web
statistics

Palmolie en kokosvet bij wet verboden in België?

Wet_hamer_weegschaalTwee senatrices van CD&V (De Vlaamse christendemocratische partij), Sabine de Bethune en Cindy Franssen, hebben recent in België een wetsvoorstel ingediend om transvetten in de voeding te verbieden. Op zich een lovenswaardig initiatief, want het verband tussen transvetten en hart- en vaatziekten is wetenschappelijk bewezen. In landen als Zwitserland, Denemarken, IJsland en Oostenrijk zijn transvetten in de voeding al verboden, net als in de restaurants in New York.

Wat bij het doorlezen van het wetsvoorstel opvalt, is dat kokosolie en palmolie op een sluikse manier mee betrokken worden in het verbod. Palm- en kokosolie zijn samen met cacaoboter de plantaardige oliën die het hoogste gehalte aan verzadigde vetzuren bevatten. Plantaardige verzadigde vetzuren zijn echter absoluut geen transvetten. Integendeel, naast de natuurlijke transvetten van dierlijke oorsprong, ontstaan transvetten precies door de industriële hydrogenering van onverzadigde plantaardige vetten zoals we in margarines aantreffen.

Het is zeer vreemd hoe in de toelichting van dit wetsvoorstel uitvoerig wordt gesproken over de gevaren van transvetzuren, terwijl het verbod op palm- en kokosolie er nauwelijks in toegelicht of verantwoord wordt. Nochtans worden in het wetsvoorstel al deze vetten aan dezelfde strikte norm onderworpen: maximum 2 gram per 100 gram olie of vet. In de toelichting staat dat palmolie en kokosolie “hoogstwaarschijnlijk even schadelijk zijn als transvetzuren”, een bewering die niet kan worden gestaafd door wetenschappelijk onderzoek.

Helemaal hilarisch wordt het, als je bedenkt dat deze plantaardige verzadigde vetten steeds meer als gezondheidsproduct worden gepromoot, terwijl het wetsvoorstel hen afschildert als ongezond. Kokosolie zou beschermen tegen diabetes, cacaoboter wordt door de wetgever als verplicht ingrediënt (minstens 25%) opgelegd om van “echte” chocolade te kunnen spreken, en rode palmolie wordt her en der aangeprezen als een natuurlijk antioxidant.

Is het toeval dat kokos- en palmolie buiten de EU worden geproduceerd, vooral in Azië? Terwijl de EU de derde grootste producent van zonnebloemolie en de grootste producent van olijfolie en raapzaadolie is. Of hoe onder het mom van zorg voor de volksgezondheid een verkapte vorm van protectionisme wordt tot stand gebracht. Follow the money en je snapt de politieke keuzes opeens. (met dank aan Luc van Braekel)

 

Update 25 mei 2013: Naar aanleiding van dit artikel heeft de senaat van het CD&V de volgende reactie naar ons gestuurd:

Geachte,

Dit is een reactie namens beide parlementsleden, namelijk Sabine de Bethune en Cindy Franssen. We willen er graag een beetje nuance in brengen.

Ons wetsvoorstel sluit zich aan bij een beperking van transvetzuren zoals aanbevolen door de Hoge Gezondheidsraad (HGR) in haar advies 8666.

Wat de beperking van kokosolie en palmolie betreft, raadt de HGR af om transvetzuren te vervangen door palmolie en kokosolie. We citeren uit het advies 8666 van de HGR: “2.5. De HGR legt de nadruk op het belang van het vervangen van transvetzuren door oliën of vetten die geen hoog gehalte aan bepaalde verzadigde vetzuren (zoals palmitine-, myristine- en laurinezuur) bevatten.”

De HGR legt zich binnenkort toe op het uitwerken van een gedetailleerd advies over het gebruik van palmolie in vele voedingsmiddelen. Bijgevolg lijkt het ons raadzaam om dit advies af te wachten.

Gelet op het eerste advies (8666) van de HGR hebben wij gemeend dat niet alleen over de problematiek van transvetzuren moet worden gedebatteerd, maar ook over de problematiek rond palmolie en kokosolie. We beseffen dat een Europese regeling veel effectiever en efficiënter zou zijn, maar als politici die ijveren voor de volksgezondheid en verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de Belgische consument, willen wij het debat hieromtrent op gang trekken en voeren we overleg met de stakeholders en voedingsdeskundigen, teneinde ons wetsvoorstel te verfijnen en waar nodig bij te sturen.

Zoals je kan opmerken, is ons wetsvoorstel dus zeker niet definitief. Het is vooral belangrijk dat het debat gevoerd wordt in het kader van onze volksgezondheid.

Met vriendelijke groeten,
Bart Croes
Woordvoerder CD&V-Senaatsfractie 0485/82.38.58

 

Help anderen gezonder te worden en deel dit artikel:
Send this to a friend