Hoofdpagina » Toplijsten » 32 typisch Nederlandse voedingsmiddelen

32 typisch Nederlandse voedingsmiddelen

De Italianen hebben pizza en pasta op hun naam staan, de Belgen friet en de Spanjaarden weer de tapas. Elk land heeft z’n eigen voedingsgewoontes en dat is voor ons Nederlanders niet anders. Maar wat is dan typisch Nederlands eten? En zijn dit dan Nederlandse uitvindingen of zijn we er gewoon verzot op? In dit artikel zoeken we het uit!

1. Stamppot
Een stamppot behoort tot het typische Nederlandse wintervoedsel. Stamppot bestaat meestal uit gestampt de aardappels in combinatie met groenten. Meestal wordt een stamppot gegeten met vlees. Bekende voorbeelden van stamppotten zijn bijvoorbeeld boerenkool met worst, zuurkool met worst, andijvie met spekjes, en hutspot. Hutspot is een combinatie van aardappelen, wortelen en uien, vaak vergezeld van wederom een stuk worst. Ook in Vlaanderen en Duitsland wordt wel eens stamppot gegeten.

2. Hollandse Nieuwe (zoute haring)
Deze haring wordt meestal gegeten met uitjes en zuur. Haringen worden over de hele wereld gegeten, maar niet zoals wij dat doen. De maatjesharing, oftewel een Hollandse nieuwe, eten wij Nederlanders rauw. Dit doet de wenkbrauwen van menig buitenlander fronsen. De Hollandse nieuwe wordt ook wel eens een pekelharing genoemd. Rond half juni is de haring op zijn vetst, wat voor veel handelaren van haring een mooie aanleiding is om het nieuwe haringseizoen te starten.

3. Beschuit met muisjes
Een beschuit is op zich niet Nederlands, ook de versuikerde anijszaadjes zijn niet van ons. Maar het aanbieden van van beschuit belegd met gekleurde muisjes wanneer er een jongetje (blauwe muisjes) of een meisje (roze muisjes) is geboren, is wel een Nederlandse gewoonte. Het gebruik van anijszaad werd vroeger door kraamvrouwen aanbevolen omdat het goed zou zijn voor de productie van moedermelk. De gewoonte om een beschuit te bestrooien met gekleurde muisjes is ontstaan door slimme marketing rondom de geboorte van prinses Beatrix in 1938.

4. Pannenkoeken (en ook flensjes en poffertjes)
Veel mensen denken dat pannenkoeken behoren tot de Nederlandse uitvindingen. Helaas is dat volgens historici niet het geval. Wat wel zo is, is dat we dol zijn op pannenkoeken. Dat is zeker te zien aan het feit dat wij in Nederland bijzonder veel pannenkoekenhuizen en pannenkoekenschepen hebben. Elk gebied op de wereld heeft zijn eigen pannenkoek variatie. In Afrika zijn ze meestal hartig, in Duitsland hebben ze het over ‘Pfannkuchen’ en in Frankrijk zijn het weer crêpes. Wij Nederlanders eten onze pannenkoeken het liefst zoet, met bijvoorbeeld poedersuiker of stroop.

5. Roggebrood
Roggebrood is al lange tijd populair in Nederland, in de middeleeuwen werd het veel in ons land gegeten. Er zijn vele varianten in ons land te vinden, zo kennen we natuurlijk Fries roggebrood en het Brabants roggebrood. Maar we hebben ook Gronings-, Limburgs- en Overijsselse roggebrood. De receptuur en daarmee kleur en smaak verschillen onderling sterk.

6. Snert (Erwtensoep)
Erwtensoep komt ook elders op de wereld voor, maar onze variant, die we ook wel snert noemen, komt nergens voor. In de basis gebruiken wij groene spliterwten, aangevuld met groenten zoals knolselderij, prei, wortel en uien. Vaak bevat de soep ook nog varkensvet of rookworst. De soep is meestal zo dik dat een lepel er rechtop in blijft staan. Deze receptuur is uniek voor Nederland. Een echte snertmaaltijd is natuurlijk pas compleet wanneer dit vergezeld gaat van een snee roggebrood met spek natuurlijk.

