Wat betekent vetpercentage?

Het aandeel lichaamsvet uitgedrukt als percentage van het totale lichaamsgewicht, bestaande uit essentieel vet en opslagvet.

Wanneer je het over vetpercentage hebt, bedoel je hoeveel van je totale lichaamsgewicht uit vet bestaat. Weeg je bijvoorbeeld 70 kilo en bestaat daarvan 14 kilo uit vet, dan is je vetpercentage 20%. Het gaat daarbij om al het vet in je lichaam samen, zowel het vet dat je lichaam nodig heeft om goed te functioneren als het vet dat wordt opgeslagen als energiereserve.

Twee soorten lichaamsvet

Niet al het lichaamsvet is hetzelfde. Er wordt onderscheid gemaakt tussen essentieel vet en opslagvet. Essentieel vet zit onder andere rond organen, in beenmerg en in het zenuwstelsel. Je lichaam heeft dit vet nodig voor basale functies zoals het reguleren van je lichaamstemperatuur, het aanmaken van hormonen en het beschermen van organen. Bij vrouwen ligt het percentage essentieel vet hoger dan bij mannen, wat samenhangt met de hormonale huishouding en de biologische rol bij zwangerschap en voortplanting.

Opslagvet is het vet dat zich ophoopt in vetweefsel, deels rond de organen in de buik- en borstholte en deels direct onder de huid. Dit vet dient als energiebuffer. Een bepaalde hoeveelheid opslagvet is volkomen normaal en gezond, maar wanneer de balans verschuift en er te veel opslagvet aanwezig is, kan dat de gezondheid beïnvloeden.

Wat is een normaal vetpercentage?

Wat als gezond wordt beschouwd, verschilt sterk per geslacht, leeftijd en mate van lichamelijke activiteit. Over het algemeen ligt een gezond vetpercentage bij mannen lager dan bij vrouwen. Voor volwassen mannen wordt vaak een range van ongeveer 10-20% als gezond gezien, voor vrouwen ligt dat rond de 20-30%. Topsporters zitten daar doorgaans onder, terwijl het vetpercentage bij ouderen van nature wat hoger ligt. Het vetpercentage wordt tegenwoordig gezien als een nauwkeuriger maat voor de lichaamssamenstelling dan alleen het lichaamsgewicht of de BMI, omdat het daadwerkelijk laat zien hoeveel van je gewicht uit vet bestaat en hoeveel uit vetvrije massa zoals spieren, botten en organen.

Hoe wordt het gemeten?

Er bestaan verschillende methoden om het vetpercentage te bepalen, elk met hun eigen nauwkeurigheid. De meest voorkomende zijn:

  • Huidplooimetingen: met een speciale tang (caliper) wordt op meerdere plekken de dikte van een huidplooi gemeten. Uit die metingen wordt het vetpercentage berekend.
  • Bio-elektrische impedantieanalyse (BIA): hierbij wordt een zwak elektrisch stroompje door het lichaam gestuurd. Omdat vet en spierweefsel de stroom verschillend geleiden, kan het apparaat een schatting maken van de lichaamssamenstelling. Veel personenweegschalen werken op dit principe.
  • DEXA-scan: een röntgentechniek die nauwkeurig onderscheid maakt tussen botmassa, vetmassa en vetvrije massa. Dit wordt als een van de meest betrouwbare methoden beschouwd.
  • Omtrekmaten en formules: op basis van lichaamsomtrekken (zoals taille en heup) en lengte kan het vetpercentage worden geschat. Een voorbeeld hiervan is de Relative Fat Mass (RFM)-formule, die in onderzoek is ontwikkeld als eenvoudig alternatief voor complexere meetmethoden.

Elke methode heeft voor- en nadelen. Huidplooimeting en BIA zijn toegankelijk maar minder precies; een DEXA-scan is nauwkeuriger maar minder makkelijk beschikbaar. Voor het volgen van veranderingen over tijd is het vooral belangrijk om steeds dezelfde methode te gebruiken, zodat de metingen onderling vergelijkbaar blijven.

Categorie: Anatomie
Tags: gezondheid lichaamssamenstelling meting vetmassa

Laatst geüpdatet: 14 februari 2026

Dit medisch woordenboek en deze begrippenlijst voeding & gezondheid zijn met zorg samengesteld als naslagwerk en kennisbank. De informatie in dit lexicon is uitsluitend bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel medisch, diëtetisch of voedingskundig advies. Mocht er onverhoopt een fout of onvolledigheid in deze verklarende woordenlijst staan, dan vernemen wij dat graag via info@ahealthylife.nl.