E586 - 4-hexylresorcinol
De veiligheidsscore geeft aan hoe veilig dit E-nummer is op een schaal van 0 tot 100, op basis van wetenschappelijk onderzoek.
- ● 60–100: Geen bezwaar — Veilig bevonden in onderzoek
- ● 40–59: Beperk gebruik — Mogelijk risico, nader onderzoek nodig
- ● 0–39: Zo min mogelijk — Risico’s vastgesteld in onderzoek
De vergelijking laat zien hoe dit E-nummer scoort ten opzichte van alle andere E-nummers die wij beoordeeld hebben.
Dit E-nummer scoort beter dan 22% en slechter dan 78% van alle E-nummers. Hoe hoger het percentage, hoe veiliger.
De herkomst geeft aan waar dit E-nummer vandaan komt en hoe het geproduceerd wordt:
- Natuurlijk — Komt voor in de natuur en wordt daaruit gewonnen
- Halfnatuurlijk — Natuurlijke grondstof, chemisch gewonnen of gezuiverd
- Synthetisch — Volledig kunstmatig geproduceerd in een fabriek
- Mineraal — Gewonnen uit minerale bronnen (gesteente, zout)
- Gemodificeerd — Natuurlijke stof waarvan de molecuulstructuur is veranderd
- Ook bekend als
- 4-hexylresorcinol, 4-Hexylresorcinol, 4-HR, Hexylresorcinol
- Komt voor in
- Verse garnalen, Diepgevroren garnalen, Kreeft, Schaaldieren
- ADI
- Er is geen ADI (aanvaardbare dagelijkse inname) vastgesteld voor 4-hexylresorcinol. EFSA concludeerde in 2014 dat er onvoldoende toxicologische gegevens beschikbaar zijn om een veilige dagelijkse inname te bepalen. De toelating in de EU is gebaseerd op de lage residulimieten op schaaldieren (maximaal 2 mg/kg), niet op een volledig veiligheidsdossier.
- EU-status
- Goedgekeurd
- Dieetinfo
- Synthetische stof, niet van dierlijke herkomst. In principe geschikt voor vegetarische en veganistische diëten. Over halal- en kosherstatus is geen specifieke informatie beschikbaar, maar de stof zelf bevat geen dierlijke bestanddelen. Let op: E586 wordt toegepast op schaaldieren, die zelf niet vegetarisch, veganistisch of kosher zijn.
EFSA kon geen veilige dagelijkse inname (ADI) vaststellen door onvoldoende toxicologische gegevens. In een dierstudie werden hormonale verstoringen (groeihormoon, testosteron) en effecten op groei waargenomen bij ratten. Nierziekte bij muizen werd als het meest gevoelige toxische eindpunt aangemerkt. Extra voorzichtigheid bij kinderen is gerechtvaardigd vanwege hun gevoeligheid voor hormonale verstoringen tijdens de groei.
De blootstelling is beperkt omdat E586 vrijwel uitsluitend wordt gebruikt op schaaldieren, met een maximaal residu van 2 mg/kg. In een laboratoriumtest werd geen celtoxiciteit waargenomen. De stof vervangt sulfieten, die bij gevoelige personen allergische reacties kunnen veroorzaken.
4-Hexylresorcinol (E586) is een synthetische stof die wordt gebruikt als antioxidant, specifiek om bruinverkleuring (melanosis) bij garnalen en andere schaaldieren te voorkomen. Je komt het tegen op verse en diepgevroren garnalen, kreeft en andere schaaldieren. Het is een wit poeder dat de eerder gebruikte sulfieten vervangt. In de EU mag het alleen voor dit specifieke doel worden ingezet, met een maximaal residu van 2 mg/kg op het eindproduct.
Wat opvalt bij deze stof is dat EFSA, de Europese voedselveiligheidsautoriteit, geen veilige dagelijkse inname (ADI) heeft kunnen vaststellen. Dat betekent niet automatisch dat het gevaarlijk is, maar wel dat er onvoldoende toxicologische gegevens beschikbaar zijn om met zekerheid te zeggen hoeveel je dagelijks veilig kunt binnenkrijgen. De toelating is gebaseerd op het feit dat de residulimieten op schaaldieren heel laag zijn, niet op een volledig veiligheidsdossier.
