Wat is chemotherapie?

Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen (cytostatica) die kankercellen doden of hun groei remmen. De middelen worden via een infuus, tabletten of injecties toegediend.

Wanneer iemand de diagnose kanker krijgt, is chemotherapie een van de behandelvormen die artsen kunnen inzetten. Het gaat om medicijnen die zich richten op cellen die zich snel delen en dat is precies wat kankercellen doen. De gebruikte stoffen heten cytostatica, wat letterlijk ‘celremmers’ betekent. Een volledige reeks behandelingen wordt in de volksmond vaak een chemokuur genoemd.

Samen met chirurgie en bestraling (radiotherapie) vormt chemotherapie een van de drie belangrijkste pijlers in de behandeling van kanker. Oorspronkelijk verwees de term naar élke behandeling met chemische middelen, maar tegenwoordig wordt het woord vrijwel uitsluitend in verband met kanker gebruikt.

Hoe het werkt

Cytostatica grijpen in op het proces van celdeling. Kankercellen delen zich doorgaans sneller dan gezonde cellen, waardoor ze extra gevoelig zijn voor deze middelen. Het probleem is dat ook gezonde cellen die van nature snel delen (zoals cellen in het beenmerg, de slijmvliezen van mond en darmen en haarfollikels) geraakt worden. Dat verklaart waarom chemotherapie bekendstaat om bijwerkingen als haaruitval, misselijkheid, een verhoogde vatbaarheid voor infecties en ontstekingen van het mondslijmvlies (mucositis).

Toediening en schema’s

De medicijnen kunnen op verschillende manieren het lichaam binnenkomen:

  • Via een infuus in een ader (intraveneus), de meest voorkomende manier
  • Als tabletten of capsules die je inslikt
  • Via injecties in een spier of onder de huid
  • Soms rechtstreeks in het vocht rond het ruggenmerg of de hersenen

Bij langdurige behandelingen wordt vaak een centraal veneuze katheter geplaatst, een dun slangetje dat in een grote ader nabij het hart wordt ingebracht. Zo hoeft niet telkens opnieuw een infuusnaald te worden geprikt. Bekende varianten zijn een PICC-lijn en een onderhuidse poort (port-a-cath).

Chemotherapie wordt bijna altijd in cycli gegeven: een periode van behandeling, gevolgd door een rustperiode waarin het lichaam kan herstellen. Zo’n cyclus kan één dag duren, maar ook enkele weken beslaan. Vaak worden meerdere cytostatica gecombineerd, omdat verschillende middelen op verschillende momenten in de celdeling ingrijpen.

Bijwerkingen en het lichaam

Omdat chemotherapie niet alleen kankercellen maar ook gezonde, sneldelende cellen raakt, merken veel mensen bijwerkingen. Vermoeidheid, misselijkheid, een veranderde smaak en een verzwakt afweersysteem komen vaak voor. Ook perifere neuropathie (een tintelend of verdoofd gevoel in handen en voeten) is een bekende klacht die door bepaalde cytostatica kan ontstaan. De ernst en het type bijwerkingen hangen sterk af van welke middelen worden gebruikt, de dosering en hoe iemands lichaam erop reageert.

Chemotherapie kan ook worden gecombineerd met bestraling, soms gelijktijdig, soms na elkaar. Welke aanpak wordt gekozen hangt af van het type kanker, het stadium en de algehele conditie van de persoon.

Bronnen:

Categorie: Behandelingen
Tags: bijwerkingen chemokuur chemotherapie cytostatica kanker

Gerelateerde termen

Laatst geüpdatet: 14 februari 2026

Dit medisch woordenboek en deze begrippenlijst voeding & gezondheid zijn met zorg samengesteld als naslagwerk en kennisbank. De informatie in dit lexicon is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel medisch, diëtetisch of voedingskundig advies. Mocht er onverhoopt een fout of onvolledigheid in deze verklarende woordenlijst staan, dan vernemen wij dat graag via info@ahealthylife.nl.