7. Ontbijtkoek
Dit voedingsmiddel is inmiddels op meerdere plekken op de wereld geliefd, maar de eer voor het uitvinden moeten we toch echt delen met de Vlamingen. De Vlamingen hadden in de 13e eeuw al hun eigen recept, die zei peperkoek noemden. Wij Nederlanders hebben ook vele recepten in ons arsenaal, denk aan de gemberkoek, de oudewijvenkoeken uit het noorden van Nederland en nog vele anderen. Opvallend is dat deze koek vele namen kent, zoals snijkoek, hapkoek en nog veel meer. Ontbijtkoek bestaat in de basis uit roggebloem met diverse vormen van suiker zoals glucosestroop, fructose stroop en kandijsuiker. Uiteraard gaan er ook wat specerijen in zoals kaneel en honing. Ontbijtkoek wordt graag gegeten met een flinke laag roomboter.

8. Hagelslag
Dit is met zekerheid een Nederlandse uitvinding. Aan het begin van de 20e eeuw kwamen er meerdere ondernemers in Nederland op het idee om iets te fabriceren dat lijkt op hagelslag. De eigenaar van de Chocoladefabriek Erven H. de Jong uit Wormerveer produceerde in 1913 ronde bolletjes chocolade die hij onder de naam ‘chocoladekorrels’ op de markt bracht. Het duurde echter nog ruim 20 jaar voor chocoladefabrikant Venz het daadwerkelijk als broodbeleg in de vorm van staafjes op de markt bracht.

9. Frikandel
Is het nu frikandel of frikadel? Er bestaat een wezenlijk verschil tussen beiden. In 1954 produceerde ondernemer Gerrit de Vries gehaktballen die in zijn stad Dordrecht bijzonder populair waren. Door een wijziging van de Warenwet werd Gerrit gedwongen om zijn recept aan te passen. Dit zag hij niet zitten. Hij is daarom zijn gehaktbal gaan aanbieden in de vorm van een staaf. Een vrouwelijke snackbarhoudster die afkomstig was uit Duitsland gaf Gerrit de tip om zijn nieuwe ‘uitvinding’ een frikadel te noemen. Ze had zich bij het bedenken van deze naam laten inspireren op de fricadelle, dat in Duitsland een populaire platgeslagen gehaktbal is. Gerrit heeft zijn uitvinding nooit laten vastleggen, waardoor Jan Bekker van Beckersnacks de frikadel heeft opgepakt en op grote schaal heeft kunnen vermarkten onder de naam frikandel. Samen met de naamswijziging voerde hij vele andere veranderingen door: het gehakt werd gemalen vlees, de textuur werd glad en de kruiden werden aangepast. Deze kruidenmix die door Jan zelf is bedacht geeft de frikandel zijn kenmerkende smaak. Gerrit de Vries heeft van het bovenstaande geleerd, want zijn nieuwere uitvinding ‘Mexicano’ liet hij wel registreren.

10. Drop
Drop is typisch Nederlands snoepgoed, maar het is geen Nederlandse uitvinding. Een verschil met buitenlandse drop is dat Nederlandse zoute drop ammoniumchloride in plaats van natriumchloride bevat. Dit noemen we dan ook wel salmiakdrop. Drop behoort in Nederland tot het meest gegeten snoep. Het snoepgoed wordt gemaakt van wortelsap van de zoethoutplant. De zoethoutplant wordt op vele plekken op de wereld gebruikt als ingrediënt voor snoep en medicinale dranken. Nederland is weliswaar niet de uitvinder van drop, het is wel de grootste fabrikant van Europa. Wij Nederlanders zijn zo gek op drop dat bijna 2% van de Nederlanders dagelijks meer dan 100 gram hiervan eet. Een gemiddelde Nederlander zou per persoon 2 kg drop per jaar eten. Misschien hebben we ons drop toegeëigend omdat we er zo dol op zijn?