In een dierstudie bij ratten werden hormonale effecten waargenomen, waaronder veranderingen in groeihormoon en testosteron, en verstoorde groei van de kaak. Hoewel dieronderzoek niet één-op-één vertaalbaar is naar mensen, is extra voorzichtigheid bij kinderen op zijn plaats. Kinderen zijn gevoeliger voor hormonale verstoringen tijdens hun groei. Ook voor zwangere vrouwen en mensen met nierproblemen is het verstandig om bewust om te gaan met producten die deze stof bevatten.
Omdat E586 alleen op schaaldieren wordt toegepast, is de blootstelling voor de meeste mensen beperkt. Eet je zelden of nooit garnalen of kreeft, dan kom je er nauwelijks mee in aanraking. Maar als je regelmatig schaaldieren eet, is het goed om te weten dat deze stof erop kan zitten en dat de wetenschappelijke onderbouwing van de veiligheid beperkt is.
Wat zegt de wetenschap?
We vonden 5 relevante studies over 4-hexylresorcinol als voedingsadditief. Na beoordeling zijn 3 studies meegenomen in onze analyse. Daarvan is er één onafhankelijk gefinancierd en bij 2 studies was de financieringsbron onbekend.
De belangrijkste bron is de EFSA-herbeoordeling uit 2014. Daarin concludeerde EFSA dat het gebruik van 4-hexylresorcinol op schaaldieren acceptabel is bij een maximaal residu van 2 mg/kg, maar dat er geen ADI kon worden vastgesteld. De reden: er waren te weinig toxicologische gegevens beschikbaar om een veilige dagelijkse inname te bepalen. Nierziekte (nefropathie) bij muizen werd aangemerkt als het meest gevoelige toxische eindpunt. Dit is een ongebruikelijke situatie. Normaal gesproken wordt een stof pas toegelaten als er een ADI is vastgesteld. In dit geval heeft EFSA de toelating gebaseerd op de zeer lage residulimieten, niet op een volledig veiligheidsdossier.
Een dierstudie uit 2021 onderzocht de effecten van 4-hexylresorcinol op de groei van het aangezicht bij ratten. De onderzoekers vonden dat de stof de groei en hormoonspiegels verstoorde, maar op een sekse-afhankelijke manier: mannelijke ratten hadden een kleinere onderkaak, terwijl vrouwelijke ratten juist een grotere onderkaak ontwikkelden. Ook werden veranderingen in groeihormoon en testosteron gemeten. Deze tegengestelde effecten bij mannetjes en vrouwtjes maken het lastig om de resultaten te vertalen naar mensen, maar ze wijzen wel op complexe hormonale interacties.
Een oudere laboratoriumstudie uit 1998 testte de celtoxiciteit van 4-hexylresorcinol. In deze in-vitro test werd geen directe schade aan cellen waargenomen. De onderzoekers merkten tegelijkertijd op dat de beschikbare toxicologische database ontoereikend was om een ADI vast te stellen. Er zit dus een spanning tussen de conclusie dat de stof op celniveau niet toxisch lijkt en het feit dat er op lichaamsniveau onvoldoende zekerheid is over de veiligheid.
Het onderzoek naar E586 is opvallend beperkt. Met slechts 3 bruikbare studies, waarvan er 2 een onbekende financieringsbron hebben, is het moeilijk om harde conclusies te trekken. Er is geen IARC-classificatie voor deze stof en er zijn geen grote, langlopende studies bij mensen beschikbaar. Het ontbreken van een ADI is in de wereld van voedingsadditieven een serieus signaal. Het betekent niet dat je direct gevaar loopt als je een portie garnalen eet, maar het laat wel zien dat de wetenschappelijke basis voor de veiligheid van deze stof dunner is dan bij de meeste andere goedgekeurde E-nummers.
Bredere context
Regelgeving en bijzonderheden
4-Hexylresorcinol (E586) is in de EU uitsluitend toegestaan als anti-bruiningsmiddel op verse en diepgevroren schaaldieren, met een maximaal residu van 2 mg/kg. De stof is ontwikkeld als alternatief voor sulfieten, die bij gevoelige personen (vooral astmapatiënten) allergische reacties kunnen veroorzaken. In die zin biedt E586 een voordeel voor een specifieke groep consumenten.
Toch is de situatie ongebruikelijk: EFSA heeft bij de herbeoordeling in 2014 geen ADI kunnen vaststellen door een gebrek aan toxicologische gegevens. De toelating berust op de aanname dat de blootstelling via schaaldieren laag genoeg is om veilig te zijn. Voor de meeste consumenten is de blootstelling inderdaad beperkt, omdat je de stof alleen binnenkrijgt via schaaldieren. Maar voor mensen die regelmatig garnalen of kreeft eten, is het goed om te weten dat er geen vastgestelde veilige dagelijkse inname bestaat.
