Wat is trombose?
Trombose is de vorming van een bloedstolsel (trombus) in een bloedvat, waardoor de bloedstroom geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd.
Wanneer zich binnenin een bloedvat een klontje gestold bloed vormt, een zogenaamde trombus, spreken artsen van trombose. Dat stolsel kan de doorstroming van bloed belemmeren of zelfs volledig afsluiten. Het verschijnsel kan zich zowel in aders (venen) als in slagaders (arteriën) voordoen, maar de term wordt in de dagelijkse praktijk het vaakst gebruikt voor stolsels in de diepe aderen van het been. De medische benaming daarvoor is diepe veneuze trombose, vaak afgekort tot DVT.
Hoe trombose ontstaat
Je lichaam beschikt over een ingenieus stollingssysteem dat ervoor zorgt dat een wond snel dicht gaat. Bij een beschadiging van de vaatwand klonteren bloedplaatjes samen en vormen ze, samen met het eiwit fibrine, een stevig netwerk dat het lek afdicht. Dat proces heet hemostase en is van levensbelang. Trombose ontstaat wanneer datzelfde mechanisme op een ongewenst moment of op een ongewenste plek in werking treedt, er vormt zich dan een stolsel terwijl er geen wond is die gedicht hoeft te worden.
Drie factoren spelen hierbij een hoofdrol: schade aan de binnenwand van het bloedvat, een vertraagde bloedstroom en een verhoogde stollingsneiging van het bloed. Die combinatie staat in de geneeskunde bekend als de trias van Virchow. Langdurig stilzitten (bijvoorbeeld tijdens een lange vliegreis of na een operatie) vertraagt de bloedstroom in de benen en vergroot daarmee het risico. Hetzelfde geldt voor bedrust na een ziekte of ongeval.
Wie loopt meer risico?
Trombose komt het vaakst voor bij volwassenen boven de zestig, maar kan op elke leeftijd optreden. Bekende risicofactoren zijn onder meer:
- Langdurige immobiliteit (bedrust, gipsverband, lange reizen)
- Recente operatie, vooral aan buik, bekken of benen
- Kanker, met name alvleesklierkanker geeft een opvallend hoog tromboserisico
- Zwangerschap en de periode na de bevalling
- Gebruik van hormoonpreparaten
- Erfelijke stollingsafwijkingen
- Overgewicht en roken
Bij mensen met kanker is de stollingsneiging van het bloed vaak verhoogd. Onderzoek laat zien dat het bloed van patiënten met alvleesklierkanker sneller en steviger stolt, wat verklaart waarom juist deze groep zo kwetsbaar is voor trombose.
Wat merk je eraan?
Een trombosebeen (de meest voorkomende vorm) geeft vaak een kloppende pijn in de kuit of het bovenbeen, vooral bij staan of lopen. Het been kan opgezwollen aanvoelen, warm zijn en een rode of donkere verkleuring vertonen. Soms zijn de oppervlakkige aderen zichtbaar gezwollen en gevoelig bij aanraking. Niet iedereen heeft duidelijke klachten. Trombose kan ook vrijwel ongemerkt verlopen.
Waarom trombose gevaarlijk kan zijn
Het grootste risico is dat een deel van het stolsel losraakt en via de bloedbaan naar de longen reist. Daar kan het een longslagader afsluiten, een longembolie. Diepe veneuze trombose en longembolie worden samen aangeduid als veneuze trombo-embolie. Klachten als plotselinge benauwdheid of pijn op de borst bij iemand met een trombosebeen zijn daarom alarmsignalen.
Naast de diepe veneuze variant kan trombose ook optreden in slagaders (arteriële trombose), wat kan leiden tot een hartinfarct of beroerte. Daarnaast bestaan er zeldzamere vormen, zoals stolselvorming in de hartkamers of in de aderen van de buik.
Rode bloedcellen spelen bij dit alles een actievere rol dan lang werd gedacht. Ze beïnvloeden de vorming en stevigheid van het stolsel onder meer doordat ze bloedplaatjes naar de vaatwand duwen en bijdragen aan de aanmaak van trombine, een sleuteleiwit in het stollingsproces. Ook bepaalde witte bloedcellen (met name monocyten met een ontstekingsprofiel) blijken mee te bepalen hoe snel een stolsel groeit en hoe het vervolgens wordt afgebroken.
Bronnen:
- Ząbczyk, M., Natorska, J., & Undas, A. (2024). Novel factors affecting fibrin clot formation and their clinical implications. Polish Archives of Internal Medicine.
- Alamin, A. A., Yahia, A. I., & Hussien, H. M. (2024). Red Blood Cells in Thrombosis: Active Participants in Clot Formation and Stability: A Systematic Review. Seminars in Thrombosis and Hemostasis.
- Risman, R., Milman, N., Sinan, H. A., & Tutwiler, V. (2025). Clot formation, structure, and fibrinolysis of plasma from pancreatic cancer patients. Journal of Thrombosis and Thrombolysis.
- Shahneh, F., Probst, H. C., Wiesmann, S. C., A-González, N., Ruf, W., Steinbrink, K., Raker, V., & Becker, C. (2021). Inflammatory Monocyte Counts Determine Venous Blood Clot Formation and Resolution. Arteriosclerosis, Thrombosis and Vascular Biology.
- Deep vein thrombosis (DVT) - Symptoms & causes - Mayo Clinic - mayoclinic.org
- DVT (deep vein thrombosis) - NHS - nhs.uk
- Trombosebeen | Thuisarts - thuisarts.nl
- Deep vein thrombosis: MedlinePlus Medical Encyclopedia - medlineplus.gov
- Trombose - Wikipedia - nl.wikipedia.org
- ASH 2023 guidelines: thrombophilia testing.
Gerelateerde termen
Laatst geüpdatet: 14 februari 2026
Dit medisch woordenboek en deze begrippenlijst voeding & gezondheid zijn met zorg samengesteld als naslagwerk en kennisbank. De informatie in dit lexicon is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel medisch, diëtetisch of voedingskundig advies. Mocht er onverhoopt een fout of onvolledigheid in deze verklarende woordenlijst staan, dan vernemen wij dat graag via info@ahealthylife.nl.