11. Bitterballen
Een bitterbal is een Nederlandse snack op basis van vlees. Ze worden meestal geserveerd met mosterd om te dippen. De bitterbal ontleent zijn naam aan een ‘bittertje’, dat een ander woord is voor een alcoholische sterke drank met kruiden. Deze kruiden kunnen een bitter kruidenmengsel (kruidenbitter) zijn, zoals sinaasappelschillen die bitter van smaak zijn (oranjebitter). De bitterbal werd vaak bij het drinken van deze kruidenbitterdrank geserveerd als bittergarnituur, een selectie van hartige hapjes voor bij de borrel in cafés of op recepties. Een voorbeeld van een bitterdrank is de bekende kruidenjenever. Het woord ‘bitter’ stamt af van het Engelse werkwoord ‘bite’, dat bijten betekent. Bitter voedsel heeft een snijdende smaak, iets dat men in Engeland ‘bite’ noemt. Het bittertje is tegenwoordig vervangen door andere dranken zoals bier of wijn, dus kunnen we beter spreken van een borrelgarnituur en misschien zelfs wel een borrelbal.

12. Kaas en de Kaasschaaf
Het fenomeen kaas is absoluut geen Nederlandse uitvinding, maar de zogenaamde harde kaas weer wel. Bij een harde kaas moet je met een kaasschaaf plakjes eraf schaven. We hebben het hier dan ook over Hollandse kaas. In het buitenland hebben ze vaak geen idee wat een kaasschaaf is! Typisch Hollandse kazen zijn bijvoorbeeld Goudse en Edammer kaas. Ook Maasdammer en Friese nagelkaas is echt Nederlands. Dat wij Nederlanders dit soort kaas al lange tijd produceren, blijkt wel uit de geschiedschriften die vermelden dat Julius Ceasar dol was op kaas van de Germanen.

13. Rookworst
Een rookworst behoort echt tot de traditionele Nederlandse keuken. Meestal wordt rookworst in combinatie met stamppot gegeten. Vroeger werden rookworsten daadwerkelijk gerookt, vandaag de dag is de rooksmaak afkomstig van rookaroma. De rookworsten van de HEMA zijn bij velen geliefd. Een andere grote producent van rookworsten is Unox, dat een dochter is van Unilever. Wie de rookworsten voor de HEMA produceert is officieel geheim, maar een boze Unox medewerker is tijdens een staking uit de school geklapt, en heeft toegegeven dat de HEMA-rookworsten door Unox worden geproduceerd. Zowel HEMA als Unox zwijgen nog altijd in alle talen…

14. Stroopwafels
De stroopwafel is een Nederlandse uitvinding. Oorspronkelijk werden deze koeken siroopwafels genoemd. De eerste stroopwafel werd in de 19e eeuw in regio Gouda gebakken. Vandaag de dag komen de meeste stroopwafels nog altijd uit stroopwafelfabrieken die zich bevinden in of nabij Gouda. Waren daar in 1960 nog zeventien stroopwafelfabrieken, vandaag de dag zijn het er nog vier. Inmiddels zijn stroopwafels ook in het buitenland bekend. De Engelsen spreken dan ook over Dutch Caramel Syrup Waffle Cookies. Het ruitpatroon is kenmerkend voor een stroopwafel.

15. Appelflap
Ook de appelflap is een echte Nederlandse uitvinding. Een driehoekig appelgebak gemaakt met bladerdeeg, je moet er maar opkomen! In de basis bevat een appelflap vulling dat een mengsel is van appel met kaneel. Meestal wordt voor het maken van appelflap een stevige appel gebruikt. Appelflappen worden vaak getrakteerd tijdens verjaardagen, maar gewoon bij de kop koffie zijn appelflappen ook populair. Je kunt ze kopen bij de bakker of supermarkt, maar tegenwoordig zijn ze ook bij de meeste Nederlandse benzinepompen in vers afgebakken vorm te krijgen.

16. Kroket
Er zijn ontzettend veel varianten van kroketten te vinden. In elk land is er weer een andere soort favoriet. In Nederland is bijvoorbeeld de vleeskroket erg populair, maar in België eet men liever een aardappelkroket. De kroket vindt z’n oorsprong in Frankrijk, waar deze snack croquette wordt genoemd. In het woord ‘croquette’ zit het Franse woord croquer, dat vertaald kan worden als doorbijten, verorberen, oppeuzelen of opknabbelen. Het originele 17e eeuwse kroketrecept door François Massialot vermeldt een vulling van vlees, truffels, merg, broodkruimels en kaas met ei, dat vervolgens werd gebakken in reuzel (varkensvet). Officieel is een kroket dus niet een Nederlandse uitvinding, wel is het zeer geliefd en veel gegeten onder Nederlanders. Vrijwel elke snackbar heeft kroketten in de automatiek liggen. En uiteraard eten we de kroket vaak met een flinke klodder mosterd.