- In een dierstudie werden hormonale effecten (groeihormoon, testosteron) en verstoorde groei waargenomen bij ratten. Hoewel dit niet direct vertaalbaar is naar mensen, is extra voorzichtigheid bij kinderen gerechtvaardigd gezien hun gevoeligheid voor hormonale verstoringen tijdens de groei.
- Mensen met nierproblemen doen er verstandig aan om alert te zijn, aangezien nierziekte bij muizen als het meest gevoelige toxische eindpunt werd aangemerkt.
- Er is geen IARC-classificatie voor 4-hexylresorcinol.
Bijwerkingen
Bij mensen zijn geen directe bijwerkingen gedocumenteerd in de beschikbare studies. In een dierstudie bij ratten werden hormonale verstoringen (veranderingen in groeihormoon en testosteron) en effecten op de groei van de kaak waargenomen. Bij muizen werd nierziekte (nefropathie) als het meest gevoelige toxische eindpunt aangemerkt door EFSA.
Financiering van het onderzoek
Van de 3 meegenomen studies is er één onafhankelijk gefinancierd, namelijk de EFSA-herbeoordeling uit 2014. Bij de andere 2 studies (de dierstudie en de in-vitro studie) is de financieringsbron onbekend. Er zijn geen studies gevonden die door de voedingsindustrie zijn gefinancierd.
Het feit dat bij 2 van de 3 studies de financiering onbekend is, maakt het lastig om de onafhankelijkheid van het onderzoek volledig te beoordelen. Daarnaast is het totale aantal studies opvallend klein voor een goedgekeurd voedingsadditief. Dit beperkte onderzoekslandschap is precies de reden waarom EFSA geen ADI heeft kunnen vaststellen. Voor een stof die al tientallen jaren op de markt is, zou je meer onderzoek verwachten.
Beoordeling medische literatuur
Het onderzoek naar E586 is opvallend beperkt. Met slechts 3 bruikbare studies is de wetenschappelijke basis dun vergeleken met de meeste andere goedgekeurde E-nummers. Het ontbreken van een ADI is een belangrijk signaal: EFSA heeft niet genoeg gegevens om te bepalen hoeveel je dagelijks veilig kunt innemen. De toelating berust op de aanname dat je via schaaldieren maar heel weinig binnenkrijgt.
Er zitten ook tegenstrijdigheden in het onderzoek. De in-vitro studie vond geen celtoxiciteit, maar erkent tegelijk dat de toxicologische database ontoereikend is. De dierstudie liet tegengestelde effecten zien bij mannelijke en vrouwelijke ratten, wat het lastig maakt om conclusies te trekken voor mensen. Voor de meeste consumenten is de blootstelling via schaaldieren waarschijnlijk laag genoeg om geen problemen te veroorzaken, maar als je regelmatig garnalen eet en je behoort tot een kwetsbare groep (kinderen, zwangeren, mensen met nierproblemen), is het verstandig om hier bewust mee om te gaan.
Onderzochte studies
| Studie | Type | Conclusie | Bewijskracht | Financiering |
|---|---|---|---|---|
|
2014
Acceptabel bij max 2 mg/kg residu; geen ADI vastgesteld door dataleemtes
|
EFSA/WHO-evaluatie | Gemengd | 72% |
Onafhankelijk
EFSA (European Food Safety Authority) — onafhankelijke Europese overheidsinstelling
|
|
Lee et al. (2021)
4HR verstoort groei en hormonen bij ratten, sekse-afhankelijk
|
Dierstudie | Gemengd | 43% | Onbekend |
|
Guandalini et al. (1998)
In vitro geen cytotoxiciteit, maar ADI onbepaalbaar door onvoldoende toxicologische data
|
In vitro | Gemengd | 16% | Onbekend |
Verantwoording
Algoritme versie: v1.7. Analyse uitgevoerd op: 8 maart 2026. Lees meer over onze methodologie.
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld op basis van wetenschappelijk onderzoek. Scores worden algoritmisch berekend op basis van de onderliggende studies. Elke pagina wordt met de hand gecontroleerd door de redactie. Deze informatie vervangt geen professioneel voedings- of medisch advies. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts of diëtist. Mocht er onverhoopt een fout staan, laat het ons weten via info@ahealthylife.nl.