Hoofdpagina » Nieuws » Arginine lijkt afweer tegen kanker en virussen te versterken

Arginine lijkt afweer tegen kanker en virussen te versterken

Wat je eet, doet meer dan je maag vullen. Het levert ook de bouwstenen waarmee je afweer dagelijks aan de slag gaat. Een van die bouwstenen is arginine, een aminozuur dat in flink wat voedingsmiddelen zit en dat je lichaam daarnaast zelf kan aanmaken. Lang werd gedacht dat arginine vooral van pas komt bij het opbouwen van eiwitten. Nieuw onderzoek laat zien dat het ook nodig is om je immuunsysteem scherp te houden. Een tekort blijkt de verdediging tegen kanker en virussen te kunnen verzwakken en dat is een kant van dit aminozuur die tot nu toe weinig aandacht kreeg.

De onderzoekers bekeken verschillende ziektebeelden naast elkaar, waaronder darmkanker, griep en een besmetting met het coronavirus. In al die gevallen viel hun hetzelfde op: van alle aminozuren was arginine steeds het sterkst afgenomen. Om te snappen wat daar de gevolgen van zijn, brachten ze in celkweken in kaart welke eiwitten in de problemen kwamen zodra arginine schaars werd. Ruim vierhonderd eiwitten bleken op een te laag niveau te zitten. De meeste daarvan hoorden bij taken die al langer met arginine in verband worden gebracht. Een vondst was minder voor de hand liggend en juist die bleek belangrijk: drie genen die zorgen voor de aanmaak van zogeheten MHC-1-eiwitten kwamen in de knel.

Vlaggetjes op je cellen
MHC-1-eiwitten kun je zien als kleine vlaggetjes aan de buitenkant van je cellen. Ze laten aan het afweersysteem zien wat zich binnen in de cel afspeelt. Gaat er iets mis, bijvoorbeeld doordat een cel ontspoort of besmet raakt met een virus, dan steken deze vlaggetjes als het ware een waarschuwing omhoog. Speciale afweercellen, de zogeheten T-cellen, pikken dat signaal op en roepen vervolgens andere delen van het immuunsysteem te hulp. Zo wordt een verdachte cel opgemerkt en aangepakt voordat die schade aanricht. Werkt dat waarschuwingssysteem minder goed, dan blijven tumorcellen en virussen makkelijker onopgemerkt.

Waar het misgaat bij een tekort
Waarom raakt juist dit systeem verstoord bij weinig arginine? Dat heeft te maken met de manier waarop het MHC-1-eiwit wordt gemaakt. In dit eiwit zitten opvallend veel plekken waar arginine ingebouwd moet worden. Je kunt het vergelijken met een recept waarvoor je telkens hetzelfde ingrediënt nodig hebt: raakt dat op, dan kom je niet verder. In de cel gebeurt iets soortgelijks. De kleine eiwitfabriekjes die het bouwwerk in elkaar zetten, lopen vast zodra de arginine opraakt. Het eiwit komt dan niet af en de cel zet uiteindelijk minder van die waarschuwingsvlaggetjes op zijn oppervlak. Het gevolg is dat gevaarlijke cellen makkelijker aan de aandacht van het afweersysteem ontsnappen. Interessant genoeg vonden de wetenschappers ook dat een bescheiden hoeveelheid arginine, ongeveer wat er in een paar vrij verkrijgbare tabletten zit, al genoeg leek om de aanmaak weer op gang te helpen.

Wat muizen lieten zien
Bij muizen werd het beeld verder ingekleurd. Dieren die weinig arginine in hun voeding kregen, ontwikkelden meer darmtumoren. Kregen ze juist wat meer binnen, dan bleef het aantal tumoren lager. Daarna herhaalden de onderzoekers de proef met griep en met het coronavirus. Ook toen kwam een gelijkaardig beeld naar voren: muizen met een argininerijk dieet hadden mildere klachten van de infectie. Wat hen het meest verraste, was dat het ook nog hielp om arginine pas na een griepbesmetting te geven. De dieren die dat kregen, kwamen er beter doorheen. Het gaat hier wel om proeven bij dieren en in het laboratorium. Of dit precies zo uitpakt bij mensen, moet vervolgonderzoek nog uitwijzen.

Waarom leeftijd meespeelt
De hoeveelheid arginine in je lichaam is niet je hele leven gelijk. Naarmate je ouder wordt, neemt die vanzelf wat af. Volgens de onderzoekers zou dat mede kunnen verklaren waarom ouderdom en een matige voeding samengaan met een grotere gevoeligheid voor bepaalde vormen van kanker en voor virusinfecties. Een dalende argininevoorraad kan het afweersysteem net wat minder alert maken op cellen die ontsporen of besmet raken. Zeker bij ouderen en bij mensen die toch al kwetsbaar zijn, zou dat een rol kunnen spelen. Het is een van de redenen waarom de wetenschappers benieuwd zijn of extra arginine op termijn iets kan betekenen naast bestaande behandelingen, bijvoorbeeld bij mensen die therapie krijgen die het afweersysteem inschakelt.

Wat kun je hiermee in de praktijk?
Je hoeft hier voorlopig geen ingewikkelde conclusies aan te verbinden. Arginine zit gewoon in alledaagse voeding en met een gevarieerd eetpatroon krijg je er doorgaans genoeg van binnen. Je vindt het onder andere in noten, zaden, peulvruchten zoals linzen en kikkererwten en verder in vlees, vis en zuivel. Een handje ongezouten noten als tussendoortje of een bord linzensoep levert dus stilletjes een bijdrage aan de bouwstenen waar je afweer op draait. Of losse argininesupplementen echt iets toevoegen voor gezonde mensen, is nog niet duidelijk en dat wordt op dit moment onderzocht. Voorlopig is zo gevarieerd mogelijk eten het verstandigst.

Slotwoord
Dit onderzoek laat mooi zien hoe nauw voeding en afweer met elkaar samenhangen. Wat je eet, levert niet alleen brandstof, maar ook het materiaal waarmee je immuunsysteem verdachte cellen herkent en aanpakt. Dat een tekort aan één aminozuur dat systeem al kan laten haperen, geeft te denken. Tegelijk is de praktische kant geruststellend, want arginine is goedkoop, ruim voorhanden en zit in doodgewone producten. De grote vragen zijn nog niet beantwoord en het meeste bewijs komt voorlopig uit proeven met cellen en dieren. Maar de richting is interessant en het sluit aan bij iets wat steeds duidelijker wordt: goed en gevarieerd eten doet meer voor je gezondheid dan alleen de weegschaal in balans houden.

Hoeveel weet jij over gezondheid? Doe de kennistest over voeding in 30 vragen!
Juglen Zwaan

Juglen Zwaan

Juglen Zwaan (1982) is spreker en schrijver over voeding en gezondheid. Hij is een gepassioneerde voedingskundige met een onbedwingbare honger naar nieuwe inzichten. Hij schreef de boeken De supplementenwijzer, De voedingswijzer, De receptenwijzer en De voedingswaardewijzer. Juglen maakt al meer dan 12 jaar deel uit van het radioprogramma gezondheidsnieuws en was vaste gast in het tv-programma ‘Wat eten we’ op de landelijke televisie. Hij studeerde Voeding & Gezondheid aan de Open Universiteit en Nutrition Science aan Stanford. Hij onderzoekt kritisch en combineert moderne wetenschap met eeuwenoude kennis. Hij hangt geen enkel voedingsgeloof aan, maar combineert vele visies. Als je meer wilt weten over de achtergrond van aHealthylife, zie dan Over ons voor meer informatie.