17. Pepernoten en kruidnoten
Het eten van pepernoten is een typisch Nederlandse traditie die teruggaat tot de 16e eeuw. Toen al kregen kinderen bij het sinterklaasfeest resten van peper en kruidkoek. Er is overigens verschil tussen een pepernoot en een kruidnoot. Kruidnoot hoeft namelijk geen peper te bevatten. Strikt genomen is een kruidnoot een industrieel product, het bekende harde en brosse ronde minikoekje met speculaas smaak. Een pepernoot is zachter en smaakt naar anijs. De textuur van een pepernoot lijkt meer op die van een taitai.

18. Moorkop
De moorkop behoort tot de traditionele Nederlandse gebakjes. Een moorkop is een soort reuze soesje dat is gevuld met slagroom en aan de bovenkant is voorzien van chocoladeglazuur. Er zijn diverse advertenties uit het begin van de 20e eeuw gevonden, waarin de moorkop werd aangeprezen. Het is echter de vraag hoe lang de moorkop nog zo zal heten, omdat de naam verwijst naar bewoners van Noord-Afrika. Moor stamt af van het Griekse woord Mauros, dat zwart betekent. Nu weet je ook meteen waarom de moorkop donker van kleur is.

19. Jodenkoeken
Sommige fabrikanten van deze koeken hebben gezien de gevoelige geschiedenis besloten om de oorspronkelijke naam van deze koeken om te dopen tot Odenkoek. In veel supermarkten zijn deze koeken nog altijd te vinden onder de naam Jodenkoek of Jodekoek. Oorspronkelijk zijn joden koeken eind 19e eeuw uitgevonden in Alkmaar. Dit was nog ver voor de Eerste- en Tweede Wereldoorlog. Waarom deze koeken dan jodenkoeken heten, is niet helemaal duidelijk. Een uitleg is dat ze goedkoop waren, en joden vaak zuinig waren. Jodenkoeken zijn vrij groot, waardoor het nog iets lijkt. Dit zou een strategie zijn omdat joden in die tijd vaak arm waren. Een andere uitleg is dat de jodenkoek is uitgevonden door een bakkerij genaamd De Joode. Deze laatste theorie lijkt onwaarschijnlijk.

20. Eierkoeken
Nederlanders zijn dol op deze ronde grote zachte koek met een luchtige structuur. De koeken werden vroeger ingezet als lekkernij rond Pasen. De eierkoeken zouden helend werken op zieken en zwakken. In 2006 adviseerde dieetgoeroe Sonja Bakker eierkoek aan als middel ondersteuning bij het afvallen. Sindsdien zijn eierkoeken populairder dan ooit. De koeken zijn zowel in Nederland als in Vlaanderen al lange tijd gewild.

21. Oliebollen
Het is niet helemaal duidelijk of de oliebol nu is ontstaan in Nederland, duidelijk is wel dat wij Nederlanders dol zijn op oliebollen. Vooral rond oudejaarsavond, maar ook het hele jaar door op bijvoorbeeld kermissen. In Nederland zijn er gedurende de koude maanden vele oliebollenkramen te vinden, waar de rijen soms aardig lang kunnen zijn. Wist je dat wij Nederlanders een aantal eeuwen geleden niet spraken over een oliebol, maar een oliekoek? Pas aan het eind van de 19e eeuw hebben we het woord oliekoek omgedoopt naar oliebol.

22. Bossche Bollen
Zoals de naam wellicht al doet vermoeden, stamt de Bossche bol uit ‘s-Hertogenbosch. Het is daar echt een gebakspecialiteit, die in het hele land bekend en geliefd is. De Bossche bol doet denken aan een moorkop. Een Bossche bol is echter ietsje kleiner en het toefje slagroom aan de bovenkant ontbreekt. De recepten kunnen per bakker verschillen. Sommigen kiezen voor een vulling van banketbakkers room in plaats van slagroom.

