo versterken leefstijl en omgeving elkaar.
Hoe hard is dit bewijs eigenlijk?
Bij zo’n opvallend getal hoort een eerlijke kanttekening. De afzonderlijke studies hielden rekening met leeftijd, maar het blijft mogelijk dat verschillen tussen de groepen mannen de uitkomst hebben beïnvloed. Voor overgewicht werd niet gecorrigeerd, terwijl juist dat sterk samenhangt met een laag testosterongehalte. En de resultaten zijn gepresenteerd op een congres, wat betekent dat de gebruikelijke beoordeling door vakgenoten nog niet volledig is afgerond.
Dat maakt de bevindingen niet waardeloos. Dat zes onderzoeken uit verschillende landen en verschillende tijdvakken allemaal dezelfde richting laten zien, geeft het geheel gewicht. Verschillende deskundigen noemen het dan ook een serieus signaal dat de gezondheid van mannen achteruitgaat. De vraag is niet zozeer of er iets aan de hand is, maar hoeveel daarvan op het conto van overgewicht komt en hoeveel op dat van onze omgeving.
Waarom een testosteronkuur zelden het antwoord is
Op sociale media wordt de daling van testosteron vaak in één adem genoemd met de oplossing: een kuur. Dat klinkt logisch en is het niet. Testosteron van buitenaf zet je eigen aanmaak juist stil en daarmee ook je spermaproductie. Artsen zien dat in de praktijk gebeuren bij mannen die op eigen houtje aan de slag zijn gegaan en daarna een kinderwens blijken te hebben. Een middel dat je vruchtbaarheid moet redden en die vruchtbaarheid vervolgens onderuit haalt, is geen oplossing. Vermoed je dat je waarden te laag zijn, laat het dan meten bij je huisarts in plaats van zelf te experimenteren.
Wat kun je hiermee in de praktijk?
Het goede nieuws is dat je zelf op de belangrijkste knoppen kunt drukken. Krachttraining is daarbij de meest directe. Je spieren zo’n twee tot drie keer per week zwaar belasten, doet meer voor je hormoonhuishouding dan welk supplement ook. Daarnaast telt slaap zwaar mee, want testosteron wordt vooral ’s nachts aangemaakt en een paar korte nachten achter elkaar zijn al genoeg om je waarden te zien zakken. Buikvet kwijtraken helpt om dezelfde reden: minder vetweefsel betekent minder omzetting van testosteron naar oestrogeen (vetweefsel maakt het enzym aromatase aan, dat testosteron omzet in oestrogeen).
Op het gebied van plastic kun je met kleine aanpassingen al veel bereiken. Bewaar eten in glas in plaats van plastic en verwarm nooit iets in een plastic bakje, want warmte helpt weekmakers uit het materiaal te komen. Verder helpt het om vaker onbewerkt te eten en minder uit verpakkingen. Het zijn geen ingewikkelde ingrepen en ze leveren sowieso winst op, ook als straks blijkt dat overgewicht het grootste deel van het verhaal verklaart.
Slotwoord
Een halvering van de testosteronproductie in vijftig jaar tijd is extreem. Een deel van de daling komt vrijwel zeker voort uit hoe we leven: te veel zitten, te veel gewicht, te weinig slaap. Dat zijn precies de factoren waar we zelf invloed op hebben. Over de rol van hormoonverstorende stoffen is het laatste woord nog niet gezegd en zolang dat zo is, lijkt voorzichtigheid verstandiger dan afwachten tot alle zekerheid binnen is. Trainen, slapen, gewicht in de gaten houden en wat minder plastic in je keuken is een korte lijst, maar wel eentje die werkt.