web
statistics
Hoofdpagina » Nieuws » Wat moet je eten als je antibiotica hebt gehad?

Wat moet je eten als je antibiotica hebt gehad?

Antibiotica behandelen infecties die door bacteriën veroorzaakt worden. Maar ze kunnen ook de goede bacteriën in je darmen vernietigen. Bij sommige mensen leidt dit tot maagklachten en diarree.

Dit artikel behandelt de vragen wat je moet eten als je antibiotica hebt gehad en of  probiotica en prebiotica je darmen weer normaal kunnen maken?

Een Brits onderzoek naar veranderingen in darmbacteriën na antibiotica die gewoonlijk worden voorgeschreven voor infecties van de luchtwegen en urinewegen stelde vast dat na behandeling de aantallen en diversiteit in bacteriesoorten snel afnemen.

Het ontdekte ook dat sommige soorten “slechte” micro-organismen toenamen terwijl sommige “goede” afnamen.

Bij de meeste mensen herstelden de darmbacteriën zich tot op zekere hoogte zodra de behandeling met antibiotica gestopt was. Maar andere studies suggereren dat sommige antibiotica langdurige effecten kunnen hebben op het evenwicht van de micro-organismen.

Het is belangrijk om antibiotica alleen te gebruiken als het nodig is, en zeker niet voor virale infecties, want antibiotica kunnen geen virussen doden zoals de gewone verkoudheid of COVID-19.

Wat moet je dan wel eten na een antibioticakuur? Je hebt misschien wel eens gehoord van probiotica en prebiotica, maar wat zijn dat, en welk bewijs is er dat ze heilzaam zijn?

Probiotica bevatten ‘goede darmbacteriën’
Probiotica zijn voedingsmiddelen, meestal yoghurt en yoghurtdranken, die “goede darmbacteriën” bevatten: levende micro-organismen die de darm kunnen herkoloniseren of de gezondheid van je darmen kunnen verbeteren.

Om een probioticum genoemd te worden, moeten ze bestand zijn tegen maagzuur en spijsverteringsprocessen, en zich dan aan de darmwand kunnen hechten en groeien, terwijl ze geen problemen voor de darmwand veroorzaken. Ze moeten ook in gecontroleerde proeven op veiligheid en werkzaamheid getest worden.

Om een probioticum genoemd te worden, moet de dosis micro-organismen voldoende zijn om de “goede” bacteriën te helpen herstellen, door de “slechte bacteriën” weg ‘te ellebogen’.

De meeste yoghurts bevatten “goede bacteriën”, maar niet allemaal kunnen ze de zuurgraad van het maagzuur overleven, of de bacteriën groeien niet in de darm, zodat er geen probiotisch voordeel is.

Om probiotica deze gunstige effecten te laten uitoefenen, moeten ze niet alleen de dikke darm bereiken, maar eenmaal daar hebben ze ook de juiste brandstof nodig om ze goed te laten groeien. Dat is waar prebiotica in het spel komen – maar daarover dadelijk meer.

Wat zegt de wetenschap over probiotica?
Probiotica worden alom aangeprezen als goed voor je algemene gezondheid. De wetenschap daarover is gemengd, maar het lijkt erop dat mensen die na antibiotica diarree kunnen krijgen er baat bij kunnen hebben ze te consumeren.

Eén onderzoek naar het bewijsmateriaal vond dat probiotica nuttig kunnen zijn voor mensen met een hoog risico op antibiotica-geassocieerde diarree, zoals ouderen en mensen in het ziekenhuis.

Het overzicht vond bijwerkingen die vaak voorkomen bij het nemen van antibiotica en onder meer smaakstoornissen, misselijkheid, buikkrampen, zachte ontlasting, koorts en winderigheid omvatten.

Maar mensen die probiotica namen rapporteerden minder bijwerkingen, wat suggereert dat ze nuttig kunnen zijn om sommige bijwerkingen tegen te gaan.

Wat zijn prebiotica nu eigenlijk?
Prebiotica zijn verbindingen die gunstige darm micro-organismen helpen groeien en overleven.

Prebiotisch voedsel bevat complexe koolhydraten die niet verteerd kunnen worden en voedingsvezels die weerstand bieden tegen verteringsprocessen in de maag en dunne darm.

Ze gaan onverteerd over in de dikke darm waar ze gefermenteerd worden door de gezonde “goede” bacteriën.

Om een prebioticum genoemd te worden, moeten ze de bovenstaande processen ondergaan, en moet in klinische proeven aangetoond zijn dat ze de samenstelling van micro-organismen in de darm selectief verbeteren.

Niet alle voedingsvezels zijn prebiotisch. Veel voorkomende die hier wel onder vallen zijn complexe koolhydraten die fructo-oligosacchariden genoemd worden, zoals inuline en resistent zetmeel.

Je kunt in de supermarkt voedingsmiddelen vinden met toegevoegde prebiotica, maar niet-verteerbare koolhydraten komen van nature voor in veel dagelijkse voedingsmiddelen, waaronder:

  • Granen: gerst, roggebrood, roggecrackers, pasta, gnocchi, couscous, tarwezemelen, tarwebrood, haver;
  • Peulvruchten: kikkererwten, linzen, rode kidneybonen, gebakken bonen, sojabonen;
  • Groenten: artisjokken, asperges, rode bieten, witlof, venkelbol, knoflook, groene erwten, prei, ui, sjalotten, lente-ui, peultjes, suikermaïs, savooiekool;
  • Fruit: nectarines, witte perziken, persimmon (kaki), tamarillo, watermeloen, ramboetan, grapefruit, granaatappel, dadels, vijgen;
  • Noten: cashewnoten, pistachenoten.

Bijkomende bronnen is ook resistent zetmeel, dat je kunt vinden in onder andere onrijpe bananen, gekookte en afgekoelde rijst, maïsmeel, gekookte en afgekoelde aardappelen.

Voor baby’s is moedermelk van nature rijk aan oligosacchariden.

Dus wie moet ze hebben?
Prebiotische voedingsmiddelen zijn goed voor iedereen, bevatten een scala aan voedingsstoffen en helpen een gezond bacterieel darmmilieu te bevorderen.

De voordelen van probiotica voor een reeks gezondheidsaandoeningen zijn onduidelijk – ze zullen waarschijnlijk klein zijn en afhangen van wat men inneemt en de onderliggende gezondheidsproblemen.

Maar mensen met een hoog risico op diarree na antibiotica kunnen baat hebben bij het dagelijks consumeren van probiotische – en ook prebiotische – voedingsmiddelen.

Er is ook steeds meer bewijs dat het combineren van specifieke probiotica en prebiotica de gunstige effecten van beide kan versterken. Zowel de pro- als de prebiotica kunnen samengevoegd worden, en worden dan een “synbioticum” genoemd, of ze kunnen van afzonderlijke bronnen afkomstig zijn, maar wel samen gegeten worden.

Wat antibiotica betreft komt het erop neer dat je ze alleen inneemt als ze voorgeschreven zijn voor bacteriële infecties. Neem ze volgens de aanwijzingen van de fabrikant, je apotheker en je arts.

Dit artikel is van de hand van Clare Collins, Laureaat hoogleraar Voeding en Diëtetiek, Universiteit van Newcastle. Dit artikel is overgenomen uit The Conversation onder een Creative Commons licentie. Lees het originele artikel.

The Conversation

Help anderen gezonder te worden en deel dit artikel:
Send this to a friend