23. Boterkoek
Een boterkoek is een platte ronde koek, gemaakt met roomboter. De boterkoek zoals wij die kennen is typisch Nederlands. In België verstaat men onder een boterkoek alweer iets heel anders, namelijk een bladerdeeggebakje. Een boterkoek mag alleen boterkoek heten als er echte roomboter is gebruikt.

24. Appelmoes
Hoewel mensen over de gehele wereld appelmoes maken, eten wij Nederlanders er wel erg veel van. Het liefst natuurlijk in de klassieke combinatie kip, patat en appelmoes. Ook rode kool en appelmoes is erg populair onder Nederlanders. Appels groeien rijkelijk in ons land en daarom hebben onze voor ouders waarschijnlijk gezocht naar manieren om ze langer houdbaar te maken. De Belgen zijn trouwens weer dol op appelmoes in combinatie met worst en aardappelen.

25. Bokkenpootjes
Het uiterlijk van een bokkenpootje doet daadwerkelijk denken aan een poot van een bokje, vandaar de naam. Het bestaat uit twee stukken gedroogd schuim (Meringue), waarvan de uiteindes worden gedoopt in een laagje chocolade. Tussen de twee helften wordt een vulling van botercrème of abrikozengelei gebruikt om ze bij elkaar te houden. Het verhaal gaat dat het eerste bokkenpootje door de bakker Jan Pieter Schellema uit Tuitjenhorn in 1859 werd gebakken. Met recht een Nederlandse uitvinding dus!

26. Tijgernootjes
Tijgernootjes zijn eigenlijk een variant van de klassieke borrelnootjes. Tijgernootjes zijn in 1993 uitgevonden door het Zaanse bedrijf Duyvis. Het zijn pinda’s in een krokant, dubbel jasje. Deze nootjes worden vaak gegeten op feesten en partijen. Soms zijn ze ook bij de borrel te vinden. Hoe dan ook, de uitvinding is redelijk recent, maar zeker van Nederlandse bodem.

27. Vlaaien
Wie kan er een verse Limburgse vlaai niet waarderen? Waarschijnlijk maar weinig mensen. Volgens de geschiedschriften is de vlaai in werkelijkheid een Antwerpse uitvinding, maar wat maakt het uit? De Limburgers hebben de vlaai toegeëigend en velen vinden dat het zeker zo moet blijven. De taart bestaat in de kern uit geweckte vruchten zoals kersen, pruimen en abrikozen. Soms is een vulling van pudding of rijstepap ook gebruikelijk. Een vlaai met een laag deegkruimels, noemen we een kruimelvlaai.

28. Kaassoufflé
Hoewel het woord ‘soufflé’ z’n oorsprong in het Frans vindt, is een kaassoufflé in werkelijkheid een Nederlandse snack. Een oorspronkelijke Franse soufflé is een gebakken gerecht op basis van eieren. Aan het begin van de achttiende eeuw werd dit voor het eerst in Frankrijk geïntroduceerd. In combinatie met diverse andere ingrediënten kan het worden geserveerd als een hartig hoofdgerecht. Het woord soufflé is het voltooid deelwoord van het Franse werkwoord ‘souffler’ dat zoiets als ‘blazen’ betekent. De reden dat we in Nederland een kaassoufflé zo zijn gaan noemen is omdat in de echte Franse Soufflés vaak ook kaas wordt gebruikt. Strikt genomen is een Franse soufflé een ovenschotel met stijfgeslagen eiwitten met kaas. Een kaassoufflé zoals wij die kennen, uit de muur bij snackbar, is dus iets heel anders!

29. Kokosbrood
Kokosbrood is een in Nederland populair broodbeleg op basis van gedroogd kokosvlees. Een groot merk kokosbrood is Theunisse, dat onder beheer valt van Theha. De oprichter Abraham Theunisse van dit merk begon in 1945 een kleine snoepfabriek in Harderwijk. Hij produceerde in eerste instantie ambachtelijk snoepgoed met ananas- of muntsmaak. Vervolgens ontwikkelde hij een recept voor kokosbrood. Aanvankelijk deed Theunisse dit in slechts kleine hoeveelheden, maar later besloot hij zich te specialiseren in kokosbrood. Al snel groeide de vraag naar zijn kokosbrood. Theunisse besloot toen het kokosbrood voorverpakt en gesneden aan te bieden in de supermarkten, dat een groot succes bleek.

30. Joppiesaus
Deze in Nederland en België populaire saus werd in 2002 ontwikkeld door een eigenaar van een snackbar in Twente. Deze saus wordt graag gegeten bij friet, hamburgers en vele snacks. Het originele recept van Joppiesaus is strikt geheim, maar er gaan geruchten dat naast de hoofdingrediënten plantaardige olie, water en een emulgator, de saus vooral op smaak wordt gebracht door uien, eigeel, suiker en kerrie. Aangezien de saus een gele kleur heeft, is het laatste ingrediënt vrijwel zeker. Mensen die een frietje bestellen in combinatie met Joppiesaus, bestellen aan de balie een ‘patatje Joppie’.

31. Tompouce
De naam tompouce komt uit het Frans, waar Tom Pouce de naam is voor het sprookje dat wij in Nederland Klein Duimpje noemen. Soms wordt er in ons land ook gesproken over een tompoes. De tompouce zoals wij die kennen is weliswaar een Nederlandse uitvinding, maar is eigenlijk geïnspireerd op de Franse millefeuille gebak. Millefeuille kun je vertalen als ‘duizend laagjes’, omdat dit gebak daar meerdere lagen heeft. Eigenlijk is het een dubbele tompouce, met een extra laag room en koek erop. De Amsterdamse banketbakker Cees Holtkamp heeft in de 19e eeuw de millefeuille aangepast en omgedoopt tot tompouce. Deze bakker was een fan van een circusartiest die zich generaal kleinduimpje noemde (General Tom Thumb). Pouce is het Franse woord voor duim, het heeft dus niet met een kat of poes te maken.

32. Pindakaas
Pindakaas, wie is er niet groot mee geworden? Hoewel pindakaas wordt gezien als een oer-Hollands product, komt het in werkelijkheid uit Amerika. In Amerika noemen ze het dan ook peanut butter. Via Amerikaanse soldaten werd pindakaas na de Tweede Wereldoorlog in Nederland populair. De in Delft gevestigde pindaoliefabriek Calvé bracht in 1948 de eerste potten Calvé-pindakaas op de markt. Van origine is Calvé een Frans bedrijf. Dus is pindakaas een beetje van de Amerikanen, een beetje van de Fransen en ook een beetje van de Hollanders.

Wat aten onze voorouders?
Opvallend is dat de typisch Hollandse voedingsmiddelen bijna altijd in de ongezonde categorie vallen. De meeste van deze voedingsmiddelen zijn dan ook vrij recente uitvindingen. Onze voor ouders deden het vooral met eenvoudige gerechten zoals pap, Goudse kaas, snert, pannenkoeken en stamppot. Men at in die tijd als warme avondmaaltijd vooral een AGV’tje, een trio van aardappels, groente en vlees. Een klassieke Nederlandse warme maaltijd is bijvoorbeeld de combinatie aardappels, spruitjes en vlees. Soms werd een maaltijd voorafgegaan met een kom soep en afgesloten met een goedkoop zuivelproduct zoals yoghurt. Onze voor ouders aten na de maaltijd regelmatig vla. Vla is overigens ook een Nederlandse uitvinding die je soms in België of Duitsland kunt aantreffen. Vroeger was paling ook erg in trek, vandaag de dag is deze vis vanwege de ongunstige visstand en vervuiling minder populair.

Je staat er waarschijnlijk niet zo bij stil dat de bovenstaande voedingsmiddelen typisch Nederland zijn, omdat ze ruim voorhanden zijn. Mensen die voor langere tijd op vakantie gaan of die emigreren naar een ander gebied op de wereld, komen er al gauw achter dat het niet zo vanzelfsprekend is dat de bovenstaande voedingsmiddelen in de omgeving verkrijgbaar zijn. Zij kunnen dan ook een onweerstaanbare drang krijgen naar bijvoorbeeld drop. Niet zelden wordt familie verzocht een zak drop mee te nemen als zij worden bezocht in verre oorden. Dus wees je ervan bewust hoe luxe het is dat je altijd over een verse haring of een lekker stuk Edammer kaas kunt beschikken!